U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

Belofte - Geen Opdracht

Exodus 20: 1 – 17 ….Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben. Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is. Gij zult u voor die niet buigen, noch hen dienen; …. Gij zult de naam van de HERE, uw God, niet ijdel gebruiken, ….zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de HERE, uw God; dan zult gij geen werk doen, …. Gij zult niet doodslaan. Gij zult niet echtbreken. Gij zult niet stelen. Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste. Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, ….

Wellicht dat we na de eerste tien voorbeelden al de bril herkennen waarmee de uitdrukking ‘Gij zult’ gelezen wordt. Misschien ontdekken we zelfs dat wij inmiddels al heel vaak dezelfde bril hebben opgezet. Ook bij ons gaat zelfs genade niet altijd uit van geloof, maar van werken die verricht moeten worden.

Voor de helderheid vervolgen we nog even de opsomming van voorbeelden:

11. Belofte van voedsel en veiligheid in het land:
Leviticus 26: 5 de dorstijd zal bij u duren tot de wijnoogst, en de wijnoogst tot de zaaitijd; gij zult uw brood eten tot verzadiging en veilig in uw land wonen.
12. Jozua krijgt de belofte dat hij niet bang hoeft te zijn voor de omringende koningen:
Deuteronomium 3: 22 gij zult voor hen niet vrezen, want Yahweh, uw God, is het, die voor u strijdt.
13. Belofte van vreugde voor het aangezicht van Yahweh:
Deuteronomium 12: 12 gij zult u verheugen voor het aangezicht van Yahweh, uw God,
Deuteronomium 12: 18
Gij zult u verheugen voor het aangezicht van Yahweh, uw God,
Deuteronomium 16: 11
gij zult u verheugen voor het aangezicht van Yahweh, uw God,
Deuteronomium 16: 14
Gij zult u verheugen op uw feest,
Deuteronomium 26: 11 en
gij zult u verheugen over al het goede dat Yahweh, uw God, u en uw huis gegeven heeft:
14. Belofte van heerschappij:
Deuteronomium 15: 6 Wanneer Yahweh, uw God, u zegent, zoals Hij u beloofd heeft, dan zult gij aan vele volken lenen, maar zelf zult gij niet ter leen ontvangen; gij zult over vele volken heersen, maar over u zullen zij niet heersen.
15. Belofte aan Gideon dat hij niet zou sterven:
Richteren 6: 23 Doch Yahweh zei tot hem: Vrede zij u! Vrees niet, gij zult niet sterven.
16. Belofte van de geboorte van Simson aan zijn moeder:
Richteren 13: 3 En de Engel van Yahweh verscheen aan de vrouw en zei tot haar: Zie, gij zijt onvruchtbaar en baart niet, maar gij zult zwanger worden en een zoon baren.
Richteren 13: 5 Want zie,
gij zult zwanger worden en een zoon baren;
Richteren 13: 7 Maar hij zei tot mij: Zie,
gij zult zwanger zijn en een zoon baren;

Met deze 16 voorbeelden heb ik slechts de helft van de Bijbelteksten doorgewandeld. Bovendien heb ik de negatieve beloften, die er ook zijn, laten liggen.

Een belofte van vreugde opvatten als een opdracht is wel zeer deprimerend. Als we dit nu eens toepassen op één van de tien woorden (geboden).
Mattheus 22: 39 Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf.
De Heer belooft Zijn liefde in ons uit te werken. Gaan we, ondanks het duidelijk voorbeeld van het volk Israël in de Bijbel, toch weer zelf trachten of proberen dan bereiken we hooguit de geveinsde liefde.
Romeinen 12: 9 De liefde zij ongeveinsd.

De bedekking tijdens het lezen van de Bijbel is onder christenen al even populair als onder het Joodse volk. Enkele voorbeelden:
Handelingen 1: 8 Gij zult kracht ontvangen, wanneer de Heilige Geest over u komt, en gij zult mijn getuigen zijn te Jeruzalem en in geheel Judea en Samaria en tot het uiterste der aarde.
Over het eerste ‘gij zult’ wordt nog heen gelezen. Daar proeft men een vervulling van een beloften. Bij het tweede ‘gij zult’ wordt ‘zullen’ plotseling weer ‘moeten’.
De bedekking valt over het hoofd. Christus verdwijnt uit het blikveld en daarmee verdwijnt het geloof aan de belofte. We blijven zitten met: ‘We moeten getuigen’ oftewel ‘de Grote Opdracht’.

Romeinen 10: 2 Want ik getuig van hen, dat zij [Het volk Israël] ijver voor God bezitten, maar zonder verstand.
Wel ijver, maar er was geen zicht op de beloften van God. Die werden zelfs zomaar opdrachten. Het was zonder verstand. Het christendom bracht het er niet veel beter vanaf blijkt wel uit de, Bijbels gezien, wezensvreemde titel: ‘De Grote Opdracht’.
Spreuken 19: 2 Zonder verstand deugt zelfs ijver niet,

Alles is genade. Dat geldt ook onder de huishouding van de wet. Het lezen met een bedekking blijkt zelfs bij de vertaling.
1 Petrus 1: 16 er staat immers geschreven: Weest heilig, want Ik ben heilig.
Laat ik nou durven beweren dat dit er nu juist niet staat. Letterlijk staat er de belofte: ‘Gij zult heilig zijn, want Ik ben heilig’. De Heer belooft hier zijn heiligheid te delen.
Heiligheid die je zelf bewerkt is slechts een schijnheiligheid. Het lukt je van zijn levensdagen niet ook maar in de buurt te komen van die aparte positie die Christus inneemt en nu doet Hij de belofte Zijn heiligheid te delen en dan vertalen ze het weg als een opdracht.

Mattheus 11: 28 – 29 Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven. Neemt Mijn juk op u, en leert van Mij, dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart; en gij zult rust vinden voor uw zielen.

Ik ben me bewust dat ik hiermee slecht de oppervlakte van het onderwerp geraakt heb. Ik hoop hiermee dan ook een eerste begin gezet te hebben over het onderwerp ‘wet’ in de Bijbel. Er valt uitermate veel meer over te zeggen en te schrijven. Dus, hopelijk wordt dit een lange reeks.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende