U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Colosse 1: 7 (1e deel)

Colosse 1: 7 (De genade van God in waarheid), zoals jullie die geleerd hebben van Epafras, onze geliefde samen-slaaf, die een gelovend dienaar van Christus is voor jullie,
A/ De gelovigen in Colosse hebben de genade van God in waarheid geleerd van Epafras
B/ Epafras is een geliefde samen-slaaf
C/ Epafras is een gelovend dienaar van Christus
Doordat het dienaar zijn (Punt C) een uitgebreid onderwerp wordt, komen in deze studie alleen A & B aan bod.

A/ Colosse 1: 7 (De genade van God in waarheid), zoals jullie die geleerd hebben van Epafras,
De gelovigen in Colosse hebben de genade van God in waarheid geleerd van Epafras. Hier komt Epafras dus voor de eerste keer in deze brief naar voren. Hij is degene, die de gelovigen in Colosse heeft onderwezen. Wat hij heeft onderwezen is hier samengebald in de ons reeds uit de vorige Bijbeltekst bekende uitdrukking “De genade van God in waarheid”. Het is opvallend dat dit de omschrijving is van zijn onderwijs. De genade in waarheid stond bij hem dus overduidelijk centraal. Voor Paulus een heel goede basis om in zijn onderwijs aan deze gelovigen in Colosse op door te bouwen.

Colosse 3:16 Laat het woord van Christus rijkelijk (rustend) in jullie wonen; leert en vermaant elkaar (rustend) in alle wijsheid, met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen, (rustend) in genade als jullie tot God zingen (rustend) in jullie harten.
Colosse 4:6 Jullie woord is altijd (rustend) in genade, met zout besprengd,
Hier zien we de twee keren dat Paulus verder doorgaat in zijn onderwijs en dan wijst hij op de basis van genade, waar de gelovigen in rusten en van waaruit elke praktische omgang voortkomt.

Paulus gebruikt nog een van genade afgeleid woord om op de werking van Gods genade in waarheid te wijzen.
Colosse 2:13 Toen jullie dood waren (rustend) in de misdaden en de onbesnedenheid van jullie vlees, heeft Hij jullie mee levend gemaakt met Hem (Christus Jezus), genade bewijzend over al jullie misdaden.
Colosse 3:13 Bewijs elkaar genade, als de één tegen de ander een klacht heeft; zoals ook Christus jullie genade bewezen heeft, zó ook jullie.
Wanneer we straks concreet bij die Bijbelteksten aankomen, dan gaan we op dit werkwoord in. Wat in vrijwel alle vertalingen wordt weergegeven met “vergeven” staat in de grondtekst overduidelijk als één werkwoord “genade bewijzen”. Paulus bouwt door op de boodschap van Gods genade in waarheid, die zij van Epafras geleerd hadden. Die vertalers hebben waarschijnlijk niet zo´n vooropleiding gehad als van Epafras. Ze hadden daar geen enkele sjoege van met hun weergave van “vergeven”.

De naam Epafras betekent de beminnelijke of de lieflijke of de vriendelijke. Het lijkt me heerlijk om van zo´n vriendelijke man niet anders dan genade onderwezen te krijgen. In al het beminnelijke, het lieflijke of vriendelijke mag je gelijk al de vrucht van die genade Gods bij deze man in waarheid proeven. Paulus roept ons op om nou juist niks anders dan dit te bedenken.
Filippi 4:8 Alles wat waar, alles wat eerbaar, alles wat rechtvaardig, alles wat rein, alles wat beminnelijk, alles wat welluidend is, als er enige deugd en als er enige lof is, bedenkt dat.
En wat gaan we dan bedenken?
Colosse 3:2 Bedenkt de dingen die boven zijn, niet die op de aarde zijn.
Op zich was zijn naam dus al een verkondiging hiervan.

Epafras, de vriendelijke, de beminnelijke, was gewoon eentje van de gelovigen in Colosse. Blijkbaar heeft hij Paulus in de gevangenis opgezocht, waardoor Paulus hem aan het eind van de brief zijn vrienden ook nog laat groeten.
Colossenzen 4:12 Epafras doet jullie de groeten, hij is één van jullie, een slaaf van Christus Jezus, die altijd voor jullie strijdt in de gebeden opdat jullie zullen vaststaan, volmaakt en voleindigd in de hele wil van God.
Epafras was dan wel eventjes niet bij zijn vrienden, maar ze waren duidelijk geen moment uit zijn gedachten. Voor hem betekende dat dan ook maar gelijk dat hij voor hen bidt. En je ziet in de woorden, die Paulus hier gebruikt, dat zo´n gebed van Epafras behoorlijk ver gaat. Maar die uitleg komt vanzelf wel aan de orde als die tekst aan de beurt is.

B/ Colosse 1: 7 Epafras, onze geliefde samen-slaaf,
Epafras is een geliefde samen-slaaf. Nee, het is nog exacter de tekst volgend als we hierbij ook nog eens de nadruk leggen op “onze”. Epafras was dus de geliefde samen-slaaf van Paulus, maar ook van deze gelovigen in Colosse. Let op wat er staat!!! Er staat absoluut niet dat Epafras de slaaf van Paulus en deze gelovigen in Colosse was. Nee, hij is hun samen-slaaf.

Slavernij. We hebben daar allerlei ethische oordelen over, maar het bijzondere is dat we de Schriften niet voor dat karretje van ons ethisch oordeel kunnen spannen. De Bijbel spreekt daar namelijk niet zo gekleurd over als dat wij dat doen. In de hele Schrift is er geen vooringenomen standpunt over slavernij. De manier waarop de Schrift erover spreekt is neutraal. Wij hebben het in onze maatschappij als puur slecht verbannen. Daarom kunnen we vanuit onze huidige maatschappij geen voorbeeld destilleren van wat een slaaf is. Laat staan van wat een samen-slaaf is. Daarom hebben de meeste vertalingen dit voor de hedendaagse mensheid aanstootgevende woord weg vertaald naar een sociaal stukken beter geaccepteerd woord. Maar dat verandert natuurlijk niks aan de grondtekst, die over slaven en samen-slaven spreekt.

Wat is een slaaf Bijbels gezien?
De maatschappij van Paulus en deze gelovigen in Colosse wist wat een slaaf was. Van de 120 miljoen mensen, die er in het Romeinse Rijk waren, was de helft slaaf. Dan gebruikt Paulus ook nog eens precies het woord ‘doulos’. Dat is de minste onder de slaven. Een ‘doulos’ slaaf was er zo één die totaal beheerst werd door zijn meester. Zo één die op de slavenmarkt gekocht is en daar is terechtgekomen als gevangene uit een vijandelijk land. Wij zijn slaven van Jezus Christus. Hij heeft ons met Zijn bloed van de vijand (satan) gekocht. We horen Hem totaal, compleet toe.
1 Corinthe 6: 19 & 20 Je bent niet van jezelf! Jij bent gekocht en betaald!

Een doulos-slaaf zit volkomen onder de controle van de meester. De slaaf maakt geen keuzes. Dat hoeft het niet te doen want die keuzes worden door de meester bepaald. Een doulos-slaaf wijdt zich niet nog wat meer toe aan zijn meester simpelweg omdat er al geen enkel facet van de doulos-slaaf niet de meester toebehoort. Alles bepaalt de meester.

Wij zijn slaven van Christus.
Romeinen 1:1 Paulus, slaaf van Jezus Christus,
1 Corinthiërs 7:22 Ook de vrije, die geroepen is, een slaaf van Christus.
Filippi 1:1 Paulus en Timotheüs, slaven van Jezus Christus,
Colosse 4:12 Epafras, …, een slaaf van Christus Jezus,
Titus 1:1 Paulus, slaaf van God
Jakobus 1:1 Jakobus, slaaf van God en van de Heer Jezus Christus,

Colosse 1: 7 Epafras, onze geliefde samen-slaaf,
We zijn gekocht en betaald door onze Heer Jezus Christus. Dat maakt ons zowel een slaaf van Jezus Christus als van God. Maar hoe zit het dan met Epafras, die toch samen-slaaf was van Paulus en de gelovigen in Colosse. Nou, laat het eens en voor altijd duidelijk zijn dat niemand in de dienst van God een slaaf van mensen kan zijn.
1 Corinthiërs 7:23 Jullie zijn duur gekocht, wordt dus geen slaven van de mensen.
Epafras kon dus onmogelijk hier een uitzondering op zijn. Dat is echt net zo onmogelijk als dat iemand een slaaf van een kerkgenootschap kan zijn. Oei, denk daar eens over na!

Er komt verderop in deze brief nog iemand langs die zo´n samen-slaaf is.
Colossenzen 4:7 Alles over mij, zal Tychicus, de …. samen-slaaf in de Heer, jullie bekend maken.
Het Griekse woordje “sun”, dat telkens gebruikt wordt om dat “samen” aan te geven wijst op een volkomen samen tot een eenheid samengevoegd zijn. Het helemaal versmolten zijn tot één. We zullen daar regelmatig allerlei voorbeelden van tegenkomen in deze brief. Met het aankopen van ons als slaven 2.000 jaar terug heeft de Heer ons gelijk tot een volkomen eenheid samen gevoegd. Ik ben slaaf van God, maar Tychicus is dat ook en Paulus is dat ook en die gelovigen in Colosse zijn dat ook en zo ben jij dat ook. We zijn dat samen met elkaar. Zo ben ik jullie samen-slaaf in de Heer en jij bent mijn samen-slaaf in de Heer, maar we zijn geen slaven van elkaar. Wij zijn samen-slaven van elkaar, zoals broers ook broers van elkaar zijn door hun gezinsverbondenheid.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende