U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

Is God De Onrechtvaardige Rechter Uit Lukas 18?

De populaire uitleg van Lukas 18: 1-8 is dat we hierin een lesje krijgen hoe we door moeten zetten in het gebed, vasthoudend moeten zijn om God ergens toe te bewegen. In die uitleg staat de onrechtvaardige rechter in deze gelijkenis dus model voor God. Kunnen we dat naar God toe maken om die link te leggen?

Mattheus 6: 7 Gebruik bij je bidden geen omhaal van woorden, zoals de heidenen; want zij menen door hun veelheid van woorden verhoord te zullen worden.
Die heidense (oftewel niet joodse) aanpak van bidden tot God hield rekening met een god die heel veel weg had van zo’n onrechtvaardige rechter. Bij de God van Israel (en hier werd net als in Lukas Israel aangesproken) is die overeenkomst totaal uitgesloten.

Toch is binnen het huidige christendom deze heidense aanpak van bidden weer opgepikt en is dat zelfs verpakt in geestelijk klinkende termen als bijvoorbeeld ‘gebedsstrijders’. Zelf heb ik ook vele jaren lang deze gelijkenis zo oppervlakkig opgevat en daarmee eigenlijk God beschaamd. Jarenlang ben ik naar een woensdagochtend gebedsgroep op 6.00 u. geweest. Daar streden we voor alle christelijke gebeurtenissen in onze stad. We dachten daarmee bergen te verzetten.

Eigenlijk is de achterliggende gedachte dat God geen plan heeft, maar dat wij God met onze bemiddeling in beweging zetten. Er zijn er ook (daar hoorde ik destijds meer bij) die wel beseffen dat God een plan heeft, maar sommige onderdelen van dat plan (met name de oordelen en de tijdelijke verharding van harten) niet zo zagen zitten. We traden met ons gebed daarom bij God tussenbeide. We wezen God op de alternatieven en smeekten Hem daar dan ook toe te neigen.

In dit plaatje ontbreekt dus helemaal het zicht op Gods soevereine almacht. Wij zijn degenen die met ons gebed God sturing geven. Het is natuurlijk wel duidelijk dat ons zicht op anderen met tegengestelde oplossingen die even stellig in gebed waren ook totaal ontbrak. Anders krijg je een plaatje van een god die met zijn handen in het haar zit, verzuchtend: ‘Ja, maar wat moet ik nou?’ (god is eventjes bewust met kleine letter geschreven omdat dit dat plaatje van zo’n heidense god is, die geen god is.)

Ik heb nog iets heel wezenlijks genoemd. Ik schreef: ‘We traden met ons gebed daarom bij God tussenbeide.’ Hier hebben wij onszelf dus tot ‘Middelaar’ benoemt. Nou vind je voor die gedachte ook grond terug in het Oude Testament.
Jesaja 59: 16 Hij zag, dat er niemand was, en Hij ontzette Zich, omdat niemand tussenbeide trad. Toen bracht zijn arm Hem hulp en zijn gerechtigheid ondersteunde Hem;

Het is mogelijk in dit plaatje nog mensen als Mozes, die bemiddelt voor zijn volk en Jozua, die hem ondersteunde, te zien. Opvallend is dat profetisch de meeste commentaren toch al doorverwijzen naar Christus zelf als die arm die hulp biedt en die gerechtigheid die ondersteunt.

Waar in het Oude Testament blijkbaar nog mensen middelaars konden zijn, is er echter een heel groot verschil tussen toen en nu gekomen. Zijn naam is Christus Jezus!
1 Timotheus 2: 5 Er is één God en ook één middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus,

Als er dan maar één Middelaar is tussen God en mensen, waarom komt de Heer hier in Lukas dan zelf aanzetten met die gelijkenis van de onrechtvaardige rechter? Jezus tekende hier beslist geen vergelijking van God met die onrechtvaardige rechter. Hij tekende juist een hele scherpe tegenstelling.

Wat we hier in Lukas lezen zijn feitelijk hele lange betogen van de Heer. Er loopt één redevoering vanaf Lukas 14 t/m Lukas 16. Dan zijn er een aantal gebeurtenissen en dan komt er vanaf hoofdstuk 17 weer een redelijk lange toespraak t/m 18: 14. Het belangrijkste publiek zijn de Farizeeën en Schriftgeleerden, de geestelijke klasse binnen het Jodendom. En in veel gevallen is er sprake van scherpe satire van de Heer aan het adres van die geestelijkheid.

Ook hier is het weer de geestelijkheid die in gebreke blijft in haar zorg voor de weduwen en wezen. Vanuit de wet had de geestelijke overheid de zorgplicht voor deze mensen, maar dat lieten ze makkelijk schieten in hun eigen voordeel.

Een duidelijk voorbeeld is dat zij in hun overleveringen (de Talmoed) de bepaling hadden opgenomen dat als iemand geld had om voor zijn ouders te zorgen, dat ze dan vrij konden komen van die zorgplicht voor hun ouders door het geld te offeren.
Markus 7: 10-11 Mozes heeft gezegd: Eer je vader en je moeder, en: Wie vader of moeder vervloekt, zal de dood sterven. Maar jullie zeggen: Indien een mens tot zijn vader of moeder zegt: Het is korban, dat is, offergave, al wat jullie van mij hadden kunnen trekken,

In Lukas 18: 1 t/m 7 spreekt de Heer deze geestelijke elite aan als de onrechtvaardige rechter. Het is bijna een parodie. Scherp tot op het bot. Dan verklaart de Heer in vers 8 dat God zelf totaal anders is.
Lukas 18: 8 Ik zeg tegen jullie: Hij zal hun spoedig recht verschaffen.

God komt spoedig met Zijn rechtverschaffing voor de zwaksten in de samenleving van Israel. Dat had Hij bij wet zelfs al helemaal geregeld. Daar hoefde niks nieuws voor te komen. De geestelijke overheid hoorde dat alleen ook uit te voeren. De Heer zegt hier dus heel nadrukkelijk niet dat Hij na heel lang aandringen (zoals in het voorbeeld van deze gelijkenis) misschien wel recht zal verschaffen. Nee! God verschaft recht! En dat doet Hij snel.
Mattheus 6: 7 Gebruik bij je bidden geen omhaal van woorden, zoals de heidenen; want zij menen door hun veelheid van woorden verhoord te zullen worden.

Met het verkeerd oppikken van het gebed hebben we onszelf tot middelaar gemaakt. We hebben daarbij het plan van God als ondergeschikt verklaard aan onze wensen. God hebben we eigenlijk daarmee tot onrechtvaardig rechter gebombardeerd. En dan nog het meest opvallende: We hebben het zelf hard ploeteren voor de welstand van onszelf, onze geliefden en de wereld centraal gesteld en daarmee de genade van God dus weer compleet van haar kracht beroofd.

Waar zijn onze gebeden dan nog goed voor als we dus geen middelaars zijn en als het niet Gods bedoeling is dat we in allerlei bewoordingen maar blijven doorzeuren bij Hem?
Lukas 18: 8 Ik zeg tegen jullie: Hij zal hun spoedig recht verschaffen. Maar, als de Zoon des mensen komt, zal Hij dan het geloof vinden op aarde?
Eigenlijk hebben we hier het antwoord van de Heer zelf al. Het draait om een gebed van het geloof.

Johannes 19:30 Toen Jezus dan de zure wijn genomen had, zei Hij: Het is volbracht!
Alles is volbracht. De schuld is weggedaan. Dat spreken of zingen we na in gebed.
De zondemacht is gebroken. Dat spreken of zingen we na in gebed.
De wet der geboden is buiten werking gezet. Dat spreken of zingen we na in gebed.
We zijn met Christus geplaatst in de hemelse. Dat spreken of zingen we na in gebed.
We zijn daar gezegend met alle geestelijke zegeningen. Dat spreken of zingen we na in gebed.
De Heer zal zowel het willen als het werken in ons bewerken. Dat spreken of zingen we na in gebed.
De Heer is een goed werk begonnen in mijn vriend, mijn zoon, mijn ouders, mijn vrouw of wie dan ook, maar die doet er zelf momenteel niets meer aan. De Heer zal dat goede werk voortzetten en afronden tot op de dag van Christus. Dat spreken of zingen we na in gebed.
Zoals in Adam allen sterven, zo zullen in Christus allen levend gemaakt worden. Ook voor mijn God vijandige collega of buurman. Dat spreken of zingen we na in gebed.
Zo zal gans Israel gered worden. Dat spreken of zingen we na in gebed.

We bidden niet om God te veranderen. Dat doen die heidenen bij hun god. Met ons bidden stemmen we in met Gods plan en maken we ons daarmee één. Dat is dat geloof van Lukas 18: 8, waarbij we zeker weten: God verschaft ons spoedig recht.

Hier komt nog een Genade Knipoogje over dit onderwerp:
Aanhoudende Gebedsstrijd

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende