U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

Bedekking & Werken

Exodus 20: 1 – 17 ….Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben. Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is. Gij zult u voor die niet buigen, noch hen dienen; …. Gij zult de naam van de HERE, uw God, niet ijdel gebruiken, ….zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de HERE, uw God; dan zult gij geen werk doen, …. Gij zult niet doodslaan. Gij zult niet echtbreken. Gij zult niet stelen. Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste. Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, ….

Er waren twee redenen waarom Israël niet aan de beloofde gerechtigheid van de wet toekwam. Ten eerste was er de bedekking die alleen weggenomen kon worden door geloof in de Messias. Ten tweede ging Israël uit van werken, die verricht moesten worden in plaats van simpel geloof.

Nergens staat: ‘Je moet!’. Overal staat de belofte: ‘Je zal’. Hier volgen de eerste tien voorbeelden:

1. Belofte aan Abraham:
Genesis 17: 4 Wat Mij aangaat, zie, mijn verbond is met u, en gij zult de vader van een menigte volken worden;
2. Belofte aan Jakob:
Genesis 28: 14 En uw nageslacht zal zijn als het stof der aarde, en gij zult u uitbreiden naar het westen, oosten, noorden en zuiden, en met u en met uw nageslacht zullen alle geslachten des aardbodems gezegend worden.
Genesis 35: 10 en God zei tot hem: Gij heet Jakob;
gij zult niet meer Jakob heten, maar Israël zal uw naam zijn. En Hij noemde hem Israël.
3. Belofte aan de schenker in Farao’s paleis:
Genesis 40: 13 binnen drie dagen zal Farao uw hoofd verhogen en u in uw rang herstellen, en gij zult Farao de beker in de hand geven, zoals gij tevoren placht te doen, toen gij zijn schenker waart.
4. Belofte van Jozef aan zijn familie:
Genesis 45: 10 Gij zult in het land Gosen wonen en gij zult dicht bij mij zijn, gij en uw kinderen en uw kindskinderen, uw kleinvee en uw runderen en al wat gij hebt.
5. Belofte aan het volk toen het bij de Schelfzee helemaal in het nauw gedreven was:
Exodus 14:14 Yahweh zal voor u strijden, en gij zult stil zijn.
6. Belofte van voedsel voor het volk:
Exodus 16: 12 Ik heb het gemor der Israëlieten gehoord; zeg tot hen: gij zult in de avondschemering vlees eten en in de morgen zult gij met brood verzadigd worden; en gij zult weten, dat Ik, Yahweh, uw God ben.
Deuteronomium 8: 10
Gij zult eten en verzadigd worden en gij zult Yahweh, uw God, prijzen om het goede land dat Hij u gaf.
Deuteronomium 12: 22 Maar
gij zult daarvan eten als van een gazel en een hert: de onreine en de reine beiden mogen ervan eten.
7. Belofte van bijzondere positie voor het volk:
Exodus 19: 6 En gij zult Mij een koninkrijk van priesters zijn en een heilig volk.
8. Belofte aan Mozes om de heerlijkheid van de Heer te mogen zien.
Exodus 33: 23 Dan zal Ik mijn hand wegnemen en gij zult Mij van achteren zien, maar mijn aangezicht zal niet gezien worden.
9. Belofte van het land voor het volk:
Leviticus 20: 24 Maar tot u zei Ik: gij zult hun land in bezit nemen en Ik zal het u geven om het te bezitten, een land vloeiende van melk en honig;
Numeri 33: 53
Gij zult het land in bezit nemen en daarin wonen, want aan u heb Ik het land gegeven om het in bezit te nemen.
Deuteronomium 9: 1 Hoor, Israël!
Gij zult heden over de Jordaan trekken om het gebied in bezit te gaan nemen van volken, die groter en machtiger zijn dan gij, grote steden, hemelhoog versterkt;
Deuteronomium 11: 31 Want gij staat op het punt de Jordaan over te trekken om het land in bezit te gaan nemen, dat Yahweh, uw God, u geven zal, en
gij zult het in bezit nemen en daarin wonen;
Deuteronomium 31: 7 Toen riep Mozes Jozua en zei tot hem in tegenwoordigheid van geheel Israel: Wees sterk en moedig, want
gij zult met dit volk komen in het land, waarvan Yahweh hun vaderen gezworen heeft, dat Hij het hun geven zou, en gij zult het hen doen beërven.
Jozua 1: 6 Wees sterk en moedig, want
gij zult dit volk het land doen beërven, dat Ik hun vaderen gezworen heb hun te zullen geven.
10. Beloften van het genot van de vruchten en de vreugde tijdens het Loofhuttenfeest:
Leviticus 23: 40 Op de eerste dag zult gij vruchten van sierlijke bomen nemen, takken van palmen en twijgen van loofbomen en van beekwilgen, en gij zult vrolijk zijn voor het aangezicht van Yahweh, uw God, zeven dagen lang.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende