U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Gezaaid Ziels Lichaam/Opgestaan Geestelijk Lichaam

Paulus zelf brengt heel nadrukkelijk onderscheid aan tussen geest & ziel.
1 Corinthe 15: 42-46 Zo is het met de opstanding van de doden. Er wordt gezaaid in vergankelijkheid, en opgewekt in onvergankelijkheid; er wordt gezaaid in oneer, en opgewekt in heerlijkheid; er wordt gezaaid in zwakheid, en opgewekt in kracht. Er wordt een natuurlijk [psuchikos = ziels] lichaam gezaaid, en een geestelijk lichaam opgewekt. Is er een natuurlijk [psuchikos = ziels] lichaam, dan bestaat er ook een geestelijk lichaam. Aldus staat er ook geschreven: de eerste mens, Adam, werd een levende ziel; de laatste Adam een levendmakende geest. Doch het geestelijke komt niet eerst, maar het natuurlijke [psuchikos = zielse], en daarna het geestelijke.
Hij gebruikt dus ziel en geest in de bijvoeglijke betekenis, oftewel hij heeft het over ziels en geestelijk. Dus het lichaam wordt beheerst door de geest of door de ziel. In beide gevallen is er, in tegenstelling tot Bijna Dood Ervaringen, bij het bewustzijn altijd sprake van het lichaam.

Wat er nogal eens, volkomen onterecht, gebeurt is dat een dominee/pastoor/voorganger/broeder nou juist dit gedeelte gebruikt bij een begrafenis. Dan kijkt men naar het gestorven lichaam en concludeert dat het een redelijk natuurlijk lichaam is en dan neemt men aan dat men met het begraven van dat natuurlijke lichaam iets zaait. Vandaar dat het lichaam aan de aarde wordt toevertrouwd. Ik heb totaal niks tegen een begrafenis, maar hier spreekt Paulus totaal niet over een begrafenis.

In de Bijbel heeft het zaaien eigenlijk in de meeste gevallen ook de directe toepassing. Vogels, die niet zaaien en maaien en toch voedt de hemelse Vader hen. Het gewone onderwerp van zaaien. Overdrachtelijk wordt het ook nogal eens toegepast op het zaaien van het Woord, wat dan in een goede (of slechte) akker van het hart landt. Hier, in 1 Corinthe 15, gaat het over het zaaien van jezelf. Dat is niet een dood lichaam in de akker van de aarde leggen, zoals men dat denkt uit te drukken in een begrafenis. Het gaat hier juist over een lichaam dat nog niet gestorven is, maar dat om opnieuw levend te worden wel eerst zal moeten sterven.
1 Corinthe 15:36 Dwaas! Wat je zelf zaait, wordt niet levend, of het moet gestorven zijn,

Er is dus sprake van een zaaien in dit leven.
Galaten 6:7-8 Dwaalt niet, God laat niet met Zich spotten. Want wat een mens zaait, zal hij ook oogsten. Want wie op de akker van zijn vlees zaait, zal uit zijn vlees verderf oogsten, maar wie op de akker van de Geest zaait, zal uit de Geest het leven van de aioon oogsten.
De toekomst in de opstanding hangt dus af van het zaaien in dit leven. Hier in Galaten staan vlees en (Gods) Geest tegenover elkaar voor de praktijk van het zaaien, zoals in 1 Corinthe 15 ziel en (eigen) geest ook tegenover elkaar staan. In Galaten gaan beide zaken over het hier en nu, terwijl in 1 Corinthe 15 het lichaam door de ziel beheerst aan deze kant van het graf staat en het lichaam door de geest beheerst aan de andere kant van de opstanding staat.

Aan deze kant van het graf hebben we van doen met een lichaam door de ziel beheerst. Ons lichaam door de ziel (beschreven in Corinthe) beheerst is ons vergankelijk vlees (beschreven in Galaten). We hoeven ons echter niet door de indrukken van ons vlees te laten leiden. Dat zou op de akker van ons vlees zaaien zijn. Ondanks dat we nog geen geestelijk lichaam hebben kunnen we ons wel door de Geest laten leiden. Daarvoor hebben we Gods Geest inwonend gekregen, die met onze geest getuigd dat we kinderen van God zijn. Gods Geest laten leiden, oftewel leven uit genade, is wat Paulus in Galaten dan beschrijft als zaaien op de akker van de Geest.
1 Corinthe 15:36 Wat je zelf zaait, wordt niet levend,

Nou zegt Paulus iets over dat zaaien in 1 Corinthe 15: 42-46. Ons zaaien vindt plaats in oneer en zwakheid. Voor onze praktijk is het dus juist essentieel te weten, dat wij geen sterkere personen zijn nu we geloven, maar dat we in onze zwakheid terug mogen vallen op de genade van God. We worden anders in ons zaaien telkens teleurgesteld door ons falen. Maar God faalt nooit.

Maar wat is dat zaaien in oneer? Het heeft niets te maken met het begraven worden in een oneervol graf. Het zaaien heeft te maken met ons leven hier en nu. Een vergelijkbare tekst is Filippensen 3: 21 die ons vernederd lichaam veranderen zal, zodat het aan zijn verheerlijkt lichaam gelijkvormig wordt, naar de kracht, waarmede Hij ook alle dingen Zich kan onderwerpen.
Ons lichaam is in het hier en nu vernederd. Fysiek gezien is het lichaam niet bedoeld om te sterven. Romeinen 5: 12 Daarom, gelijk door een mens de zonde de wereld is binnengekomen en door de zonde de dood, zo is ook de dood tot alle mensen doorgegaan, zodat allen gezondigd hebben;

De zonde heeft ons menselijk lichaam fysiek vernederd. Het lichaam werd zwak en ziekelijk. Het is onafwendbaar op weg naar de dood. Wat wordt er niet een pijn geleden. Ook moreel is ons lichaam hierdoor vernederd, of zoals het in onze tekst staat: het is oneervol geworden. Paulus riep het zelfs uit in Romeinen 7: 24 Ik, ellendig mens! Wie zal mij verlossen uit het lichaam van deze dood? Waar zien we dan ook naar uit? Romeinen 8: 23 En niet alleen zij, maar ook wij zelf, wij, die de Geest als eerste gave ontvangen hebben, zuchten bij onszelf in de verwachting van het zoonschap: de verlossing van ons lichaam.

Die verlossing van ons lichaam is niet, zoals de hele denkwereld waar die Bijna Dood Ervaringen ook een plek in hebben, dat wij als mensen bij de dood verlost worden van ons lichaam. Het is het lichaam zelf wat die verlossing zal meemaken, namelijk dat zoonschap waar Paulus daarvoor over schreef. Het lichaam zal deel krijgen aan die hoge verheerlijkte positie wat bij het zoonschap hoort. Kijk, en dan is daar sprake van dat geestelijke lichaam, oftewel ons eigen lichaam, maar dan door de geest beheerst.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende