U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Gods liefde schept niet op

Dit keer is de studie behoorlijk lang om dit onderwerp wel in één keer samen te vatten.

1 Corinthe 13: 4 De liefde praalt niet,
De liefde schept dus niet op over de liefde. Het heeft geen geweldige lofrede op zijn eigen liefde. Let goed op! Opnieuw is dit weer niet een oproep om toch vooral niet op te scheppen over de goede zaken, die je doet. Dat zou het vlees aanspreken, waardoor we met ons zwakke vlees zouden proberen niet zo vleselijk te handelen. Een onbegonnen strijd. Gewoon niet te doen!

Een menselijk voorbeeld van een dergelijk pralen:
Daniël 4:30 De koning zei: Is dit niet het grote Babel, dat ik gebouwd heb tot een huis van het koninkrijk, door de sterkte van mijn macht, en tot eer van mijn heerlijkheid!
Dit soort pralen geeft vanzelfsprekend een geestelijke indruk wanneer we dit bij een “christelijk” werk van liefdadigheid uitspreken:
De voorzitter van de stichting zei: Is dit niet een geweldig werk wat wij hier gezamenlijk onder de armsten van de armen hebben opgericht in de kracht van ons geloof en tot eer van ons genootschap! Laten we allen de schouders eronder zetten om dit werk niet verloren te laten gaan!”

Let wel! Het is heel goed te doen om zo te pralen en ondertussen elkaar er toch heel menselijk, met deze tekst in Corinthe achter de hand, erop te wijzen dat we niet trots mogen zijn, niet op mogen scheppen en niet onze eigen loftrompet mogen schetteren. Dit hoofdstuk tekent echter Gods onvoorwaardelijke liefde, die zelfs geen bron vindt in het feit dat het eer ontvangt over de liefde, die het ten toon spreidt. Gods liefde vindt zijn bron puur enkel en alleen in het feit dat God liefde is. Wanneer we in een wettische geest 1 Corinthe 13 lezen hebben we dit totaal niet door. We zien dan helemaal niet dat het hier uitsluitend over Gods onvoorwaardelijke liefde gaat en dat wij daar in eigen kracht nooit aan toe komen, hoe vroom en godsdienstig we ook mogen zijn.

Nu de heel praktische vraag: Verbiedt dit vierde vers van 1 Corinthe 13 ons nu om trots te zijn? Is het dus onbijbels om op te scheppen? Kan het echt niet door de beugel als we een keertje pralen of reden vinden om op te scheppen?
Opscheppen over uiterlijke zaken
Galaten 6:13 Zij willen dat jullie je laten besnijden, opdat zij in jullie vlees roemen (opscheppen).

Opscheppen is niet nuttig
2 Corinthiërs 12:1 Roemen (opscheppen) is echt niet nuttig voor mij;
2 Corinthiërs 12:6 Als ik wilde roemen
(opscheppen), zou ik niet onwijs zijn, want ik zou de waarheid zeggen; maar ik onthoud er mij van, opdat niemand hoger van mij denkt dan wat hij van mij ziet of wat hij van mij hoort.

Er valt niks op te scheppen over onze eigen inspanningen
Romeinen 3:27 Waar is de roem (reden om op te scheppen)? Hij is uitgesloten. Door welke wet? Van de werken? Neen, maar door de wet van het geloof.
Romeinen 4:2 Als Abraham op grond van werken gerechtvaardigd is, dan heeft hij roem
(reden om op te scheppen), maar niet voor God.
1 Corinthiërs 1:29 opdat geen vlees zou roemen
(opscheppen) voor God.
1 Corinthiërs 3:21 Laat niemand in mensen roemen
(opscheppen);
1 Corinthiërs 5:6 Jullie roemen
(opscheppen) is niet goed.
Efeziërs 2:9 Niet op grond van werken, opdat niemand zal roemen
(opscheppen).
Jakobus 4:16 Jullie roemen
(scheppen op) in je hoogmoed; al zulk roemen (opscheppen) is boos.

Wij kunnen opscheppen over God
Romeinen 5:11 wij roemen in (scheppen op over) God,
Romeinen 15:17 Ik heb roem
(reden tot opscheppen) in Christus Jezus in de dingen die God aangaan.
1 Corinthiërs 1:31 Wie roemt
(opschept), laat hem roemen (opscheppen) in de Heer.
2 Corinthiërs 1:12 Dit is onze roem
(reden tot opscheppen): …, dat wij in … de genade van God verkeerd hebben in de wereld.
2 Corinthiërs 10:17 Wie roemt
(opschept), laat hem roemen in de Heer.
Galaten 6:14 Alleen te roemen
(op te scheppen) in het kruis van onze Heer Jezus Christus, door wie voor mij de wereld gekruisigd is, en ik voor de wereld.
Filippenzen 1:26 opdat jullie, … nog meer reden hebben om in Christus Jezus te roemen
(op te scheppen).
Filippenzen 3:3 Wij roemen
(scheppen op) in Christus Jezus en vertrouwen niet op het vlees;

We kunnen opscheppen over de zwakheid, waar God in werkt
2 Corinthiërs 11:30 Moet er geroemd (opgeschept) worden, dan zal ik roemen (opscheppen) in mijn zwakheid.
2 Corinthiërs 12:5 Over mijzelf zal ik niet roemen
(opscheppen), tenzij in mijn zwakheden.
2 Corinthiërs 12:9 Het liefst roem
(schep op) ik in mijn zwakheden, opdat de kracht van Christus in mij woont.
Jakobus 1:9 Laat de geringe broeder roemen
(opscheppen) in zijn hoogheid,

We kunnen opscheppen over Gods werk in ons/de ander
1 Corinthiërs 15:31 Jullie zijn mijn roem (reden tot opscheppen) in Christus Jezus, onze Heer!
2 Corinthiërs 5:12 Wij geven jullie aanleiding tot roem
(opscheppen) over ons,
2 Corinthiërs 7:4 Mijn roem
(opscheppen) over jullie is groot;
2 Corinthiërs 7:14 Ik heb bij hem over jullie geroemd
(opgeschept),
2 Corinthiërs 9:2 Ik roem
(schep op) over jullie bij de Macedoniërs,
2 Corinthiërs 10:8 ik roemde
(schepte op) over het gezag dat de Heer ons gegeven heeft om op te bouwen en niet om u af te breken,
2 Corinthiërs 10:13 Wij roemen
(scheppen op) niet buiten de maat; maar naar de maat van het arbeidsterrein, dat God ons als maat toebedeeld heeft,
2 Corinthiërs 10:15 Wij roemen
(scheppen op) niet buiten de maat,
Filippenzen 2:16 Jullie vertonen het woord van het leven, tot roem
(reden om op te scheppen) voor mij tegen de dag van Christus,
1 Thessalonicen 2:19 Wat is onze … roem
(reden om op te scheppen)? Zijn jullie dat niet juist voor onze Heer Jezus bij zijn komst?
2 Thessalonicen 1:4 Wij roemen
(scheppen op) over jullie in de gemeenten van God vanwege jullie volharding en je geloof onder al jullie vervolgingen en verdrukkingen, die jullie verdragen:

Het is ons persoonlijk, menselijk doen en laten, waar God met Zijn genade in werkt. Juist omdat we hier in al die teksten nadenken over ons gedrag, en hoe God Zijn overvloeiende genade daarin werkt, juist daarom is er ook daar die vraag over roem/eer/praal. In Gods genade kunnen we dus wel degelijk een oorzaak vinden om op te scheppen. We hebben zelfs een grandioze oorzaak om op te scheppen. We hebben namelijk een God, die boven alles staat en alles in Zijn hand houdt en ons vormt en leidt.

Pikken we dit vierde vers van 1 Corinthe 13 op als een wettische heenwijzing van iets wat absoluut niet door de beugel kan, dan missen we de heenwijzing naar God als de enige bron in ons leven om in te roemen. Dat kunnen we ons toch beter niet laten ontnemen door zulk idioot wettisch, oordelend gelees? Maar dat is ook totaal niet het onderwerp van dit vers.

Gods liefde praalt niet. Gods liefde pronkt niet. Gods liefde solliciteert niet naar complimentjes. Gods liefde is echt aan alle kanten onvoorwaardelijk, onbegrensd en onvergankelijk! Het heeft geen complimentjes nodig om in actie te komen. Gods liefde is niet uit op roem en eer als het zich onvoorwaardelijk aan ons bewijst. Daar waar God Zijn liefde aan jou en mij bewijst zit er niet in het achterhoofd van God de overdenking dat Hij er wellicht iets leuks mee scoort. Het is liefde in zichzelf, waar God de bron in vindt om ons onvoorwaardelijk lief te hebben! Die liefde praalt niet!

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende