U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

Toch nog een gericht in HebreeŽn 6 & 10

Vraag:

Ik weet dat Hebreeën 6 & 10 gezegd word tegen Messias belijdende Joden die er aan dachten weer terug te gaan naar de wet en het offer van Jezus weer afwezen. Maar ja, toch lijkt het er hier op dat die mensen als ze Jezus afwijzen als verlosser ook weer in het gericht te komen...

Antwoord:

Dat zijn inderdaad twee knap lastig gedeelten. Hier komen ze:

Hebreeën 6: 1-9 Laten wij daarom het eerste onderwijs aangaande Christus laten rusten en ons richten op dat wat volkomen is, zonder opnieuw het fundament te leggen van bekering van dode werken en van geloof in God, van een leer van dopen en van oplegging der handen, van opstanding der doden en van een eeuwig oordeel; en dat zullen wij doen, indien God het vergunt. Want het is onmogelijk om hen die eens verlicht zijn geweest, van de hemelse gave genoten hebben en deel gekregen hebben aan de Heilige Geest, en het goede woord van God en de krachten van de toekomende aioon gesmaakt hebben, en daarna afgevallen zijn, weer opnieuw tot bekering te brengen, daar zij wat hen betreft de Zoon van God opnieuw kruisigen en tot een bespotting maken. Want de grond, die de regen, welke er telkens op valt, indrinkt en gewas voortbrengt, geschikt voor hen, ter wille van wie hij ook bewerkt wordt, ontvangt zegen van God; doch als hij doornen en distelen draagt, is hij ondeugdelijk en niet ver van de vervloeking, die uitloopt op verbranding. Maar wat jullie betreft, geliefden, ook al spreken wij zo, wij zijn overtuigd van iets beters, waaraan jullie redding hangt.

Ik heb bewust de eerste drie verzen er ook bij gedaan omdat dit de setting, waarbinnen dit gelezen moet worden, aangeeft. Degenen die hier aangesproken worden zijn de Joden, die met de boodschap van het blijde nieuws in aanraking zijn geweest.
Ik heb expres vers 9 erbij geplaatst omdat Paulus de twijfel van de voorgaande verzen absoluut niet heeft, waar het om de broeders en zusters in Christus gaat. Bij hen is hij overtuigt van iets beters, waar hun redding vanaf hangt.

Hebreeën 10: 26-31 Indien wij opzettelijk zondigen, nadat wij tot de kennis van waarheid gekomen zijn, blijft er geen offer voor de zonden meer over, maar een vreselijk uitzicht op het oordeel en de felheid van een vuur, dat de weerspannigen zal verteren. Indien iemand de wet van Mozes terzijde heeft gesteld, wordt hij zonder mededogen gedood op het getuigenis van twee of drie personen. Hoeveel zwaarder straf, menen jullie, zal hij verdienen, die de Zoon van God met voeten heeft getreden, het bloed van het verbond, waardoor hij geheiligd was, onrein geacht en de Geest van de genade gesmaad heeft? Want wij weten, wie gezegd heeft: Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden! En wederom: De Here zal zijn volk oordelen. Vreselijk is het, te vallen in de handen van de levende God!

Opnieuw wordt de Jood, die geconfronteerd is geweest met het evangelie, hier aangesproken. Ook dit hoofdstuk sluit Paulus af met dezelfde zekerheid over de gelovigen.
Hebreeën 10: 39 Wij hebben niets van doen met nalatigheid, die ten verderve leidt, doch met geloof, dat de ziel behoudt.

Petrus heeft in zijn tweede brief een paar ware woorden over de apostel Paulus neergeschreven:
2 Petrus 3: 15-18 Blijf het geduld van onze Here voor redding houden, zoals ook onze geliefde broeder Paulus naar de hem gegeven wijsheid aan jullie geschreven heeft, evenals in alle brieven, wanneer hij over deze dingen spreekt. Daarin is één en ander moeilijk te verstaan, wat de onkundige en onstandvastige lieden tot hun eigen verderf verdraaien, evenals trouwens de overige schriften. Geliefden, omdat jullie het nu van tevoren weten, kunnen jullie op je hoede zijn, dat jullie niet, door de dwaling van de zedelozen meegesleept, afvallen van je eigen standvastigheid; blijft echter doorgroeien in de genade en in de kennis van onze Here en Heiland, Jezus Christus.

Petrus schreef hier aan de Joden. Hij schreef hen dat Paulus ook een brief aan hen geschreven heeft. Dat is dus blijkbaar deze Hebreeënbrief. Hij geeft hier aan dat deze brief best behoorlijk lastig is om die te begrijpen. Ook geeft hij aan dat er zijn die de inhoud van deze brief zullen gaan verdraaien.

Welke verdraaiing was dat? Aan het eind geeft Petrus dat aan. Gelovigen zullen niet bij de vaste grond blijven die ze in de genade mogen bezitten. In plaats van te groeien in die genade lijken ze ervan af te vallen omdat Paulus woorden zo verdraaid worden alsof ze hun eigen verderf tegemoet gaan.

Wat komen we nu tegen bij al die zogenaamde christelijke uitleggers die zo gecharmeerd zijn door deze twee hoofdstukken? Het is een hel en verdoemenis verkondiging. Men laat dan de mogelijkheid dat je onwetend zondigt nog onder het volbrachte werk van Christus vallen, maar o wee, als je opzettelijk gezondigd hebt, dan staat uitsluitend nog Gods altijddurend oordeel van foltering je te wachten.

De woorden van Paulus worden dus zodanig verdraaid dat je van die heerlijke basis van genade wordt afgeblazen (indien dat ook echt mogelijk zou zijn) en je wordt zo het verderf ingestort. Precies zoals Petrus dit van tevoren reeds gewaarschuwd had.

We weten allemaal dat het voor een gelovige in Christus absoluut definitief is uitgesloten dat hij of zij ooit uit die heerlijke zekerheid van Christus volbrachte werk gehaald kan worden.
Romeinen 8:1 Zo is er dan nu geen veroordeling voor hen, die in Christus Jezus zijn.

Wordt die absolute vaste zekerheid van onze redding dan misschien in deze brief aan Hebreeën anders voorgesteld? Nee! Absoluut niet!! Integendeel!!!

Hebreeën 7: 25 Christus kan volkomen behouden, wie door Hem tot God gaan, daar Hij altijd leeft om voor hen te pleiten.
Hebreeën 8: 10-12 Dit is het verbond, waarmee Ik Mij verbinden zal aan het huis van Israël na die dagen, spreekt de Here: Ik zal mijn wetten in hun verstand leggen, en Ik zal die in hun harten schrijven, en Ik zal hun tot een God zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn. En niet langer zullen zij een ieder zijn medeburger, en een ieder zijn broeder leren, zeggende: Ken de Here, want allen zullen zij Mij kennen, van de kleinste tot de grootste onder hen. Want Ik zal genadig zijn over hun ongerechtigheden, en hun zonden zal Ik niet meer gedenken.
Hebreeën 10: 10 Wij zijn eens voor altijd geheiligd door het offer van het lichaam van Jezus Christus.
Hebreeën 10: 14 Want door een offerande heeft Hij voor altijd hen volmaakt, die geheiligd worden.
Hebreeën 10: 16-17 Nadat Hij gezegd had: Dit is het verbond, waarmee Ik Mij aan hen verbinden zal na die dagen, zegt de Here: Ik zal mijn wetten in hun harten leggen, en die ook in hun verstand schrijven, en hun zonden en ongerechtigheden zal Ik niet meer gedenken.

De absolute zekerheid ligt ook in deze brief vast in het werk van Christus zelf. Er is wel een verschil met het Lichaam van Christus, waar wij deel van uitmaken. Het Nieuwe Verbond gaat vergezeld met de wet in het binnenste. Dat hebben wij niet. Bij ons wordt ook de eis van de wet niet vervuld in de dagelijkse praktijk. De vastheid en de grond van de redding is echter identiek.

In beide hoofdstukken (Hebr. 6 & 10) komt de dreiging van het vuur naar voren. Laat ik beginnen met aan te geven dat dit in het geheel niks te maken heeft met het wel of niet gered zijn. Vergeving, redding, verzoening: Dat ligt Bijbels gezien allemaal vast in het werk van Christus.

Een altijddurend verterend vuur van de hel in tegenstelling tot een altijddurend genot van de hemel is een door een verdorven christenheid bedachte leer om de kerkleden in het gareel te houden.

Er zijn wel oordelen van vuur in de profetieën, zoals in Openbaring. Deze zullen een louterende werking hebben en dienen daarmee ook binnen Gods plan. We kennen allemaal het goud dat in het vuur gelouterd wordt.

God is liefde. Daarin is God ook een verterend vuur. De tegenstelling: God is liefde, maar Hij is ook een verterend vuur, is een volslagen onbijbelse tegenstelling. Als God in een oordeel van vuur alles verteert wat zondig en smerig is, dan openbaart de liefhebbende God nou juist Zijn volle aard door niet te rusten voordat Zijn hele schepping verlost is van alle vuilnis.

Het vuur, wat in deze beide hoofdstukken dreigt voor die ongelovige Joden, was de grote brand van Jeruzalem die voor de deur stond. Dat vond plaats in het jaar 70 na Christus, pal nadat Paulus in de gevangenis het geheimenis betreffende de Gemeente, het Lichaam van Christus, ontvangen had.

De ongelovige Jood, die hier in deze brief nog voortdurend werd aangesproken, heeft het aanbod van het evangelie van het koninkrijk afgewezen. Dat betekent niet dat God hen met het vuur over Jeruzalem voor altijd aan de kant heeft geschoven.
Romeinen 11: 12 Indien hun [Israël] val de rijkdom is van de wereld, en hun vermindering de rijkdom van de heidenen, hoeveel te meer hun volheid!
Romeinen 11: 15 Indien hun verwerping de verzoening is van de wereld, wat zal de aanneming wezen, anders dan het leven uit de doden?

Door het vuur heen zullen ze nu na 2000 jaar weer opstaan. Ik denk dat dit moment redelijk dichtbij is. Dat is ook voor ons heidenen veel meer rijkdom dan hun val betekende. Dat zal ook voor ons echt leven uit de doden betekenen.
Jesaja 4: 4 wanneer de Here het vuil van de dochters van Sion zal hebben afgewassen en de bloedvlekken van Jeruzalem daaruit zal hebben weggespoeld door de Geest van gericht en van verbranding.

Laten we nu eens even het eerste gedeelte wat nader bekijken.
Hebreeën 6: 1-9 Laten wij daarom het eerste onderwijs aangaande Christus laten rusten en ons richten op dat wat volkomen is, zonder opnieuw het fundament te leggen van bekering van dode werken en van geloof in God, van een leer van dopen en van oplegging van de handen, van opstanding der doden en van een eeuwig oordeel; en dat zullen wij doen, indien God het vergunt. Want het is onmogelijk om hen die eens verlicht zijn geweest, van de hemelse gave genoten hebben en deel gekregen hebben aan de Heilige Geest, en het goede woord van God en de krachten van de toekomende aioon gesmaakt hebben, en daarna afgevallen zijn, weer opnieuw tot bekering te brengen, daar zij wat hen betreft de Zoon van God opnieuw kruisigen en tot een bespotting maken. Want de grond, die de regen, welke er telkens op valt, indrinkt en gewas voortbrengt, geschikt voor hen, ter wille van wie hij ook bewerkt wordt, ontvangt zegen van God; doch als hij doornen en distelen draagt, is hij ondeugdelijk en niet ver van de vervloeking, die uitloopt op verbranding. Maar wat jullie betreft, geliefden, ook al spreken wij zo, wij zijn overtuigd van iets beters, waaraan jullie redding hangt.

Ik heb bewust de eerste verzen van dit hoofdstuk eraan geplakt om het verband met het ongelovig Joodse volk te zien, dat hier aangesproken wordt. Paulus heeft het over het eerste onderwijs. Daarmee verwijst hij terug naar het eind van het vorig hoofdstuk.
Hebreeën 5: 12 Hoewel jullie, naar de tijd gerekend, leraren horen te zijn, hebben jullie weer nodig, dat men je de eerste beginselen van de uitspraken van God leert,

Die mensen, die Paulus hier dus aanspreekt, hadden al zo lang de boodschap van het evangelie gehoord dat ze inmiddels best al leraren hadden kunnen zijn. Maar nee hoor, dat zat er helemaal niet in! Ze zagen nog niet eens het onderscheid tussen het Oude en het Nieuwe Verbond. Ze waren nog bezig met de eerste beginselen van de uitspraken van God volgens 5: 12 of, zoals 6: 1 het noemt, het eerste onderwijs aangaande Christus.

Dat eerste onderwijs moeten ze laten rusten. Veelal wordt dit binnen de christenheid uitgelegd als dat Paulus hier de gelovigen zou oproepen nu niet meer bezig te zijn met de eerste zaken van de evangelieverkondiging, maar dat ze nu wat dieper moeten gaan. Dat is puur larie!

We hadden al gezien dat hier niet de christenen, maar de ongelovige Joden werden aangesproken. Die eerste beginselen betreffende de Messias, slaan op het Oude Verbond dat bol stond van de voorzeggingen van de komende Messias.

Paulus noemt daarna een waslijstje van zes Oud Testamentische kenmerken op.
1+2: In het hele Oude Testament wordt men opgeroepen tot ‘bekering van dode werken’ en tot ‘geloof in God’.
3: In hoofdstuk 9: 11-13 rekent Paulus af met de Oud Testamentische ‘dopen’ oftewel ‘ceremoniële wassingen’.
4: Een leer van ‘oplegging van de handen’ zal je in het Nieuwe Testament vergeefs terugzoeken. De hele Levietische offerdienst werd er echter door gekenmerkt. Bij de bok ter zondoffer werden de handen opgelegd, waardoor de zonden van het volk overgingen op het offer. Het was de vereenzelviging van de offeraar met het offer.
5: De leer van de ‘opstanding van de doden’ was een kenmerkende Oud Testamentische leer die werd aangehangen door de Farizeeën en afgewezen door de Sadduceeën.
6: Ook het ‘eeuwig oordeel’ is zo’n kenmerkend Oud Testamentische leer (Pred. 12: 14).

Voor ons is momenteel binnen het geheimenis, het Lichaam van Christus, alles vrijwel helemaal veranderd. Maar ook onder het Nieuwe Verbond, dat nog gold toen Paulus de brief aan de Hebreeën schreef, was het al behoorlijk anders. Het laatste punt alleen al!
Romeinen 8:1 Zo is er dan nu geen veroordeling voor hen, die in Christus Jezus zijn.

Het grote verschil tussen het Oude en het Nieuwe Verbond was dat het niet meer ging om een uiterlijke verandering, maar een verandering van binnenuit.
Galaten 2: 20 Met Christus ben ik gekruisigd, en toch leef ik, dat is, niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij.

In dit hoofdstuk 6 roept Paulus die ongelovige Joden op om het eerste onderwijs te laten rusten (Oude Verbond) en zich te richten op het volmaakte (Het Nieuwe Verbond). Nu gaan we weer een stapje verder.

Hebreeën 6: 4-6 Het is onmogelijk om hen die eens verlicht zijn geweest, van de hemelse gave genoten hebben en deel gekregen hebben aan de Heilige Geest, en het goede woord van God en de krachten van de toekomende aioon gesmaakt hebben, en daarna afgevallen zijn, weer opnieuw tot bekering te brengen,

Gaat dit nu opeens over gelovigen? Nee, nog steeds worden die ongelovige Joden aangesproken die vast blijven houden aan al die kenmerken van het oude (Oude Verbond) en die worden opgeroepen zich nu te richten op het volmaakte (Nieuwe Verbond). Jazeker! Ongeacht de schijnbaar positieve bewoordingen over hen.
Johannes 2: 23-24 terwijl Hij [Christus] te Jeruzalem was, op het Paasfeest, geloofden velen in zijn naam, doordat zij zijn tekenen zagen, die Hij deed; maar Jezus zelf vertrouwde Zichzelf hun niet toe, omdat Hij hen allen kende

Geloven om de tekenen is nog heel wat anders dan geloven Wie Hij is en wat Hij doet. Het was eerder de verkiezing tot Israëls mentalist of illusionist van het jaar. Toen Paulus de Hebreeënbrief schreef waren er dus vele van dit soort ongelovige gelovigen.

Deze feitelijk ongelovigen waren wel verlicht toen ze onder het gehoor van de woorden van de Messias zaten. Verlicht worden is nog altijd iets anders dan innerlijk het licht ontvangen. Het is als onder een straatlantaarn staan. Sta je echter even ergens anders dan is dat licht ook weg.

De Heer had de massa’s te eten gegeven. O ja, ze hadden de zoetheid van de hemelse gaven genoten. Ze kwamen echter voor de broden en de vissen en niet voor het leven in de Heer. Daar hadden ze niks van begrepen.

Ja, ze hadden zelfs deel gekregen aan Heilige Geest. Nee, ik vergeet niet per ongeluk het lidwoord. In het Grieks staat het lidwoord er niet. Dat betekent dus niet dat ze deel hebben gehad aan de Persoon van de Heilige Geest. Ze hadden alleen deel gekregen aan de invloed van de Heilige Geest, aan datgene wat de Heilige Geest werkt. De Heilige Geest is dus niet als Persoon in hen gekomen, zoals gebruikelijk binnen Het Nieuwe Verbond bij gelovigen.

Ook dat goede Woord van God hadden ze wel degelijk gesmaakt. Misschien vonden ze Christus zelfs wel zeer bespraakt. Daarmee heeft dat Woord hun leven nog niet veranderd.

Ze hadden met eigen ogen die krachten van de toekomende aioon gezien. Wat de Heer deed in Zijn rondgang hier op aarde was nog maar een voorproefje van wat Hij in de komende aioon zal gaan doen. Voor je zelf persoonlijk heb je er echter bijzonder weinig aan als je het op de eerste rij allemaal goed hebt kunnen volgen, zonder er zelf deel van uit te maken.

Alles bij elkaar optellend blijkt dat deze mensen dus niet de reddende genade van de Heer persoonlijk kenden.

Hebreeën 6: 7-8 De grond, die de regen, welke er telkens op valt, indrinkt en gewas voortbrengt, geschikt voor hen, ter wille van wie hij ook bewerkt wordt, ontvangt zegen van God; doch als hij doornen en distelen draagt, is hij ondeugdelijk en niet ver van de vervloeking, die uitloopt op verbranding.

Paulus ziet hier al dat niet geheel Israël tot waarachtige gelovigen zich zou bekeren. Er zijn gewassen (oftewel Joden) die genieten van de voeding van de bodem en het leven wat de regen hen brengt. De gelovige Joden. Er zijn gewassen (Joden) wiens grond hard wordt door de zon en waarbij de grond wegstroomt als er regen komt. (De ongelovige Jood).

De profetische lijn was dat heel Israël tot bekering zou komen en van daaruit alle volkeren bereikt zouden worden met het evangelie van het Koninkrijk. Die lijn is onderbroken, ten 1e. met de grote brand van Jeruzalem (die uitloopt op verbranding) in het jaar 70 en ten 2e. met het geheimenis betreffende het Lichaam van Christus, wat Paulus ontving in de gevangenis.

Gods plan met Israël gaat zeker nog verder.
Romeinen 11:26 Aldus zal gans Israel gered worden, gelijk geschreven staat: De Redder zal uit Sion komen, Hij zal goddeloosheden van Jakob afwenden.

Vrijwel dezelfde boodschap wordt nog eens herhaald in het 10e hoofdstuk. Ook dat hoofdstuk heeft weer geen betrekking op gelovigen. Dat blijkt uit meerdere uitspraken.
Hebreeën 10: 29 Hij, die de Zoon van God met voeten heeft getreden, het bloed van het verbond, onrein geacht en de Geest van de genade gesmaad heeft?
Welke gelovige treedt de Zoon van God met voeten? Welke gelovige acht het bloed van het Verbond onrein? Welke gelovige smaadt de Geest van de genade?

Ook blijkt uit het geheel dat hier het Joodse volk direct aangesproken wordt.
Hebreeën 10: 30 De Here zal zijn volk oordelen.
Wij zullen nooit kunnen zeggen dat we leden zijn van het volk. Ja, hooguit van het volk der Nederlanden, maar daar kunnen we geen geestelijke voorrechten uit halen.

Het is met name het eerste vers dat despotische voorgangers/dominees met alle liefde hanteren om angst aan te jagen.
Hebreeën 10: 26 Indien wij opzettelijk zondigen, nadat wij tot de kennis van waarheid gekomen zijn, blijft er geen offer voor de zonden meer over, maar een vreselijk uitzicht op het oordeel en de felheid van een vuur, dat de weerspannigen zal verteren.

Bij deze genadeloze predikers valt per ongeluk zondigen nog onder het volbrachte werk van de Heer. Maar! O wee!! Stel dat je met opzet zondigt!!!

Ik durf met alle stelligheid te beweren dat er niemand, maar dan ook echt helemaal niemand is die nooit eens een keertje met opzet zondigt. De grootste schijnheilige kan dat toch nog niet volhouden?! Dat schiet er bij iedereen wel eens in. Dan roepen we weer:
Romeinen 7:24 Ik, ellendig mens! Wie zal mij verlossen uit het lichaam van deze dood?
Daarna juichen we dan weer met lange uithalen:
Romeinen 7: 25 God zij dank [GENADE] door Jezus Christus, onze Here!
Wow! Wat hebben we toch een geweldig God!

Hoe zit het nou met die God die een verterend vuur is?
Gaan we nog eventjes terug naar die tekst uit Jesaja.
Jesaja 4: 4 wanneer de Here het vuil van de dochters van Sion zal hebben afgewassen en de bloedvlekken van Jeruzalem daaruit zal hebben weggespoeld door de Geest van gericht en van verbranding.

Het is om al die ellende en smerigheid af te wassen en weg te spoelen. Vandaar dat we ook rustig verder kunnen lezen.
Jesaja 4: 5-6 Dan zal Yahweh over het hele gebied van de berg Sion en over de samenkomsten die daar gehouden worden, overdag een wolk scheppen en ‘s nachts een schijnsel van vlammend vuur, want over al wat heerlijk is, zal een beschutting zijn. En er zal een hut zijn tot een schaduw overdag tegen de hitte, en tot een schuilplaats en een toevlucht tegen stortbui en regen.

Kijk, daar heb je de doop met vuur, zoals die over Israël beloofd was. En wat werkt het uit? Gods heerlijkheid oftewel Gods eer. Ook al komen er inderdaad gerichten over de aarde, we mogen ons verblijden over de uitkomst.

Wat ons betreft? Onze vastigheid is in het werk van Christus en Zijn genade.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende