U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Het Geestelijk Lichaam In De Opstanding

1 Corinthe 15: 42-46 Zo is het met de opstanding van de doden. Er wordt gezaaid in vergankelijkheid, en opgewekt in onvergankelijkheid; er wordt gezaaid in oneer, en opgewekt in heerlijkheid; er wordt gezaaid in zwakheid, en opgewekt in kracht. Er wordt een natuurlijk [psuchikos = ziels] lichaam gezaaid, en een geestelijk lichaam opgewekt. Is er een natuurlijk [psuchikos = ziels] lichaam, dan bestaat er ook een geestelijk lichaam. Aldus staat er ook geschreven: de eerste mens, Adam, werd een levende ziel; de laatste Adam een levendmakende geest. Doch het geestelijke komt niet eerst, maar het natuurlijke [psuchikos = zielse], en daarna het geestelijke.
Waar zien we naar uit? Romeinen 8: 23 En niet alleen zij, maar ook wij zelf, wij, die de Geest als eerste gave ontvangen hebben, zuchten bij onszelf in de verwachting van het zoonschap: de verlossing van ons lichaam.
Die verlossing van ons lichaam is dat het lichaam deel zal krijgen aan die hoge verheerlijkte positie wat bij het zoonschap hoort.
Velen geloven dat ons lichaam reeds verlost is omdat dat in het totaalpakket van het werk van Christus op het kruis inbegrepen is. Inderdaad is het in dat totaalpakket inbegrepen, alleen vergissen deze gelovigen zich in het tijdstip dat ons lichaam door genade verlost zal worden. We zijn nu nog zwak, ziek en vermoeid. We kunnen oververmoeid en zelfs uitgeput raken. We hebben veel slaap nodig en brengen een groot deel van ons leven zelfs onbewust door. Maar in ons nieuwe lichaam worden we nooit meer moe. “Schoon zij wandelen, worden ze niet moe.” Wat heerlijk, nooit meer moe. Nooit meer hoeven te rusten. Geestelijk en lichamelijk zijn we in de opstanding 100 % voor de Heer.

We hebben nu te maken met een lichaam van vlees en bloed, dat beheerst wordt door de 5 zintuigen. Dat is concreet de inhoud van ons zielse lichaam. Dat lichaam kan nooit het Koninkrijk Gods beërven.
1 Corinthe 15: 50 Dit spreek ik evenwel uit, broeders: vlees en bloed kunnen het Koninkrijk van God niet beërven en het vergankelijke beërft de onvergankelijkheid niet.
Ook dit is weer een aanwijzing dat het om het zaaien tijdens het leven gaat. Het gaat om een bezield lichaam. Als we gestorven zijn wordt ons lichaam niet beheerst door onze 5 zintuigen.

Het opstandinglichaam is echter een geestelijk lichaam, oftewel hij wordt beheerst door de Geest. Een geestelijk lichaam is een lichaam dat niet gebonden is aan natuurwetten. Het is een zelfstandig, onafhankelijk lichaam, vrij van stoffelijkheid, ruimte en tijd. Vrij van stoffelijkheid, het kan eten zonder het te moeten Lucas 24: 41). Vrij van ruimte, het kan door gesloten deuren binnenkomen (Joh. 20: 19). Vrij van tijd, want het is onvergankelijk (vers 42).
1 Corinthe 15: 45 Aldus staat er ook geschreven: de eerste mens, Adam, werd een levende ziel; de laatste Adam een levendmakende geest.

Er staat dus niet: “Adam ontving een levende ziel”. Nee, Adam werd een levende ziel. Lezen we makkelijk over heen. Het is inmiddels bij velen al zover in geprogrammeerd dat ze dit lezen en dan concluderen: “Zie je wel, wij mensen hebben een ziel”. Nee, hij werd het. Begrijp goed dat dit eigenlijk al per definitie de mogelijkheid van zo´n Bijna Dood Ervaring van een ziel los van het lichaam uitsluit. Er is Bijbels gezien geen ziel los van het lichaam.

Hierin zit geen onderscheid tussen ons en het dierenleven. Ook van hen staat in Genesis 1 dat ze levend werden, oftewel ziels. Adam, oftewel de mens, ontving dus geen geestelijk leven, maar een ziels leven. Christus, de laatste Adam, is de werkelijk geestelijke mens. Het is aan Hem te danken dat wij in de opstanding het geestelijk lichaam zullen ontvangen.
Filippensen 3: 20 & 21 Want wij zijn burgers van een rijk in de hemelen, waaruit wij ook de Here Jezus Christus als verlosser verwachten, die ons vernederd lichaam veranderen zal, zodat het aan zijn verheerlijkt lichaam gelijkvormig wordt, naar de kracht, waarmede Hij ook alle dingen Zich kan onderwerpen.
Het leven wat Christus ontving in de opstanding geeft Hij zelfs lichamelijk ook door aan ons.

1 Korinthe 15: 46 Doch het geestelijke komt niet eerst, maar het natuurlijke, en daarna het geestelijke.
Lichamelijk hebben we dus nog steeds geen deel aan het geestelijke, wat sommige religieuze leiders ons misschien ook proberen wijs te maken. Straks, in de opstanding, hebben we een geestelijk lichaam met alle consequenties van gezondheid van dien. Nu hebben ook wij nog een natuurlijk, of beter gezegd een ziels lichaam, dat uiteindelijk sterft.

1 Korinthe 15: 49 En gelijk wij het beeld van de stoffelijke gedragen hebben, zo zullen wij het beeld van de hemelse dragen.
Filippensen 3: 21 die ons vernederd lichaam veranderen zal, zodat
het aan zijn verheerlijkt lichaam gelijkvormig wordt, naar de kracht, waarmede Hij ook alle dingen Zich kan onderwerpen.
1 Johannes 3: 2 Geliefden, nu zijn wij kinderen Gods en het is nog niet geopenbaard, wat wij zijn zullen; maar wij weten, dat, als Hij zal geopenbaard zijn,
wij Hem gelijk zullen wezen; want wij zullen Hem zien, gelijk Hij is.

Lichaam, geest en ziel is dus het geheel van mijn persoonlijkheid. Laat ik me beheersen door de ziel, dan hebben de vijf zintuigen het a.h.w. voor het zeggen. Ik laat me dan beheersen door wat ik voel, ervaar en meemaak. De indrukken van buitenaf. Laat ik me beheersen door de Geest, dan heeft hetgeen wat ik weet vanuit Gods Woord het voor het zeggen. Ik laat me dan beheersen door wat ik vanuit de Bijbel weet.

In dit leven tot de dood heb ik te maken met een ziels lichaam. Het geestelijk lichaam is pas sprake van na de opstanding. Mijn hele bestaan nu tot aan de dood wordt gekenmerkt door vergankelijkheid, oftewel draagt de dood al in zich en werkt daar naar toe. Dat is nu eenmaal het kenmerk van het zielse lichaam. Paulus noemt dat hier ook oneer en zwakheid. Paulus prediking op veel andere plaatsen is hier ook helemaal mee in overeenstemming. Ik hoef nergens in Paulus onderwijs te strijden tegen die oneer, tegen die vergankelijkheid of tegen die zwakheid. Gods kracht werkt nou juist in onze zwakheid. Dat is wat Paulus beschrijft als genade voor dit bestaan.

Natuurlijk is onze hoop van de opstanding een heerlijke hoop. De dood blijft nou eenmaal een vijand. Het is en blijft het loon op de zonde. Geen mens ontkomt eraan. Die vijand is dus geen lieftallige vriend die ons een weg ontsluit naar een paradijselijke sfeer. Dat is typisch de leugen van satan “Jullie zullen zeker niet sterven”. Laat dat nou juist de voorstelling van BDE´s zijn. Die dood zal ons doen slapen tot aan de opstanding. Dan zullen we opstaan in onvergankelijkheid, in heerlijkheid en in kracht. Dat is een heerlijk uitzicht. Dat is onze hoop. In Christus zullen allen levend gemaakt worden.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende