U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

Geen Tegenstelling

Exodus 20: 1 – 17 ….Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben. Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is. Gij zult u voor die niet buigen, noch hen dienen; …. Gij zult de naam van de HERE, uw God, niet ijdel gebruiken, ….zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de HERE, uw God; dan zult gij geen werk doen, …. Gij zult niet doodslaan. Gij zult niet echtbreken. Gij zult niet stelen. Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste. Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, ….

Er valt een hele diepgaande studie te maken over de wet. Dat ben ik nu niet van plan. Alleen voor je eigen overdenking even deze twee heldere uitspraken:
1. Romeinen 3: 31 Stellen wij dan door het geloof de wet buiten werking? Volstrekt niet; veeleer bevestigen wij de wet.
2. Efeze 2: 14 - 15 Want Hij [Christus] is onze vrede, die de twee één heeft gemaakt en de tussenmuur, die scheiding maakte, de vijandschap, weggebroken heeft, doordat Hij in zijn vlees de wet der geboden, in inzettingen bestaande, buiten werking gesteld heeft,
De enige weg om hier niet in vast te lopen ligt in het zien van het onderscheid tussen Israël en de Gemeente

Wij hebben een negatief beeld over de wet. De Bijbel niet.
Romeinen 7: 12 Zo is dan de wet heilig, en ook het gebod is heilig en rechtvaardig en goed.
Romeinen 7: 14 Want wij weten, dat de wet geestelijk is,
Psalm 19: 7-8 De wet van Yahweh is volmaakt, zij verkwikt de ziel; De bevelen van Yahweh zijn waarachtig, zij verheugen het hart; het gebod van Yahweh is louter, het verlicht de ogen.
Psalm 119: 86 Al uw geboden zijn trouw; onverdiend vervolgen zij mij, kom mij ter hulp!
1 Timotheus 1: 8 Wij weten, dat de wet goed is,

De vraag van deze studie betreft het onderwerp ‘wet & genade’. De vraag is of dit een tegenstelling is of een aanvulling.

Romeinen 9: 30 heidenen, die geen gerechtigheid najaagden, hebben gerechtigheid verkregen, namelijk gerechtigheid, die uit geloof is;
Gerechtigheid wordt gratis ontvangen uit geloof. Niet door iets te doen om die gerechtigheid na te jagen.
Romeinen 4: 3 Abraham geloofde God en het werd hem tot gerechtigheid gerekend.
God deed Abraham een belofte in Genesis 15 dat zijn nageslacht talrijk zou worden als de sterren van de hemel. Daar vertrouwde Abraham op en hij werd een rechtvaardige, onvoorwaardelijk.

Hier tegenover staat het volgende vers:
Romeinen 9: 31 Israël, hoewel het een wet ter gerechtigheid najaagde, is aan de wet niet toegekomen.
Tegenover de mensen uit het vorige vers, die helemaal geen gerechtigheid najaagden, staat hier het volk Israël dat nou juist wel een wet ter gerechtigheid najaagde.
Zij hebben ondanks hun inspanningen geen gerechtigheid, die uit het geloof is, ontvangen. Die gerechtigheid uit geloof noemt Paulus hier misschien wel heel onverwacht: toekomen aan de wet. Ze zijn volledig het doel van de wet voorbijgeschoten.

Wat was nu een kenmerk van dit najagen van een wet ter gerechtigheid? Ze probeerden die wet te volbrengen. 613 geboden hebben ze erin gelezen, die ze allemaal trachtten te volbrengen.
God tracht nooit iets, Hij probeert nooit iets. In die woorden zit feitelijk het mislukken al voorgebakken. God handelt, Hij doet. Degene die gelooft rekent met dit handelen van God.

Romeinen 9: 31 – 32 Israël, hoewel het een wet ter gerechtigheid najaagde, is aan de wet niet toegekomen. Waarom niet?
De Bijbel geeft 2 antwoorden op deze vraag.

1. 2 Corinthe 3: 14 Hun gedachten werden verhard. Want tot heden toe blijft dezelfde bedekking over de voorlezing van het oude verbond zonder weggenomen te worden, omdat zij slechts in Christus verdwijnt. Ja, tot heden toe ligt, telkens wanneer Mozes voorgelezen wordt, een bedekking over hun hart, maar telkens wanneer iemand zich tot de Here bekeerd heeft, wordt de bedekking weggenomen.
Waar door geloof in de Messias Jezus Christus de gekleurde bril wordt afgezet, valt de bedekking weg. Dan zijn er geen overleveringen meer die het inzicht vertroebelen.
Plotseling lezen ze dan de beloften van de Heer, zoals Abraham die ook hoorde, waar ze eerst geboden en verplichtingen lazen.

2. Het tweede antwoord vinden we in het vervolg van dit Bijbelgedeelte.
Romeinen 9: 31 – 32 Israël, hoewel het een wet ter gerechtigheid najaagde, is aan de wet niet toegekomen. Waarom niet? Omdat het hierbij niet uitging van geloof, maar van vermeende werken.
In werkelijkheid staat het woordje ‘vermeende’ zelfs helemaal niet in de grondtekst. Ze kwamen aan de wet niet toe omdat ze dachten dat ze opgeroepen werden tot werken. Ze konden de beloften niet meer horen, waar ze simpel in mochten geloven.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende