U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Gods liefde scherpt er niet naast

1 Corinthe 13: 5 De liefde wordt niet verbitterd,
Dus jij mag als gelovige niet verbitterd raken of verbitteren? Dat staat er absoluut niet, maar gek genoeg lezen we het wel vaak zo. Woordonderzoek, in de betekenis van heel letterlijk deze Bijbelse woorden ook onderzoeken, zorgt er voor dat dit niet in onze eigen menselijke filosofie blijft steken.

Het werkwoord “verbitteren” kunnen we hier wel heel letterlijk opvatten. Het Griekse woord “paraoxuno”, dat hier gebruikt wordt, bestaat namelijk uit 2 delen:
1/ “para”, dat “ernaast” betekent.
2/ “oxus”, dat “scherp maken d.m.v. zuur” betekent. Het middel om te scherpen is dus een zuur of een bijtend middel.
De meest letterlijke weergave zou dus zijn: “ernaast scherpen”. Gods liefde scherpt dus niet ernaast.

Hoe functioneert dit woord praktisch in het Nieuwe Testament?
Handelingen 15:39 Er ontstond een verbittering (ernaast scherping), zodat zij van elkaar scheidden, en Barnabas Markus meenam en naar Cyprus afvoer.
Handelingen 17:16 In Athene werd Paulus geest in hem
geprikkeld (ernaast gescherpt), toen hij zag dat de stad vol afgodsbeelden was.
Hebreeën 10:24 Laten wij op elkaar acht geven, tot
aanvuring (ernaast scherping) van liefde en goede werken;

Daarmee hebben we de hele voorraad Bijbelteksten met dit Griekse woord al uit de kast getrokken. Alles bij elkaar dus slechts vier Bijbelteksten met dit woord. In zo´n klein aantal al gelijk geen unanimiteit in het gebruik van dit woord is op zich wel al zeer opvallend. Die laatste tekst was voor mij in elk geval een complete verrassing. De schrijver, die hier de Hebreeën lijkt op te roepen bijtend/zurig naast de ander te gaan staan om die ander aan te scherpen, een soort verbittering, maar dan van liefde.

Weer even terugkomend op ons verwachtingspatroon. Wij lezen hier in Corinthe dat de liefde niet verbitterd wordt en dus lezen we daar een moreel/ethisch oordeel. Eigenlijk lezen we hier dat we de ander niet mogen verbitteren of dat we zelf niet verbitterd mogen worden als we toch pretenderen Gods liefde te kennen. Als we dan de uitspraak in Hebreeën ernaast plakken, dan komen we eerlijkheidshalve tot de conclusie dat de schrijver van die brief er dus helemaal naast zat. Dit kan absoluut niet!

Meeste christenen plakken die teksten niet naast elkaar. Meeste christenen zien dankzij een inconsequente vertaling totaal niet dat hier een schijnbare tegenstelling naar voren komt. Meeste christenen, die dat dan nog wel zien weigeren er een tegenstelling in te zien omdat het allebei het gezaghebbende Woord van God is, Zo leren de meeste christenen toch met zeer tegenstrijdige uitspraken te leven zonder dat het hun geloofsleven lijkt te verwarren. Voor de eigen vastigheid heeft men dan de (kerkelijke) leer, die men aanhangt, en die wel hun eigen duidelijke taal spreekt.

De Bijbel is een eenheid en kent geen enkele echte tegenstrijdigheid. Onze ethisch/morele bril levert wel veel tegenstrijdigheid op. In Corinthe roept Paulus niemand op een ander niet te verbitteren. In Corinthe roept Paulus ook niemand op om zelf niet verbitterd te worden. Paulus geeft hier de omschrijving van de onvoorwaardelijke, onbegrensde en onvergankelijke liefde van God. Die raakt nooit verbitterd. Maar wat is er in Hebreeën dan aan de hand?

Punt 1: Kijk naar wat er letterlijk in de grondtekst staat.
Punt 2: Lees Bijbelse uitspraken altijd in zijn context.
Punt 3: Wie wordt hier geadresseerd?

Zo letterlijk mogelijk vertaald:
Hebreeën 10:24 We mogen elkaar van bovenaf overdenken tot in de ernaast scherping van Agapè liefde en van goede werken.

Het aparte van deze brief is dat de schrijver niet slechts een bepaalde groep gelovigen onder de Hebreeën aansprak. Hij sprak het hele volk, al de Hebreeën aan, gelovig en ongelovig. Jeruzalem zou zeer binnenkort in vlammen opgaan en daarmee zou het Joodse heiligdom, de tempel, er ook volkomen aan gaan. Vandaar dat hij iedereen in het volgende vers oproept het bezoeken van die “Episynagoge” niet te verzaken, juist nu die dag van de algemene vernietiging (70 na Christus) voor de deur stond.

Iedereen binnen het volk (gelovig en ongelovig) was op elkaar aangewezen. Dan is het prachtig om letterlijk te lezen dat ze elkaar van bovenaf mogen overdenken, hoewel het acht geven op elkaar ook best een aardige vertaling is. De bron van dat denken wordt in die weergave echter helaas buiten beschouwing gelaten. Waar brengt dat iedereen dan uiteindelijk in terecht? “Tot in de ernaast scherping van Agapè liefde.” De schrijver van de brief wilde iedereen binnen het volk veilig zien binnen die onvoorwaardelijke liefde van God, die Agapè liefde.

Het is ons eigen morele, oordelende denken dat ons parten speelt als we dergelijke uitspraken in het Woord van God niet sluitend krijgen. Zouden we bijvoorbeeld het grondwoord “oxus” nog stevig aan de tand voelen, dan verschijnt opnieuw datzelfde conflict. Het is de “edik”, oftewel de zure wijn, die Jezus te drinken kreeg aan het kruis. Plaatsen we dat in het vakje positief of negatief? Het is de “scherpte” van het tweesnijdende zwaard, wat het Woord van God is. Positief of negatief? Ook is het de “scherpte” van dat zwaard dat uit de mond van onze overwinnende Heer komt. Positief of negatief? Tja, wat heeft die boom van de kennis van goed en kwaad nog altijd een invloed, hè? We putten uit die kennis van goed en kwaad en oordelen.

Er worden in 1 Corinthe 13 heleboel zaken opgediend, die op zich totaal niet verwerpelijk zijn, maar die de wezenlijke bron waar het allemaal om draait, de onvoorwaardelijke liefde van God, niet kenmerkt. Met dit aanscherpen van de liefde van God in Hebreeën is niks mis. Maar zij, die aangescherpt zijn en nu genieten van die onvoorwaardelijke liefde zijn op een hoger plan terecht gekomen.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende