U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

25. Redding door Gods genadewerk in medegelovigen
1 Corinthe 7:16 Want hoe kan je weten, vrouw, dat jij je man zult redden? Of hoe kan jij weten, man, dat jij je vrouw zult redden?
1 Corinthe 9:22 Voor allen ben ik alles geweest, om in elk geval enigen te
redden.
1 Corinthe 10:33 Ik ben allen in alles ter wille, niet om mijn eigen belang te zoeken, maar dat van zeer velen, opdat zij
gered worden.
2 Corinthe 1:6 Worden wij verdrukt, het is voor jullie tot troost en
redding.
1 Thessalonica 2:16 Zij
[de joden] verhinderen ons om tot de heidenen te spreken tot hun redding.
1 Timotheus 4:16 Zie toe op jezelf en op de leer, volhard in deze dingen; want door dit te doen zul je zowel jezelf als hen, die je horen,
redden.
Jakobus 5:20 Wie een zondaar van zijn dwaalweg terugbrengt, die zal zijn ziel van de dood
redden en tal van zonden bedekken.
Judas 1: 22-23 Weest barmhartig ten opzichte van sommigen, die twijfelen,
redt hen door hen uit het vuur te rukken,

Let wel! Ook onder het Nieuwe Verbond gold dat niemand een ander kon redden. Dat was en is Gods werk. Hier hebben we dan ook het genadewerk van God in de individuele gelovigen.

We kennen allemaal Paulus jubelende uitspraken hoe genade in zijn leven werkte. Hij had meer gearbeid dan wie dan ook, maar dat was hijzelf niet, maar de genade van God. Daardoor is hij wie hij is. Zowel onder het Nieuwe Verbond als tegenwoordig in het geheimenis is het altijd de genade van God, die het werk doet in de gelovigen.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende