U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Gods liefde is niet opgeblazen

1 Corinthe 13: 4 De liefde is niet opgeblazen,
“Maak je niet dik”,
zeggen we allemaal wel een keertje tegen elkaar. We hebben zo´n bemoediging ook allemaal van tijd tot tijd nodig. Waarom? Nou, juist omdat we ons wel dik maken. Van niemand van ons kan je zeggen: “Die en die is niet opgeblazen”, want we zijn dat nou juist allemaal wel van tijd tot tijd. Jij kan toch, net als ik, ook regelmatig behoorlijk dikdoenerig zijn? O nee, jij natuurlijk niet!? Jij bent niet zo natuurlijk?

Beetje gekke vraag daar aan het eind van de vorige alinea, natuurlijk. Het opblazen, waardoor iets steeds verder aanzwelt en groter wordt is echter een buitengewoon natuurlijke zaak. Zelfs zo natuurlijk dat het opblazen in het Bijbels taalgebruik direct verwant is aan de natuur en het natuurlijke. Maar Gods liefde, wordt hier in dit hoofdstuk beweert, is helemaal niet zo natuurlijk. De liefde is niet opgeblazen.

Ik kan natuurlijk wel iets beweren over de relatie tussen de natuur/het natuurlijke en het opblazen/het opgeblazen zijn, maar hier komt vanuit het Nieuwe Testament de achtergrond van dit Griekse woord.
1. “Phusioo”. Het Griekse werkwoord, dat in deze tekst gebruikt wordt.
2. “Phusis”. Het Griekse zelfstandig naamwoord, dat het grondwoord is, waar ons werkwoord van afkomstig is. De letterlijke betekenis van dit woord is: “De Natuur”.
3. “Phusikos”. Het Griekse bijvoeglijk naamwoord, dat ook van dit grondwoord is afgeleid. Wellicht zie je in dit woord wel al “Het fysieke”. Het heeft de betekenis van alles wat de natuur voortbrengt.
4. “Phusiosis”. Met dit Griekse zelfstandig naamwoord zijn we weer terug bij een afleiding van ons uitgangswoord. De letterlijke betekenis van dit woord is: “Het zich opblazen/De hoogmoed”.

Puur taalkundig zien we hier dus al gelijk de sterke relatie tussen de natuur/het natuurlijke en de neiging om zichzelf op te blazen en daarmee dus hoogmoedig te zijn. Hier zien we dus een nadere uitwerking van het voorgaande kenmerk van de liefde. De liefde praalt niet en is daarmee dus ook niet hoogmoedig, waar onze natuur nou juist wel telkens onze eer zoekt en ook de neiging heeft zichzelf op de borst te slaan, oftewel hoogmoedig te worden. Het kenmerk van Gods onvoorwaardelijke, onbegrensde en onvergankelijke liefde is dat er totaal geen enkel zoeken naar eigen eer in ligt.

Door de teksten over opblazing op de rit te zetten ontdekken we hoe de Bijbel er zelf over spreekt.
A/Het Natuurlijke t/o Gods Weg In Het Woord
1 Corinthiërs 4:6 Denk niet boven wat er geschreven staat; opdat niemand zich opblaast vóór de één en tegen de ander.

B/Het Natuurlijke t/o In Christus
1 Corinthiërs 4:17-18 Timotheus zal jullie mijn wegen in Christus indachtig maken, maar sommigen zijn opgeblazen,

C/Het Natuurlijke t/o Gods Kracht
1 Corinthiërs 4:19 Ik zal kennis nemen niet van de woorden van hen die zo opgeblazen zijn, maar van hun kracht.

D/Het Natuurlijke t/o Gods Weg In Het Lijden
1 Corinthiërs 5:2 Jullie zijn opgeblazen, en hebben niet liever leed gedragen,

E/Het Natuurlijke t/o Gods Liefde
1 Corinthiërs 8:1 De kennis blaast op, maar de liefde sticht.

F/Het Natuurlijke t/o Het Nieuwe Denken
2 Corinthiërs 12:20 Ik ben bang, dat wanneer ik kom, ik jullie niet zó vind als ik wel wens en ik door jullie zó gevonden word als jullie niet wensen; dat er misschien twist, naijver, toorn, partijzucht, laster, kwaadsprekerij, verwaandheid, verwarring is;
Colossenzen 2:18
Opgeblazen door zijn vleselijk verstand,

Hoe vanzelfsprekend we ons eigen natuurlijke denken ook vinden, het hoort kenmerkend bij ons onveranderde vleselijke denken en is daardoor ook ongeschikt in onze dienst aan God. Het is ook vanzelfsprekend dat het opgeblazenheid, oftewel hoogmoed, tot gevolg heeft. Als wij namelijk uit onszelf iets positiefs presteren voor God, dan resulteert dat in een tevredenheid over onszelf, afgezet tegenover het debacle van een andere gelovige en zeker ten opzichte van een ongelovige. Voor de duidelijkheid: Dat noemt de Bijbel hoogmoed, oftewel opgeblazenheid.

Ons eigen natuurlijke denken staat Bijbels gezien dus tegenover het vernieuwde denken dat God ons geschonken heeft, het staat tegenover de weg, die Gods Woord ons wijst, het staat tegenover Gods kracht, die God in onze zwakheid werkt, het staat tegenover de weg van het lijden, dat God gebruikt om ons het volle genot van Zijn genade te leren, het staat tegenover onze positie in Christus alleen en tenslotte staat het dus tegenover die overvloeiende, onvoorwaardelijke, onvergankelijke liefde van God.

Gods liefde, die niet opgeblazen is, wijst dus niet naar een menselijk pogen van ons om zo´n hoogstaand soort liefde te openbaren. Dat zou per definitie alleen maar meer hoogmoed en opgeblazenheid tot stand brengen. Het wijst uitsluitend, enkel en alleen op die onvoorwaardelijke, onbegrensde en onvergankelijke liefde, die God zelf bezit en hoe Hij met ons handelt.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende