U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Colosse 1: 3

Colosse 1: 3 Wij danken de God en Vader van onze Heer Jezus Christus altijd, als wij voor jullie bidden,
A/ Paulus & Timotheus danken
B/ De Persoon die Paulus bedankt is de Vader van onze Heer Jezus Christus, namelijk de God
C/ Hoe vaak Paulus God dankt staat er ook bij: Namelijk altijd als hij voor de gelovigen bidt

A/ Colosse 1: 3 Wij danken
Echt typische woordjes om zo maar gelijk overheen te rennen: “Wij danken”. Dan is het ook nog maar de vraag of we, wanneer we dan eindelijk stilstaan bij dit fenomeen van danken, of we dan ook concreet de juichende boodschap die Paulus hier neerschrijft doorhebben. Hoe vaak pikken we de overduidelijke uitspraken van Paulus over zijn gewoonte om altijd te danken niet op als een soort aanmoediging om toch vooral zoveel mogelijk dankbaarheid te tonen in alle omstandigheden. Ik kan jullie nu al verzekeren dat ik hier altijd aan tekort zal komen. Dat wordt één groot fiasco! Misschien dat jij dat beter weet te verhullen dan ik, de concrete mislukking van deze inspanning zal er echter niet minder om zijn. Een echt debacle, of je het nou verstopt of niet!

“Wij danken!” Wat is er nou zo bijzonder aan deze woorden? In de eerste plaats is er hier in de Griekse grondtekst helemaal geen sprake van meerdere woorden, maar slechts van één woord. Daarnaast geeft Paulus ons ook nog eens, zoals ik hierboven al enigszins verklapt heb, een heerlijk juichende boodschap mee die heel zijn dienst kenmerkt. Wat kenmerkt zijn dienst? Dat zijn de volle overstromende rijkdommen van Gods genade! Daarom duiken we nu maar even in het woord zelf.

“Wij danken!” Letterlijk in het Grieks: “eucharistoumen”.
Het “Wij” zit hem hier heel simpel in de vervoeging, oftewel de uitgang, van het Griekse woord “eucharisteo”.
Het woordje “charis” kennen we inmiddels wel. Dat betekent “genade”. Maar het woord dat Paulus hier gebruikt bestaat uit twee delen. Dat is “eu” en dat is als tweede deel “charisteo”, dat afgeleid is van “charizomai”, oftewel in het Nederlands “genade bewijzen”. Dat eerste deel “eu” betekent “goed” of “voortreffelijk”. Waar Paulus hier in dit begin van de brief al op wijst is dat hij van de voortreffelijke genade spreekt of de goede genade bewijst. Paulus begint hier dus niet met een aanmoediging aan ons adres om toch maar vooral in alle omstandigheden die moeilijke taak van altijd maar dankbaar zijn vol te houden. Hij weet toch zeker dat jij daar niks van bakt? Dat is nou juist zijn hele onderwijs. Nee, hij wijst ons op die goede, voortreffelijke genade. Vanuit die voortreffelijke genade bespreekt hij altijd alles met Vader God als hij voor de gelovigen bidt. Wat een heerlijke boodschap!

Om dit (Wij danken) mooi af te sluiten komen hier de andere tekstplaatsen met ditzelfde onderwerp.
1 Thessalonica 1: 2 Wij danken God altijd voor jullie allemaal,
1 Thessalonica 2: 13
Wij danken God ook zonder ophouden,
Openbaring 11: 17
Wij danken U, Heer, God, Almachtige,

B/ Colosse 1: 3 Wij danken de God en Vader van onze Heer Jezus Christus altijd,
Het is de Vader van onze Heer Jezus Christus, namelijk God zelf, met Wie Paulus hier telkens als hij voor de gelovigen bidt die voortreffelijke genade bespreekt en deelt. Over het onderscheid dat Paulus hier opnieuw aanbrengt tussen wie God is en wie de Heer is hebben we in de behandeling van de vorige Bijbeltekst al uitvoerig stil gestaan. Daarmee wil ik nu dan ook volstaan.

C/ Colosse 1: 3 Wij danken … altijd, als wij voor jullie bidden,
Het woordje “Altijd” zou taalkundig net zo goed op het danken kunnen terugslaan als dat het vooruit in de zin heen wijst naar het bidden. Zou Paulus het hier echter over een altijd maar door bidden voor deze gelovigen spreken, dan zouden de andere gelovigen in zijn gebedsleven dus nooit een plek kunnen innemen, laat staan dat er nog ruimte zou zijn voor de ongelovigen.
Filippenzen 1:9 Ik bid dat jullie liefde nog meer en meer mag toenemen in kennis en alle inzicht,

Nee, telkens wanneer Paulus voor de gelovigen aan het bidden is, dan spreekt hij over die voortreffelijke genade van God. Genade is bij Paulus het onderwerp van zijn boodschap als het gaat over de redding van ons individueel en de redding van iedereen collectief. Genade is ook het onderwerp van Paulus boodschap wanneer het gaat over de praktijk van het geloofsleven. Nu blijkt dat ook als Paulus in gebed is voor alle gelovigen dat hij niet bezig is met alle omstandigheden van die gelovigen, waarbij hij via gebed invloed poogt uit te oefenen op de plannen van God, maar dat hij met God de krachtige werking van Gods onvoorwaardelijke genade in het leven van de gelovigen bespreekt. Telkens als hij ging bidden, dan werd zijn aandacht weer gericht op die voortreffelijke genade van God. Kijk, zo concreet was die genade voor Paulus.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende