U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Colosse 1: 4

Colosse 1: 4 Omdat wij gehoord hebben van jullie geloof in Christus Jezus en van de liefde, die gaat tot in alle heiligen,
A/ De reden waarom (“Omdat wij gehoord hebben”) Paulus in vers 3 bad voor deze gelovigen in Colosse
B/ Eerste oorzaak: Jullie geloof in Christus Jezus
C/ Tweede oorzaak: De liefde, die gaat tot in alle heiligen

A/ Colosse 1: 4 Omdat wij gehoord hebben
Paulus en Timotheus hadden van Epafras gehoord hoe het geloof en de liefde actief functioneerde onder deze gelovigen in Colosse.
Colosse 1: 7-8 Epafras, onze beminde samenslaaf, die een gelovig dienaar van Christus is voor jullie, die ons ook jullie liefde in Geest duidelijk gemaakt heeft.
Epafras had aan Paulus en Timotheus dus duidelijk gemaakt hoe bij deze mensen in Colosse het geloof rustte in Christus Jezus en hoe de liefde, die naar alle heiligen uitging, rustte in Gods Heilige Geest. Wellicht zouden wij, als we zoiets gehoord hadden, gedacht hebben dat dit genoeg reden geeft om blij te zijn met dit resultaat en in ons gebedsleven dus anderen, die het meer nodig lijken te hebben, de voorrang hebben gegeven. Juist het feit dat God met Zijn genade zo krachtig werkte in deze gelovigen was voor Paulus en Timotheus nog eens een extra reden om voor hen in gebed te zijn. We zullen verderop in deze brief ook wel ontdekken wat hij allemaal aan hen kwijt kon.

B/ Colosse 1: 4 Jullie geloof in Christus Jezus
Epafras had aan Paulus en Timotheus concreet duidelijk gemaakt wat hij bij deze vrienden in Colosse had waargenomen. Dat was hier in deze eerste oorzaak van Paulus gebed het geloof van deze mensen, dat zijn rustplek vindt in Christus Jezus, de opgestane Heer. Dat is heel wat anders dan wat we tegenwoordig vaak voor geloof horen doorgaan.

Als je vraagt of iemand gelooft, dan is vaak het antwoord: “Ja, ik ben katholiek”, of “Ja, ik ben gereformeerd”, of “Ja, ik ben van de vergadering”, of “Ja, ik ben van de pinkstergemeente”. Zo kunnen we nog mateloos lang doorgaan. Er zijn zoveel geloven (men bedoelt dan: “Groepjes”). Men gelooft omdat men bij een christelijke groep hoort. Dat was absoluut niet wat Epafras bij deze mensen in Colosse had geconstateerd. Paulus heeft het hier ook niet over hun geloof omdat zij tot het Paulinistisch Verbond te Colosse zouden horen en daarom dus gelovigen zouden zijn.

Een antwoord dat je ook vaak krijgt is: We geloven eigenlijk allemaal hetzelfde! Het maakt toch niet uit of je god Allah heet of Yahweh of dat we het alleen maar gewoon afdoen met enkele titels als heer of god? Hoe je hem ook noemt, we dienen allemaal god.” Paulus enthousiasme over deze mensen in Colosse ging echter heel concreet over hun geloof, dat zijn rustplek vond in de opgestane en verheerlijkte Heer, Christus Jezus.

Wat een armetierig geloof als we telkens weer de oproepen horen om toch vooral maar echt te geloven in jezelf. Mensen, zoals ik, die terecht zo volkomen teleurgesteld zijn in hun eigen prestaties, wil men dan zelfs nogal vaak verwijzen naar een psycholoog of psychiater om ooit eens zover te komen dat je dan wel gelooft in je eigen kunnen. Een volkomen doodlopende weg, die echter bijzonder veel ook binnen allerlei geloofsgemeenschappen bewandeld wordt.

Colosse 1: 4 Jullie geloof in Christus Jezus
Het geloof dat Paulus hier beschrijft (geloof in christus Jezus) is letterlijk weergegeven “jullie geloof rustend in Christus Jezus. Hoe kan ons vertrouwen nu die rust vinden? Simpel omdat dit geloof een geschenk van God is.
Efeze 2: 8-9 Uit genade ben jij gered, door het geloof; en dat niet uit jou, het is een gave van God; Niet uit werken, opdat niemand zal roemen.

De basis van ons geloof, oftewel ons vertrouwen, vinden we nooit en te nimmer in onszelf. Het rust helemaal enkel en alleen in Christus Jezus zelf. Zijn geloof is onze basis.
Romeinen 3:22 Gerechtigheid van God door het geloof van Jezus Christus,
Romeinen 3:26 Hijzelf is rechtvaardig, ook als Hij hem rechtvaardigt, die uit het geloof van Jezus is.
Galaten 2:20 Voor zover ik nu nog in het vlees leef, leef ik door het geloof van de Zoon van God,

Maar het is toch ons geloof, waar het op aankomt? Het is voor die mensen in Colosse toch ook hun geloof? Paulus heeft het toch over jullie geloof in Christus Jezus?
Jazeker, maar dat heeft geheel en al Christus geloof als fundament.
Galaten 2:16 Nu we weten, dat de mens niet gerechtvaardigd wordt uit werken van de wet, maar door het geloof van Christus Jezus, zijn ook zelf tot het geloof in Christus Jezus gekomen, om gerechtvaardigd te worden uit het geloof van Christus en niet uit werken van de wet.
Paulus bad en besprak Gods overvloeiende rijkdommen van genade met God voor deze gelovigen in Colosse nou juist omdat ze in het geloof hun rust vonden in de opgestane en verheerlijkte Heer, Christus Jezus.

C/ Colosse 1: 4 De liefde, die gaat tot in alle heiligen,
De liefde is in het Grieks: “ten agapen”. Geen “philea”, er is hier dus geen greintje sprake van één of ander soort filantropie. “Philea” is: “Ik heb jou lief als je mij liefhebt”. Een heel bekend, maar zeker ook een heel menselijk gegeven. Iemand blijft je maar afzeiken, hij of zij blijft je maar kwetsen. Je wilt hem of haar wel liefhebben, maar op het laatst zeg je toch: “En nu is het genoeg geweest. Ik kan het niet meer hebben. Jij bent mijn liefde niet waard!” Dat is “Philea”. Dat heeft zijn grens, maar “agape” kent die grens niet en blijft onverdiend, ondanks alles, gewoon door liefhebben.

Het bewijs dat het geloof in Christus Jezus, zoals het hier over deze Colossenzen beschreven is, puur enkel en alleen wijst op wat God in Christus Jezus in de gelovigen uitwerkt vinden we hier terug. Het is God, die deze liefde werkt en alleen God. Geen mens kan dit ook maar in benadering tot stand brengen. Maar het geloof van Christus, dat ons geloof in Christus uitwerkt, dat geloof bewerkt dat die onvoorwaardelijke liefde hier uitgaat tot in alle heiligen. Wat een verrukkelijke rijkdommen van Gods genade!

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende