U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Gods liefde handelt niet onfatsoenlijk (2e deel)

1 Corinthiërs 13:5 De liefde handelt niet onfatsoenlijk,
Gods liefde is altijd bekleed. Die liefde is niet naakt, oftewel onfatsoenlijk. Vandaar dat de hele Schrift door spreekt van Gods bekleding met Zijn geliefde Zoon.

Gods eigen bekleding van liefde:
Psalmen 93:1 Yahweh is koning. Hij heeft zich met hoogheid bekleed; bekleed heeft zich Yahweh, met macht zich omgord;
Psalmen 104:1 Yahweh, mijn God! U bent zeer groot, U bent bekleed met majesteit en heerlijkheid.
Psalmen 104:2 Hij bedekt Zich met het licht, als met een kleed;
Jesaja 59:17 Yahweh trok gerechtigheid aan als een pantser, en de helm van het heil zette Hij op Zijn hoofd, en de kleren van de wraak trok Hij aan tot kleding, en Hij deed de ijver aan als een mantel.
Daniël 7:9 De Oude van dagen, Wiens kleed wit was als de sneeuw,
Daniël 10:5 Een Man met linnen bekleed,
Daniël 12:6 De Man, bekleed met linnen,
Daniël 12:7 Die Man, bekleed met linnen,
Openbaring 1:13 De Zoon des mensen, bekleed met een lang kleed tot de voeten, en aan de borsten omgord met een gouden gordel,
Openbaring 19:13 Hij was bekleed met een kleed, dat met bloed geverfd was; en Zijn naam wordt genoemd het Woord van God.

Gods liefde bekleedt het naakte:
Genesis 3:21 Yahweh God maakte voor Adam en zijn vrouw rokken van vellen, en trok ze hun aan,
Richteren 6:34 Toen bekleedde de geest van Yahweh Gideon;
1 Kronieken 12:18 Toen bekleedde de geest Amazai,
2 Kronieken 6:41 Uw priesters, Yahweh God, zullen met heil bekleed worden.
2 Kronieken 24:20 En de Geest van God bekleedde Zacharia,
Psalmen 132:9 Dat Uw priesters bekleed worden met gerechtigheid,
Psalmen 132:16 Haar priesters zal Ik met heil bekleden,
Jesaja 61:10 Ik ben zeer vrolijk in Yahweh, mijn ziel verheugt zich in mijn God, want Hij heeft mij bekleed met de kleren van het heil, de mantel van de gerechtigheid heeft Hij mij omgedaan;
Ezechiël 16:10 Ik
(Yahweh) bekleedde u (Jeruzalem) ook met gestikt werk, en Ik schoeide u met dassenvellen, en omgordde u met fijn linnen, en bedekte u met zijde.
Zacharia 3:4 Doe deze vuile kleren van hem weg. … Zie, Ik heb je ongerechtigheid van je weggenomen, en Ik zal je wisselkleren aandoen,
Lukas 15:22 De vader zei …: Breng het beste kleed hier, doe het hem aan, en geeft hem een ring aan zijn hand, en schoenen aan de voeten;
Lukas 24:49 Blijf in de stad, totdat jullie bekleed zijn met kracht uit de hoge.
Romeinen 13:12 Laten we de wapens van het licht aandoen.
Romeinen 13:14 Doe de Heere Jezus Christus aan,
1 Corinthiërs 15:53-54 Dit verderfelijke moet bekleed worden met onverderfelijkheid, en dit sterfelijke moet bekleed worden met onsterfelijkheid. En wanneer dit verderfelijke bekleed zal zijn met onverderfelijkheid, en dit sterfelijke bekleed zal zijn met onsterfelijkheid, dan zal het woord geschieden, dat geschreven is: De dood is verslonden tot overwinning.
2 Corinthiërs 5:3 Zo wij ook bekleed en niet naakt zullen gevonden worden.
Galaten 3:27 Zovelen tot in Christus gedoopt, met Christus bekleed.
Efeziërs 4:24 Bekleed zijnde met de nieuwe mens,
Efeziërs 6:11 Bekleedt je met de hele wapenrusting van de God,
Efeziërs 6:14 Sta vast, je lendenen omgord met de waarheid, bekleed met het borstharnas van de gerechtigheid,
Colossenzen 3:10 Heb de nieuwe mens aangedaan, die vernieuwd wordt tot kennis, naar het beeld van hem die hem geschapen heeft.
Colossenzen 3:12 Heb dan aangedaan als uitverkorenen van God, heiligen en geliefden: innige ontferming, goedertierenheid, nederigheid, zachtmoedigheid, lankmoedigheid.
1 Thessalonicenzen 5:8 Bekleed met het borstharnas van het geloof en de liefde en als helm de hoop van het heil,
Openbaring 3:5 Die overwint, die zal bekleed worden met witte kleren;
Openbaring 3:18 Witte kleren, opdat je bekleed mag worden, en de schande van je naaktheid niet openbaar komt;
Openbaring 4:4 Vier en twintig ouderlingen, bekleed met witte kleren,
Openbaring 7:9 Een grote schare, die niemand tellen kon, …, bekleed met lange witte kleren,
Openbaring 7:13 Deze, die bekleed zijn met de lange witte kleren,
Openbaring 19:8 Haar is gegeven, dat zij bekleed wordt met rein en blinkend fijn lijnwaad; want dit fijn lijnwaad zijn de rechtvaardigmakingen van de heiligen.

1 Corinthiërs 13:5 De liefde handelt niet onfatsoenlijk,
Plotseling staat deze uitspraak niet meer in het ethisch licht. We kijken niet meer naar elkaar en onszelf met het morele oordeel van “gedraag ik me wel of niet onfatsoenlijk?”. God zelf is het die in Zijn wezen van liefde bekleed is met al Zijn heerlijkheid. Zijn liefde drijft Hem om dat hele wezen van liefde met ons te delen, onvoorwaardelijk! Al onze eigen inspanningen voor God zijn als die vijgenbladeren, waar Adam en Eva zich mee bekleed hadden. Voor God stonden ze daar, schijnbaar bekleed, nog altijd naakt (onfatsoenlijk), terwijl toen ze daarvoor naakt met God wandelden, ze feitelijk bekleed waren met al Gods heerlijkheid (fatsoen). God slachtte voor Adam en Eva een dier en bekleedde hen daarmee. Die liefde handelt niet onfatsoenlijk. Hier stonden weer twee fatsoenlijke mensen, bekleed met Gods liefde.

Beseffen we wel hoe onfatsoenlijk ons eigen vrome, godsdienstig gedrag voor God feitelijk is? Onze hele eigen inzet om voor God iets te betekenen tekent onze naaktheid. Het is al het hout, hooi en stro wat bij het oordeel in het vuur zal verbranden. God bekleedt ons fatsoenlijk met Zijn onvoorwaardelijke liefde en genade. Hij werkt het leven van de Zoon in jou en mij uit. Dat is jouw bekleding met de Here Jezus Christus (Romeinen 13: 14). Christus is jouw fatsoen. Godsdienst koppelt fatsoen aan doen. Gods liefde koppelt fatsoen aan gedaan. Die liefde handelt niet onfatsoenlijk.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende