U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Colosse 1: 6 (3e deel)

Colosse 1: 6 de dag dat jullie de genade van de God in waarheid van boven gekend (epegnote) hebben.
H/ Is het van boven kennen, of het op denken, net zoiets als gewoon kennen?

Een bijzondere dag. De dag waar Paulus hier over schrijft is een aparte dag. Op die dag hebben we niet simpelweg kennis gekregen aan de genade van God, die in waarheid rust. Er staat namelijk niet “Gnosis” in het Grieks. Dan was het “Kennis” geweest. Nee, we hebben er “Epignosis” aan gekregen. Dat is zoals Paulus het hier in het Grieks uitdrukt. “Epi” betekent “Op”, of “over”, of “van bovenaf”. Het gaat hier dus over kennis die op of over ons rust, of die van bovenaf is.

Voordat ik op de Bijbelse lijnen inga, bekijken we hoe deze uitdrukking in het gewone dagelijkse Griekse leven werd gebruikt. “Epignosis” stond onder het volk gewoon bekend als een soort volledig kennen. Laten we voor een voorbeeld het iets dichter bij huis halen. Zo is het dat een heleboel mensen Machtelt kennen. Sommigen hebben wel eens iets over haar gehoord of gelezen. Die kennen haar daarvan. Dat is “gnosis”. Anderen hebben haar wel eens gesproken of iets van haar gelezen. Die hebben ook kennis over haar, maar het blijft nog gewoon “gnosis” omdat zo´n stukkie, dat ze geschreven heeft, alleen maar een deel van haar blootlegt. De buren van Machtelt kennen haar een stuk beter, maar het blijft slechts bij wat ze zo oppervlakkig van haar kunnen waarnemen. Daarom blijft die kennis ook nog steeds gewoon “gnosis”. Haar kinderen kennen behoorlijk wat van haar, maar nog steeds niet helemaal en daarom blijft hun kennis ondanks alles toch “gnosis”. Heel misschien mag ik, als de man van Machtelt, zeggen dat ik haar volledig ken (epignosis)? Eigenlijk denk ik dat de enige, die haar echt volledig kent Machtelt zelf is en God. Dat kan je in de volksmond dan ook absoluut een “epignosis” noemen.

Het ten volle kennen zit hem helemaal in de intieme relatie, die er ligt.
Mattheüs 11:27 Niemand kent (epiginoskei) de Zoon dan de Vader, en niemand kent (epiginoskei) de Vader dan de Zoon,
Theologen zouden wellicht durven beweren dat ze Hen allebei kennen (Vader & Zoon), maar dat blijft bij een soort van gnosis. De intieme relatie, die de Heer hier beschrijft, die veroorzaakt het ten volle kennen, oftewel de epignosis.

Een mooie tekening van het verschil tussen “Gnosis” en “Epignosis” geeft Paulus in de volgende tekst:
1 Corinthe 13: 12 Nu ken (ginosko) ik onvolkomen, maar dan zal ik kennen (epignosomai), zoals ook ik gekend (epegnosthen) ben.
Deze tekst tekent het verschil tussen kennis, die als gave gewerkt werd in de plaatselijke gemeentes van het nieuwe verbond en de bovenkennis, die ontstaat door de werking van de volledige Schriften, zoals wij die nu hebben. Het kennen (gnosis) door middel van profetieën leverde altijd maar een stukje op. Zo kreeg je nooit een volledige kennis van God en Zijn plan. Nu hebben we de complete Schriften en die onderwijzen ons volledig in wie God is en wat Zijn plan is.

Hoe gebruikt Paulus dit woord? Let op! Paulus voegt er een diepere lading aan toe.
Efeze 1: 17 (Voor elkaar bidden) opdat de God van de Heer van ons, Jezus Christus, de Vader van de heerlijkheid, aan jullie geeft Geest van wijsheid en van openbaring rustend in bovenkennis (epignosei) van Hem:
Dus: God geeft van bovenaf Zijn speciale kennis. Niet te verwarren met onze menselijke kennis. Kennis die van bovenaf werkt. Hier in Efeze is het dan het kennen van God in een intieme relatie. God kennen zoals Hij ons kent. In die bovenkennis mag jij nu rusten. In die bovenkennis van God

God geeft
Efeze 1: 17 opdat de God van de Heer van ons, Jezus Christus, de Vader van de heerlijkheid, aan jullie geeft
Niet ik/jij/de leraar/de voorganger/de dominee breng die kennis bij. God geeft. Je verkrijgt het niet door mijn inspanning of door je eigen inspanning. God geeft. Je krijgt het niet te pakken door een eigen keuze of beslissing. God geeft!

Epignosis kan dus heel gewoon menselijk een nadere of een vollere kennis van een zaak betekenen. Bijvoorbeeld doordat we niet alleen theoretisch een bepaalde leer onderschrijven, maar dat ook in de dagelijkse praktijk bevestigd hebben gekregen. Dan zou je het kunnen weergeven met een ten volle kennen. Letterlijk, door het gebruik van het voorvoegsel “epi” kan je er echter niet omheen waar die kennis concreet vandaan komt. Het is op je gekomen, of het is over je gekomen, of je hebt het van boven ontvangen. Die hele gedachte wordt heel nadrukkelijk extra bevestigd door Paulus uitspraak in Efeze 1: 17: “God geeft!”

Colosse 1: 6 de dag dat jullie de genade van de God in waarheid van boven gekend (epegnote) hebben.
Wat is dus concreet die dag gebeurd? Die dag hebben ze van Epafras het evangelie, het blijde nieuws, gehoord. Ze hebben Epafras niet alleen de woorden horen uitspreken, maar de boodschap is ook nog eens stevig doorgedrongen. We hadden in voorgaande studies al ontdekt dat het horen van dat goede bericht zo ver ging. Maar nu hebben ze ook nog eens die bovenkennis ontvangen. Wat is nou het extra hiervan in deze tekst?

Epafras heeft hen niet alleen maar onderwezen in de genade van God in waarheid. Die genade van God in genade is een radicaal doorgewerkte werkelijkheid geworden in hun leven doordat God dit op hen gelegd heeft. Daar valt voor hen niet meer vanaf te komen omdat het niet alleen maar een lesje is, die ze overgenomen hadden van Epafras, maar omdat God dit in hun wezen gebrand heeft. De genade van God in waarheid is een volle, doorleefde wetenschap voor hen geworden.

Hier in vers 6 van dit eerste hoofdstuk hebben we dus de start van deze volle kennis, die van boven komt, een kennis van de genade van God in waarheid. Maar als de genade van God zo in waarheid gekend wordt, dan gaat dat ook verder doorwerken. Kijk maar alvast naar de volgende vier punten!
1e. Paulus bidt voor hen dat ze vol mogen raken met de bovenkennis van Gods wil.
Colosse 1: 9 Dat jullie vervuld mogen worden met de kennis (epignosin) van Zijn wil, in alle wijsheid en geestelijk inzicht,
2e. Die bovenkennis van God werkt een waardige wandel bij hen uit, een leven waarin God plezier heeft, een vrucht dragen in elk goed werk en dan ook nog eens hun groei.
Colosse 1: 10 om de Heer waardig te wandelen, in alles hem welbehaaglijk, en in alle goed werk vrucht te dragen en op te groeien door de kennis (epignosin) van God,
3e. Er komt een kennis van bovenaf van de verborgenheid van God.
Colosse 2: 2 Tot in kennis (epignosin) van de verborgenheid van God,
4e. De nieuwe mens wordt vernieuwd tot in bovenkennis, die overeenstemt met Christus.
Colosse 3: 10 Jullie hebben de nieuwe mens aangedaan, die vernieuwd wordt tot in kennis (epignosin), in overeenstemming met het beeld van Hem die hem geschapen heeft.

Alleen al over die epignosis hebben we dus nog geweldige studies binnen deze brief aan Colosse voor de boeg. Wat een prachtig werk van Gods overvloeiende rijkdommen aan genade zien we alleen al in deze vier punten, die er nog aan staan te komen.

Vriend/vriendin, God heeft jou en mij van boven die genade van God in waarheid doen leren kennen. Wat een genot!

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende