U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Boosheid en oprechtheid

1 Corinthiërs 5:6-9 Jullie roem deugt niet. Weten jullie dan niet dat een beetje ZUURDEEG het hele deeg ZUUR maakt? Ruim het oude ZUURDEEG op, omdat jullie vers deeg mogen zijn, want jullie zijn toch zeker ongezuurd? Want ook ons Pascha, Christus, is geslacht. Laten wij daarom door blijven feesten, niet met oud ZUURDEEG, ook niet met ZUURDEEG van SLECHTHEID en boosheid, maar met ongezuurd brood van OPRECHTHEID en waarheid.

We hebben gekeken naar het beetje zuurdeeg en het oude zuurdeeg en hoe zuurdeeg door de Heer getekend wordt in de gelijkenissen van het koninkrijk der hemelen en hoe het zuurdeeg werkte onder de farizeeën en hoe het feitelijk nog altijd vaak werkt ook in ons leven. Maar nu worden we opgeroepen om feest te vieren, ja meer nog, om door te blijven feesten. Uit dit Bijbelgedeelte blijkt dan dat dit feesten van ons kan plaatsvinden door te putten uit oud zuurdeeg en ook door te putten uit zuurdeeg van slechtheid en boosheid, maar dat er ook heel best een heel andere bron kan zijn om vanuit te feesten, namelijk het ongezuurde brood van oprechtheid en waarheid.

Valt het jou in dit Bijbelgedeelte nou ook op dat Paulus zo extra nauwkeurig is in het hanteren van de juiste woorden? Het is hier namelijk niet alleen zomaar een tegenstelling tussen slechtheid en oprechtheid, tussen boosheid en waarheid, maar ook tussen zuurdeeg en ongezuurd brood. Dan valt de nonchalance op van ons als gelovigen wanneer je je een weg surft door de websites. Wat las ik bijvoorbeeld?

“We moeten het oude zuurdeeg van slechtheid en boosheid opruimen zodat we het feest kunnen vieren in oprechtheid en waarheid. Dan staan we tenslotte het zuurdeeg van de Heilige Geest toe om ons als kerk tot iets compleet nieuws te vormen.”
Tja, er staat veel vreemds in dit korte citaat, maar het duidelijkst geeft het de onwetendheid aan van wat zuurdeeg nou feitelijk is. Als in de Schrift het zuurdeeg doorlopend getekend wordt als opgeblazen trots op wat men als mens bereikt heeft, zouden we dit dan zomaar aan de Heilige Geest kunnen verbinden? Zouden we dit dan zomaar als een positieve ontwikkeling binnen de kerk kunnen tekenen? Eigenaardig!

Voorlopig ga ik er nog even niet op in welk feest hier nou eigenlijk bedoeld wordt. Daar komen we later nog wel op terug. Ik denk dat het er hier in dit gedeelte met name om draait dat er gewoon feest gevierd wordt, welk feest het ook maar mag zijn. Waarom? Omdat Christus geslacht is! Omdat we door dat werk van de Heer een vers deeg zijn! Omdat we dankzij Christus ongezuurd zijn!

Ik weet dat wij in de huidige huishouding van God geen uiterlijke vastgestelde feesten vieren. Er staat voor ons niets voorgeschreven. Maar al is er dan in onze huidige tijd van het lichaam van Christus geen officiële aardse feestkalender, we vieren wel groot feest vanwege de geweldige resultaten van het werk van Christus. Dat blijft gewoon doorgaan, ook al is er voor onze hemelse wandel geen aardse kalender van vaste feestdagen. Kijk, dat maakt dit Bijbelgedeelte dan ook zo praktisch, ook voor ons.

Uit welke bron wordt getapt tijdens dit feest? Is dat het zuurdeeg van slechtheid of is het het ongezuurde brood van oprechtheid? De vraag is hier dus heel gericht uit welke bron we putten om dit feest te blijven vieren. Is de bron het zuurdeeg van boosheid of is het toch het ongezuurde brood van waarheid?

Laten we bij de eerste tegenstelling van bronnen beginnen: Het zuurdeeg van slechtheid of het ongezuurde brood van oprechtheid. Het verschil tussen zuurdeeg en ongezuurd brood hebben we al stevig doorgelicht. Nu eens kijken naar de tegenstelling van slechtheid en oprechtheid.

De oprechtheid, wat hier als de bron voor het doorlopende feest wordt opgesomd, is het Griekse vrouwelijk zelfstandig naamwoord “heilikrineia”. Hier hebben we weer een samengesteld woord te pakken. Dit woord is een samenstelling uit twee verschillende woorden, “heile”, dat op de zon en met name haar warmtestraling wijst, en het woordje “krino”, dat we in het Nederlands nogal gemakzuchtig vertalen met “oordelen”, maar dat met name op het scheiding aanbrengen of schiften wijst, dus het resultaat van de werking van die zonnestralen. Voor dat resultaat had de Griekse wereld ook nog eens een heel apart woord ‘sincerus’.

Herken je het Engelse woord voor oprechtheid hier alweer terug? “sincere”? Ja, die twee (Engels en Grieks) zijn hier maar eventjes voor het gemak met elkaar gelinkt. Het Griekse woord ‘sincerus’ of letterlijk weergegeven in het Nederlands ‘zonder was’ is afkomstig van een praktijk van de oude Romeinse kooplieden, die aarden en porseleinen vazen te koop aanboden. Was er een vaas met een scheur, dan vulden ze die vaak op met was van dezelfde kleur, zodat de koper niet doorhad dat het om een gescheurde vaas ging. Slimme kopers leerden echter al snel dat ze eerst de vazen een tijdje buiten in de zon moesten zetten. Als de vaas dan een scheur had zou de was smelten en die scheur openbaar komen. Eerlijke kooplieden deden die test dus eerst zelf voordat ze iets verkochten, waardoor zij de naam ‘sincerus’ kregen, oftewel ‘zonder was’.

We proeven al gelijk met dit Griekse woord “heilikrineia” welke richting deze bron voor dit altijd maar doorgaande feest op wijst. Laat de zon maar werken en er blijft puur alleen Gods perfecte oprechtheid over. Ik zou zeggen: “Laat Gods overstromende rijkdommen van genade maar heerlijk doorwerken! Dat is een gigantische bron voor feestviering!”

Drie keer wordt door Paulus dit prachtige Griekse woord “heilikrineia” gebruikt in de Schrift. Telkens is dat dan ook nog eens in zijn schrijven naar de Corinthiërs. Houd de letterlijke betekenis van dit woord in gedachten als we de diverse teksten onder elkaar plaatsen. De eerste tekst kennen we dus al:
1 Corinthiërs 5: 9 Laten wij door blijven feesten met ongezuurd brood van OPRECHTHEID (zonnewarmte die scheiding veroorzaakt).

Dit bovenstaande zou ons, zonder die letterlijke betekenis erbij, nog niet op een bepaald spoor zetten, maar let nu op de overige twee teksten!
2 Corinthiërs 1:12 Dit is onze roem: het getuigenis van ons geweten, dat wij (rustend) in eenvoudigheid en OPRECHTHEID (zonnewarmte die scheiding veroorzaakt) van God, niet (rustend) in vleselijke wijsheid, maar (rustend) in genade van God, verkeerd hebben in de wereld en in het bijzonder bij jullie.
2 Corinthiërs 2:17 Wij vervalsen het woord van de God niet zoals velen; maar vanuit
OPRECHTHEID (zonnewarmte die scheiding veroorzaakt), als vanuit God, spreken wij, voor het aangezicht van de God, (rustend) in Christus.
Deze twee teksten met het Griekse woord “heilikrineia” tekenen zo expliciet open en bloot waar deze bron voor staat.

In die eerste tekst begint Paulus met aan te geven dat hij rust in die oprechtheid wanneer hij in de wereld verblijft en met name als hij bij hen is. Paulus praktijk rust dus in die oprechtheid.
A/ Paulus geeft eerst aan wat dit niet is: Het is niet dat hij rust in zijn eigen vleselijke wijsheid.
B/ Paulus geeft ook heel concreet aan wat deze praktijk van rusten in oprechtheid nou wel is: Het is het rusten in Gods genade.

In de tweede tekst geeft Paulus aan dat hij vanuit diezelfde oprechtheid het woord van God spreekt.
A/ Paulus geeft dan eerst aan wat dit niet is: Het woord van God vervalsen.
B/ Paulus geeft ook heel concreet aan wat dit nou wel is: Vanuit oprechtheid spreken is namelijk een spreken vanuit God zelf, een spreken voor het aangezicht van God en ook nog eens een spreken rustend in Christus.

Waarom waren we op zoek naar die oprechtheid en wat dat dan inhoudt? Het ongezuurde brood van oprechtheid wordt hier als de bron van dat steeds maar door kunnen feestvieren door Paulus opgesomd.
1 Corinthiërs 5: 9 Laten wij door blijven feesten met ongezuurd brood van OPRECHTHEID (zonnewarmte die scheiding veroorzaakt).

Tegenover deze prachtige bron van overvloeiende genade, wat we dus terugvinden in die oprechtheid, staat dat zuurdeeg van slechtheid.
1 Corinthiërs 5: 9 Laten wij door blijven feesten, niet met ZUURDEEG van slechtheid.

Slechtheid, oftewel kwaad, wordt hier door Paulus tegenover die oprechtheid geplaatst. Nou, dat zouden wij, die gegeten hebben van die boom van de kennis van goed en kwaad, nou nooit doen, hè? Wij plaatsen vrijwel automatisch met ons geweldige inzicht slecht of kwaad simpelweg gewoon tegenover het goede. (Ons oordeel: “Wij doen het goede. Die anderen het kwade”) Kijk nou eens naar de Schrift hoe dit kwaad er daar vanaf komt. Paulus tekent het kwaad, oftewel het slechte, als een onderdeel van de kenmerken van onze hele maatschappij.
Romeinen 1: 29-31 Vervuld van alle ongerechtigheid, boosheid, hebzucht en SLECHTHEID; vol nijd, moord, twist, list en kwaadaardigheid; kwaadsprekers, lasteraars, hatelijk voor God, smaders, hoogmoedigen, grootsprekers, uitvinders van boze dingen, de ouders ongehoorzaam, onverstandig, trouweloos, zonder natuurlijke liefde, onbarmhartig,

Jazeker, ik heb dit ook altijd anders ingedeeld. Ik heb ook een ingebeeld superieure periode binnen mijn gelovig zijn gekend. Ik ben ook trots geweest op mijn goede christelijke wandel en keek neer op die ellendelingen, die Paulus hier beschreef. Geen idee had ik dat ik precies eender was! Okay, nou zorg ik voor een explosie! “Precies eender? Maak het nou een beetje! Kom op zeg! Ik vind dit verachtelijk gedrag. Daar wil ik niks mee te maken hebben. Nee, beter nog… Daar heb ik niks mee te maken! Vuile, vieze slechterikken!”

Ja ja, wat staat er nou nog maar verder tussen? Kwaadsprekers?
1 Corinthe 5: 1 Men hoort algemeen van ……….
Ja, er wordt wat afgekletst! Je hoort dit. Je hoort dat. Je praat dit na. Je praat dat na. Je spreekt kwaad van die lui, die je altijd al niet vertrouwd had. Maar nu heb je toch wat gehoord! “Nou, moet je eens horen…..!”

Wat staat er verder nog tussen? Hoogmoedigen?
1 Corinthe 5: 2 Jullie zijn opgeblazen,
Je roemt een eind weg over jezelf. Jij brengt het er echt een stuk beter vanaf dan die slapbakken in dit eerste hoofdstuk van Romeinen! Je oordeelt over die boosheid en al die slechtheid, die je bij die ander ziet. Wat een kwaadaardigheid! Stelletje uitvinders van boze dingen! Je neemt nog eens een echte overwinningspose aan en zet je vroomste stem op om te oordelen. Vind je dit te ver gaan? Ik had het natuurlijk weer eventjes puur over mezelf, hoor. Ik was zelf die moraalrakker! Ik oordeelde netjes mee over alles wat los en vast zat onder de volgens mij geestelijk mislukten.
Romeinen 2: 1 Daarom ben jij niet te verontschuldigen, o mens, wie je ook bent, die oordeelt; want waarin jij een ander oordeelt, veroordeel jij jezelf; want jij die oordeelt, doet dezelfde dingen.

Tja, ik deed dezelfde dingen! Omdat ik het allemaal vroom toedekte wilde het daarom nog niet zeggen dat het er ook niet was. Al mijn gestrengheid kwam als een boemerang op mezelf terug. En ik geef maar alvast aan dat dit bij jou niet anders zal gaan, keurig vroom volk. Het feit dat jij nog opgeblazen de kerk bemant betekent nog niet dat er ook echt een verschil ligt tussen jou en al dat volk, vooral buiten de kerk, dat je zo veroordeelt.

Tegenover het ongezuurde brood van oprechtheid, de bron tot voortdurend feest, staat het zuurdeeg van boosheid. Tegenover het leven uit genade staat het leven vanuit het altijd nog onveranderde vlees, het zelf voor God aanpakken van je christelijk gedrag. Tegenover het leven regelrecht vanuit God staat de vervalsing, de namaak, de poging het zelf voor God te doen, oftewel de boosheid.

Efeze 4: 31-32 Alle bitterheid en gramschap en toorn en geschreeuw en lastering is uit jullie midden weggedaan met ALLE BOOSHEID. Maar weest ten opzichte van elkaar goedertieren, medelijdend, elkaar genade bewijzend, zoals ook God in Christus jullie genade bewezen heeft.
Opnieuw staat tegenover de boosheid niet de eigen poging tot goedheid. Het is de genade, die God aan ons bewezen heeft, die hier getekend wordt als de bron van de genade, die nu ook verder doorwerkt. Dat is hetgeen wat opnieuw door Paulus hier tegenover de boosheid geplaatst wordt.

Efeze 4: 31 Het is uit jullie midden weggedaan.
Het zal je wel weer zijn opgevallen dat ik de vorm van het werkwoord hier in deze tekst weer ietsje anders heb ingevuld dan de gebruikelijke vertaling. Men heeft het als een gebiedende wijs opgevat en daar hebben ze ook helemaal gelijk in. Het is hier de gebiedende wijs. Het werkwoord staat echter niet in de tegenwoordige tijd, maar in de aorist. Het is dus iets wat in het verleden begonnen is en zijn uitwerking nog altijd blijft hebben. De gebiedende wijs tekent dus niet de noodzaak dat ik nu dit allemaal maar moet wegdoen.

De aorist (de tijdsvorm) wijst er dus op dat dit wegdoen in het verleden begonnen is en dat dit nu blijft doorgaan en dat ik daar nu ook nog steeds vanuit mag leven. Het gebiedende voor mij en voor jou zit er dus in dat we er vanuit blijven gaan dat dit alles ook concreet is weggedaan.

We hebben nog niet naar de vorm van het werkwoord gekeken. Zoals het vrijwel door iedereen vertaald wordt krijg je de indruk dat dit werkwoord in de bedrijvende vorm staat. Dat is echter helemaal niet het geval. Het staat in de lijdende vorm. Dat betekent absoluut niet dat wijzelf dat wegdoen volbrengen. Dat had het werkwoord in een bedrijvende vorm moeten staan. Wij ondergaan dit wegdoen. Dat houdt die lijdende vorm in.

Die boosheid staat in dit Bijbelgedeelte dus weer eens tegenover de door God bewezen genade en het wegdoen van al dat eigen werk is niet iets wat wij volbrengen, maar waartoe we door Paulus opgeroepen worden om dat nu ook concreet te ondergaan. Ook dat is dus Gods overvloeiende rijkdom van genade.

Precies hetzelfde komen we in Paulus brief aan Colosse tegen:
Colossenzen 3:8 Maar jullie, hebt nu ook dit alles afgelegd, namelijk gramschap, toorn, KWAADHEID, lastering, vuil spreken uit jullie mond.

1 Corinthiërs 5: 9 Laten wij daarom door blijven feesten, niet met
ZUURDEEG van slechtheid, maar met ongezuurd brood van oprechtheid.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende