U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Colosse 1: 5 (1e deel)

Colosse 1: 5 Dwars door de verwachting die voor jullie gereserveerd is in de hemelen, die jullie tevoren gehoord hebben in het woord van de waarheid van het evangelie,
A/ Er gaat iets dwars door de verwachting, oftewel de hoop
B/ Die verwachting is gereserveerd in de hemelen
C/ Die verwachting hebben zij tevoren al over gehoord
D/ De plek waar ze het eerder al gehoord hadden

In onze studie van vandaag hebben we al meer dan genoeg aan de twee eerste onderwerpen, die langskomen.
A/ Er gaat iets dwars door de verwachting, oftewel de hoop
B/ Die verwachting is gereserveerd in de hemelen

A/ Colosse 1: 4-5 Jullie geloof in Christus Jezus en de liefde, die gaat tot in alle heiligen, dwars door de verwachting
Aan de roeping van deze gelovigen is een vaststaande hoop, een zekere verwachting, verbonden. Dwars door die verwachting loopt hun geloof in Christus Jezus en die onvoorwaardelijke liefde, die gaat tot in alle heiligen.

Kennen jullie de volgende tekst nog?
1 Corinthiërs 13:13 Zo blijft geloof, hoop, liefde, deze drie;
Toen Paulus dit schreef was dat nog niet zo. Toen waren er nog een heleboel zaken, zoals al die genadegaven zoals bijvoorbeeld tongentaal, profetie en kennis. Maar volgens de uitspraak van Paulus in dat dertiende hoofdstuk van 1 Corinthe zouden de tongen verstommen en profetie en kennis zou afgedaan hebben. Dan zou er overblijven: Geloof, hoop en liefde. Laten nou juist die drie hier aan de basis van Paulus betoog aan Colosse opgesomd worden:
Colosse 1: 4-5 Jullie geloof … de liefde, …. de verwachting
De huidige basis van ons geloofsleven.

Colosse 1: 5 Dwars door de verwachting
De meeste vertalingen hebben het hier, evenals op andere plekken, over de hoop. In het gewone Nederlandse taalgebruik staat dit woord voor een zeer twijfelachtige zaak, net als geloof trouwens. Zo is de uitdrukking over geloof: “Geloven doe je maar in de kerk, hier moet je het zeker weten.” Zo volstrekt tegengesteld aan het Bijbelse geloven.
Hebreeën 11: 1 Geloof is de vaste zekerheid van de dingen die men hoopt, de stellige overtuiging van de dingen die men niet ziet.

De menselijke uitdrukking hier in het Nederlands taalgebied over de hoop ligt al binnen net zo´n twijfelachtige waardering. Men maakt ervan: “Ik hoop het maar. Zeker weten kan je het toch niet.” Ook deze betekenis van hoop lijkt in de verste verte niet op de betekenis van de Bijbelse hoop. Vandaar dat ik liever schrijf over een onbetwistbare verwachting, een verwachting die stabiel vaststaat.
Romeinen 5:5 De hoop beschaamt niet,
2 Corinthiërs 1:7 Onze hoop, wat jullie betreft, is solide,
2 Corinthiërs 3:12 Omdat wij nu zulk een hoop hebben, treden wij met grote vrijmoedigheid op,
Zo onweerlegbaar, onbetwistbaar en onloochenbaar staat die “Elpis”, het Griekse woord voor “Hoop” of “verwachting” dus vast zodat die solide verwachting niet beschaamt, waardoor Paulus kracht vond om met grote vrijmoedigheid op te treden.

Heeft deze hoop, oftewel verwachting, ook nog iets met genade uit te staan? Daar duikt Paulus verderop in dit eerste hoofdstuk van deze brief aan de Colossenzen nog uitgebreid in.
Colossenzen 1:27 De grote rijkdom van de heerlijkheid van deze verborgenheid onder de volken, welke is Christus in jullie, de hoop van de heerlijkheid.
Prachtig onderwerp voor straks als we aan dit vers toe zijn. Nu proeven we al iets van die overvloeiende rijkdommen van Gods genade in Christus vereenzelviging met ons. Genade en nog eens genade!

B/ Colosse 1: 5 De verwachting die voor jullie gereserveerd is in de hemelen,
Deze verwachting of hoop is absoluut stellig, vaststaand en zeker. Daar hebben we net al uitgebreid bij stilgestaan. Nu komt er eigenlijk nog een uitdrukking bij in dit vers, die nog meer overduidelijke stelligheid aan de hele uitdrukking geeft. Deze verwachting is namelijk gereserveerd, of zoals het in de Statenvertaling weergegeven is, het is weggelegd.

De vaste zekerheid van de betekening van deze uitdrukking ontdekken we pas echt als we even rustig de tijd nemen om het Griekse grondwoord van dit werkwoord te onderzoeken. Hier komt die: “Apokeimenen”. Dit is de vervoeging, zoals die hier gebruikt wordt voor “Apokeimai”. De gewone vertaling van dit woord is: “Bewaren” of “Opbergen”. Je zou dus kunnen zeggen: “Het is goed opgeborgen voor ons, die nu geestelijk reeds op die plek verborgen zijn en voor ons als we straks ook nog eens lichamelijk op die plek belanden. Daar is het dat we het kunnen genieten.” Het wordt nog duidelijker als we onderzoeken hoe dit woord is opgebouwd uit twee delen. “Apo”, dat spreekt van een duidelijke scheiding en “Keimai”, dat spreekt van ergens op een plek rustig verbergen/verstoppen.

Onze hoop, oftewel onze verwachting, is dus gereserveerd in de hemelen in de betekenis dat onze hoop gescheiden is om op een plek (de hemelen) rustig verborgen te zijn totdat wij ook die verborgen plek daadwerkelijk lichamelijk zullen innemen, waarna we a.h.w. verenigd zijn met onze eigen hoop, onze verwachting. Goed verstopt is het dus een vaste zekerheid dat die hoop ook concreet lichamelijk werkelijkheid zal worden, namelijk wanneer we zelf die materiele positie in de hemelen zullen innemen.

Maar misschien vind je dat ik nu wel ietsje te ver ga met mijn eigen vaste zekerheid. Uiteindelijk vinden velen geloof zonder echte twijfel niet echt een goed geloof. Tja, ik zal eerlijk zeggen dat ik binnen de godsdienst aan van alles en nog wat twijfel, maar niet aan Gods Woord. In dat Woord heeft dit werkwoord “Apokeimai” nou eenmaal wel een enorme stelligheid en vastheid. Daarom is het bijvoorbeeld in een totaal andere tekst, die ik hier laat volgen, met “beschikken” vertaald.
Hebreeën 9:27 Zoals het de mensen beschikt is éénmaal te sterven en daarna het oordeel,
Welke kleine kans op onzekerheid zou er kunnen zijn over het feit dat mensen sterven?

Colosse 1: 5 De verwachting die voor jullie gereserveerd is in de hemelen,
Er valt absoluut zeker nog meer te zeggen over dit Griekse woord. Meestal wordt er namelijk helemaal niks gedaan met de Griekse grondwoorden als er Bijbelstudie gedaan wordt. Dan komt als vanzelfsprekend deze uitspraak van Paulus aan de Colossenzen gelijk naast een andere uitspraak van Petrus te liggen.
1 Petrus 1:4 Een onvergankelijke, onbevlekte en onverwelkelijke erfenis, in de hemelen bewaard tot in jullie,
Ga er maar aan staan! Hebben ze het nou over hetzelfde of niet? Petrus spreekt toch de vreemdelingen in de verstrooiing aan in 1 Petrus 1: 1? Dat is toch Israël? Paulus spreekt hier toch de gemeente, het lichaam van Christus aan? Dat zijn wij toch met onze hemelse zegen en onze hemelse hoop/verwachting?

Inderdaad, die verschillen liggen er. Het probleem is ook niet zo groot. Bijbelstudie is echter wel een kwestie van diep duiken in de grondtekst om de overduidelijke verschillen te ontdekken. Dat is niet eventjes Nederlandse vertalingen vergelijken. Petrus heeft het over een bewaren van zegeningen die de gelovigen op aarde (Israël) toebehoren ook al worden ze in de hemelen bewaard, terwijl Paulus spreekt over het scheiden van zegeningen om die een verstopplek in de hemelen te geven voor de gelovigen in het lichaam van Christus om het daar te genieten.

Wij genieten als leden van het lichaam van Christus nu al die zegeningen in die verstopplek in de hemelen omdat onze positie daar nu al is.
Efeze 1: 3 Gezegend zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus, die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegening in de hemelse gewesten in Christus.
Gelovigen binnen Israël verzamelen zelf hun schatten in de hemel.
Mattheüs 6:20 Verzamelt je schatten in de hemel, waar noch mot, noch roest ze bederft en waar dieven niet inbreken noch stelen;
Zij zullen die zegeningen genieten als Christus zich aan hen zal openbaren. Dus, wanneer Hij voor hen op aarde verschijnt, dan komt Hij met datgene wat in de hemel verzamelt is, dan komt Hij met die erfenis die in de hemelen tot in hen bewaard is. Dan breekt het koninkrijk van de hemelen aan, dat dus hier op aarde genoten zal worden.

Wat een geweldig rijke nuancering komt naar boven als we de Schrift niet zomaar losjes lezen, maar echt onderzoeken.
Johannes 5:39 Jullie onderzoeken de Schriften, want jullie menen daarin het leven van de aioon te hebben; en die Schriften zijn het nou juist die van Mij getuigen;
Wat een genot om in dat Woord te graven!

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende