U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

1 Timotheus 1: 12 – 16 Ik breng dank aan Hem, die mij kracht gegeven heeft, Christus Jezus, onze Here, dat Hij mij getrouw geacht heeft, daar Hij mij in de bediening gesteld heeft, hoewel ik vroeger een godslasteraar en een vervolger en een geweldenaar was. Maar mij is ontferming bewezen, omdat ik het in mijn onwetendheid, uit ongeloof, gedaan heb, en zeer overvloedig is de genade van onze Here geweest, met het geloof en de liefde in Christus Jezus. Dit is een getrouw woord en alle aanneming waard, dat Christus Jezus in de wereld gekomen is om zondaren te behouden, onder welke ik een eerste plaats inneem. Maar hiertoe is mij ontferming bewezen, dat Jezus Christus in de eerste plaats in mij zijn ganse lankmoedigheid zou bewijzen tot een voorbeeld voor hen, die later op Hem zouden vertrouwen ten eeuwigen leven.

Wie mij kent weet dat ik niet zo veel heb met detectives. Meestal is de opbouw van zo’n verhaal telkens identiek met weinig echte verrassingen erin. Machtelt is er gek op en houdt ervan om mee te puzzelen Gisteravond was er echter een zeer intrigerende detective op TV.
Vanaf het allereerste begin was het duidelijk wie de moord gepleegd had en tevens was ook direct overduidelijk wat het motief was.
Een voorganger van een sekte had zich vergrepen aan één van de meisjes in de gemeenschap. In plaats van deze voorganger aan te pakken werd de volle schuld op het meisje gelegd, die uiteindelijk door de voltallige leiding van de gemeenschap om het leven werd gebracht.
Het hele idee bleef me bezighouden. Wat was er behalve het sterke sektedenken verder nog mis in deze groepering?

Het was ondenkbaar dat deze leider van de sekte tot een dergelijke zonde zou komen. Het overtuigende bewijs van foto’s waarop de voorganger seksuele gemeenschap had met het meisje lag er. Het meisje was zwanger van hem. Maar het was voor de hele staf ondenkbaar dat hij daartoe in staat zou zijn.

Je denkt iemand te kennen. Die zou nooit in staat zijn tot zo’n grote zonde. Is dat hele denken niet volslagen onbijbels? Geeft zo’n denken niet een veel te grote last op iemands schouders? Is zo’n denken niet een grondslag voor huichelachtig gedrag? Veroorzaakt dit denken niet een gigantische val? Maakt dat denken iemand niet volslagen onbruikbaar voor een dienst van God?

Aäron was samen met zijn broer Mozes door God gebruikt om het volk Israël uit Egypte te leiden. Yahweh werkte machtig door deze beide broers. Toch zette Aäron in de woestijn een complete afgodendienst met een gouden kalf op touw. Aäron was geestelijk misschien wel een grotere reus dan willekeurig welke voorganger van welke sekte of evangelische stroming dan ook. Ondenkbaar dat hij tot zo’n zonde zou komen?

David was de man naar Gods hart. Hij was de geliefde dienstknecht van God, die door Yahweh op krachtige wijze is gebruikt om Zijn volk Israël te leiden. David kwam tot overspel met Batseba en vermoordde haar man Uria. Onvoorstelbaar dat hij tot zo’n zonde zou komen?

Was de dienst van Aäron beëindigd? Was de dienst van koning David beëindigd? David bleef de man naar Gods hart. Wat is de oorzaak dat gelovigen zo in paniek raken als hun leiders zondigen? Is dat misschien vanwege ons geloof in hen, in plaats van ons vertrouwen op de genade van God? We voelden ons prettig in hun nabijheid. We werden door hen gezegend en beschut. We waren onze geborgenheid in de genade alleen vergeten. Feitelijk komt het gewoon neer op een onderwaardering van de genade van God. We hadden er niet genoeg aan.

Als de zonden van de leiders dan toch boven tafel komen vegen we ze gelijk weer onder de mat. Het is ondenkbaar dat hij zoiets zou doen. Paulus doet in ons bovenstaand Bijbelgedeelte precies het tegenovergestelde. Al zijn zonden en ongerechtigheden worden hier openlijk voor ons uitgestald. Zijn vroomheid had hem geleid tot een godslasteraar, tot een vervolger en tot een man van geweld. Kijk, je kan het openlijk vermelden als je het feest van overvloeiende genade viert.

Ik geloof niet dat het ergste wat een gemeente of een sekte of een gemeenschap kan overkomen is als haar leider of leiders zondigen. Voor mij is het zo wie zo de vraag of de gemeente Bijbels gezien leiders heeft. Als hun gezag echter zelfs zover gaat dat we ons onmogelijk kunnen indenken dat zij tot zoiets in staat zijn, dan zijn we pas echt in de aap gelogeerd. Dan zijn we namelijk niet ver verwijderd van het afdekken van die zonden en het wegredeneren ervan. Dan is ons godsdienstig vertrouwen namelijk op mensen en niet op God.

Jij bent in staat tot zonde. Ik ben in staat tot zonde. Daar staan we in de erkenning van wie we zijn. Mensen die afhankelijk zijn van overvloeiende genade. Alle leden van de gemeente, of ze nou een leidinggevende taak hebben of totaal niet. Boven de ingang van onze samenkomst kunnen we het bordje ophangen: ‘Je hoeft niet te zondigen om hier binnen te komen, maar het helpt wel degelijk’.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende