U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Colosse 1: 7 (2e deel)

Colosse 1: 7 (De genade van God in waarheid), zoals jullie die geleerd hebben van Epafras, onze geliefde samen-slaaf, die een gelovend dienaar van Christus is voor jullie,
C/ Epafras is een gelovend dienaar van Christus
Colosse 1: 7 Epafras, …, die een gelovend dienaar van Christus is voor jullie,

Is dit nou niet dubbelop? Hier zegt Paulus eerst dat Epafras een samen-slaaf is en dan lijkt hij diezelfde bewering nog een lichtjes over te doen met de uitspraak dat hij een trouwe dienaar is. Je zou haast denken dat Paulus hem hier een klopje op de schouder geeft en hem een eremedaille voor verdienste op de borst spelt. “Nou jongen, jij hebt je werk nog eens goed en trouw uitgevoerd! Mijn complimenten!” Is dat het plaatje dat Paulus hier tekent? Moeten we dus eventjes Gods werk in genade aan Epafras aan de kant schuiven? En zou dat dan ook voor elke dienaar van Christus gelden, zoals bijvoorbeeld ook Tychicus?
Efeziërs 6:21 Tychicus, de geliefde broeder en gelovend dienaar in de Heer,
Colossenzen 4:7 Tychicus, de geliefde broeder en gelovend dienaar en samen-slaaf in de Heer,

Iedereen die een beetje kan lezen zal wel al ontdekt hebben dat ik het bijvoeglijk naamwoord “trouw” hier veranderd heb in “gelovend”. Hoe haal ik dit nou weer in mijn hoofd? Het Griekse woord “pistos”, dat hier in de grondtekst staat, kan in het Nederlands weergegeven worden met “gelovend”, “vertrouwend” of “trouw”. Zie je de connectie? Gelovend en vertrouwend, daarvan kunnen we nog wel direct zien dat dit woord eigenlijk dezelfde betekenis heeft. Als je iemand gelooft, dan vertrouw je die persoon. Okay! Maar daar waar dat geloof of vertrouwen actief werkzaam is, daar is sprake van trouw. Je kan dus zeggen dat trouw geloof in actie is. Geloof ik iemand niet, dan is trouw gelijk foetsie. Ja, ik weet het, voor de schijn kunnen mensen behoorlijk wat doen. Dan lijkt het of iemand bij een bepaald persoon hoort, maar feitelijk vertrouwt hij hem allang niet meer. Dat is dan Bijbels gezien geen trouw. Iemand die niet te vertrouwen is kan je simpelweg niet trouw blijven. Dat is tegenstrijdigheid in handelen.

Dat geloven is niet meer terug te vinden in de hedendaagse betekenis van het woordje “trouw”. Toch is dat de primaire inhoud van het Griekse woordje “pistos”. Vandaar dat ik de keuze maak om hier te vertalen met “gelovend”. Epafras is een gelovend dienaar. Bekijken we dan ook nog eens dat woordje “dienaar” op dezelfde manier, dan komen we helemaal in een vreemde willekeurige wirwar aan vertalingen van dit woordje terecht. De Bijbelvertalers hebben dit woordje namelijk de ene keer zus weergegeven en de andere keer zo, net naar gelang men er een onderdanige dienaar mee wilde aangeven of dat men er een gezaghebbend ambtsdrager mee wilde schetsen.

Het woord, waar het hier allemaal om draait is “diakonos”. Jazeker, daar herkennen we gelijk het ons bekende woord “diaken” in terug. Maar kunnen we nu zomaar, omdat hier toch wel overduidelijk dit woord wordt gebruikt, aannemen dat Epafras dus een diaken van de kerk in Colosse was? Nou, dan hebben we op zich al een vreemde kijk op dat groepje gelovigen in Colosse, namelijk dat het een kerk zou zijn. We zouden eventjes voor het gemak ook maar hebben overgeslagen dat hij een diakonos van Christus is en dus niet van de kerk. Nee, willen we serieus de Schrift onderzoeken, dan zullen we het gebruik van dit woord verder moeten uitpluizen in die Schrift zelf.

We pakken even een reeks voorbeelden van de manier waarop de Schriften zelf dit Griekse woord “diakonos” gebruikt. Dat kan niet anders dan duidelijkheid geven.

1/ Doe nou niet zo moeilijk! Diaken, dat is toch zeker een diaken in de kerk?
Filippi 1:1 Paulus en Timotheüs, slaven van Jezus Christus, aan alle heiligen in Christus Jezus, die te Filippi zijn, met de opzieners en diakonois:
1 Timotheüs 3:8
Diakonous moeten eveneens dittem en dattum, zussem en zo….
1 Timotheüs 3:12
Diakonoi moeten mannen van één vrouw zijn en huppeldepup…..
2/ Wie de Heer volgde was de diakonos van de Heer.
Johannes 12:26 Als iemand Mij (Jezus Christus) dient, dan volgt hij Mij; en waar Ik dan ben, daar zal dan ook Mijn diakonos zijn.
3/ De overheid de diakonos van God.
Romeinen 13:4 Zij is Gods diakonos ten gunste van jullie. Maar als jullie kwaad doen, vrees dan; want zij draagt het zwaard niet tevergeefs; want zij is Gods diakonos,
4/ Jezus Christus: Besnijdenis diakonon
Romeinen 15:8 Jezus Christus is besnijdenis diakonon geworden,
5/ Zuster Fébe, diakonon van de gemeente
Romeinen 16:1 Fébe, onze zuster, die diakonon is van de gemeente die in Kenchreeën is,
6/ Paulus & Apollos, diakonous van het nieuwe verbond
2 Corinthiërs 3:6 die ons ook bekwaam gemaakt heeft als diakonous van het nieuwe verbond,
7/ Paulus, diakonos van het evangelie
Efeziërs 3:7 Het evangelie, waarvan ik diakonos geworden ben naar de gave van de genade van God, die mij gegeven is naar de werking van zijn kracht.
Colossenzen 1:23
Het evangelie, dat jullie gehoord hebben en dat gepredikt is in de hele schepping die onder de hemel is, waarvan ik, Paulus, diakonos geworden ben.
8/ Paulus, diakonos van het lichaam van Christus
Colossenzen 1:25 Christus lichaam, de gemeente. Haar diakonos ben ik geworden,
9/ Timotheus, Gods diakonon
1 Thessalonicenzen 3:2 Timotheüs, onzen broeder, en Gods diakonon,

Is het eigenlijk niet belachelijk dat het allereerste punt in deze reeks de grootste invloed heeft gekregen, waardoor we bij diakonos altijd aan diakenen denken, kerkelijke gezagsdragers. Zien we niet telkens terugkomen dat dit dienen betrekking heeft op gelovigen en ongelovigen, op mannen en vrouwen, dus een enorm rijke verscheidenheid aan personen en zelfs instellingen. Zien we niet telkens terugkomen dat dit dienen het resultaat is van de bekwaamheid van de Heer, die Zijn genade werkt in overeenstemming met de werking van Zijn kracht. Grandioos toch hoe Gods genade ook hier weer centraal staat?

Nog even iets taalkundigs. Op zich zegt het al heel wat dat dit zelfstandig naamwoord “diakonos” afgeleid is van het basiswoord, het werkwoord “diako”, wat je dan weer heel simpel kan vertalen met “boodschappen doen”. Binnen het hele samenspel van al die slaven (de samen-slaaf) is Epafras dus een boodschappenjongen van Christus en dat is dan wel specifiek ten gunste van deze gelovigen in Colosse. Het was in die zin ook dat de Heer hem gebruikte om deze gelovigen te onderwijzen in de genade van God in waarheid.

Wat een heerlijke werkelijkheid van Gods overvloeiende rijkdommen aan genade dat wij gezamenlijk samen-slaven zijn, gekocht en betaald, en dat de Heer ons 24/7 leidt, bestuurt, vormt, beschermt, beheerst. Wat grandioos om te beseffen dat we als gelovende dienaren volkomen afhankelijk zijn van de genade van God, die ons gegeven is in overeenstemming met de werking van Gods kracht. Jij en ik, we mogen een Epafras zijn, eentje waarvan God getuigt dat we beminnelijk zijn, eentje die God gebruikt om Zijn heerlijk onderwijs door te geven. Dat hoeft niet te zijn zoals God mij of een andere uitlegger van de Schrift gebruikt. Dit werkt God bij een ieder op zijn eigen specifieke manier. Wat een genot aan genade!

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende