U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

Zonde Zal Geen Heerschappij Voeren

Het probleem van de zonde is iets waar we allemaal telkens opnieuw mee worden geconfronteerd. Het lijkt een probleem waar je nooit vanaf komt.

Vreemd Argument
Romeinen 6: 14 de zonde zal over u geen heerschappij voeren, want je bent niet onder de wet, maar onder de genade.
Als we deze uitspraak goed lezen is dit toch wel een vreemd argument. Laten we maar eens kijken hoe wij dit argument beluisteren. We lezen: ‘de zonde zal over u geen heerschappij voeren’, maar daar horen wij in: ‘je mag niet zondigen’. Dan zou je als logisch argument er achteraan verwachten: ‘want je bent onder die wet’. Paulus zegt echter: ‘de zonde zal over u geen heerschappij voeren, want je bent niet onder wet’. Het woordje ‘want’ is de start van het argument waarom de zonde geen heerschappij over mij zal voeren. De oorzaak waarom de zonde dus geen heerschappij meer voert over mij is omdat ik niet onder de wet ben, maar onder de genade.

Ons Probleem
Wat lezen wij makkelijk wetjes. Paulus zegt hier helemaal niet: ‘Pas op! Je mag nu niet meer zondigen!’ Paulus zegt hier heel eenvoudig dat dit heerschappij voeren van de zonde nu gewoon niet meer voor zal komen. Dit is nu juist ons probleem.
We zijn aan het tobben, aan het proberen, aan het ploeteren om toch maar niet te zondigen. We willen zo graag doen wat de Heer van ons vraagt. Je hele verlangen is gericht op het doen van Gods wil. Je wil dus helemaal niet zondigen. Je spant je dus verschrikkelijk ervoor in om toch maar niet te zondigen. Aan het eind van de dag moet je toch weer erkennen dat het opnieuw mislukt is.

Het Vlees
Ik wil je adviseren om de hoofdstukken 6, 7 en 8 van deze brief aan de Romeinen nu eens in één keer achter elkaar door te lezen. Die hoofdstukken bij elkaar zijn namelijk één geheel. Ik vis er nu alleen één kernpunt uit.
Romeinen 7: 14 Wij weten immers, dat de wet geestelijk is; ik echter ben vlees, verkocht onder de zonde.
De kern van het zondeprobleem zit in het tweede deel van deze tekst, waar het begint met ‘ik echter’. Paulus zegt hier over zichzelf dat hij vlees is. Hij is verkocht onder de zonde.

De Inwendige Mens
Deze constatering doet Paulus nadat hij tot een levende relatie met God is gekomen.
Romeinen 7: 22 want naar de inwendige mens verlustig ik mij in de wet Gods,
Hier zie je dat Paulus over zichzelf spreekt nadat hij tot een levende relatie met God is gekomen. Hij spreekt hier namelijk over een innerlijke mens, die bij hem aanwezig is. Die innerlijke mens verblijdt zich in de wet van God. Iemand die geen nieuw leven heeft ontvangen heeft die innerlijke mens helemaal niet.

Uit Genade Ontvangen
Efeze 3: 16 opdat Hij u geve, naar de rijkdom zijner heerlijkheid, met kracht gesterkt te worden door zijn Geest in de inwendige mens,
Hier zien we dat die innerlijke mens door Gods genade met kracht gesterkt wordt. Als de inwendige mens versterkt wordt is dat altijd een werk van Gods Geest. De uitdrukking: ‘we gaan de inwendige mens weer eens versterken’, die gebezigd wordt als men gaat eten is dus een misser, Bijbels gezien, van de bovenste plank. Die inwendige mens is wat God uit genade gegeven heeft toen we tot een persoonlijke relatie met God kwamen.

Ondanks dat nieuwe leven dat we uit genade ontvangen hebben is ons eigen ik onveranderd dezelfde en ligt onder de macht van de zonde. Dat probleem gaan we verder uitwerken in de volgende artikelen.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende