U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

Vrezen & Beven

Gelegen en ongelegen komt genade ter sprake op deze website. Maar midden tussen die favoriete teksten staat toch wel iets totaal anders, zoals ‘vreze en beven’. Hoe mag je dat dan wel plaatsen?

Veelvuldig komt in mijn stukjes inderdaad de volgende bekende Bijbeltekst langs:
Filippi 2: 13 God is het, die om zijn welbehagen zowel het willen als het werken in jullie werkt.
In deze aanhaling is echter één woordje overgeslagen, die wel essentieel is. Het eerste woordje van deze tekst is: ‘Want’.

Het woordje ‘want’ geeft altijd het oorzakelijk verband aan van het voorafgaande en hetgeen wat erop volgt. Het voorgaande is dus zeker van belang. Het geeft aan dan dat we eigenlijk deze tekst niet kunnen lezen zonder eerst de voorafgaande tekst te lezen. Dat is:
Filippi 2: 12 Blijf je redding bewerken met vreze en beven,

We blijven onze redding bewerken, want God werkt zowel het willen als het werken in ons en dat is om Zijn welbehagen oftewel: Hij heeft daar plezier in.
Het ‘bewerken’, dat wij doen in vers 12 is het bijhouden van bijvoorbeeld een tuin die al kant en klaar is. Hetgeen wat in dat vers kant en klaar is, dat is de redding.
Het ‘werken’, dat God doet in vers 13 is wat wij kennen als energiek ertegenaan gaan.

Het uitwerken van die kant en klare redding gebeurt echter met vreze en beving. Wat moeten we daar ons nou bij voorstellen? Laat ik maar gelijk de knuppel in het hoenderhok gooien: De godvrezende gelovige vreest nergens voor.
1 Johannes 4: 18 Er is in de liefde geen vrees, maar de volmaakte liefde drijft de vrees uit;

Bij vreze en beving draait het niet om angst, maar om eerbied voor God, wat praktisch gedrag uitwerkt. Bij eerbied voor God moeten we niet aan een devote bevindelijke houding denken, waar wij als mens ons toe zouden zetten. Het is het erkennen dat God God is.

Hoe vreemd dat ook mag klinken, dat wordt maar door weinig gelovigen erkend. Verstandelijk God als God erkennen houdt in dat we intellectueel ervan uitgaan dat God als God handelt in ons leven, oftewel zoals Paulus aan Filippi schrijft: Hij werkt zowel het willen als het werken in ons.

De vrees van Yahweh werkte in het Oude Verbond ook praktisch gedrag uit.
2 Kronieken 19:9 In de vreze van Yahweh, in getrouwheid en met een volkomen hart zullen jullie aldus handelen:
Hier is, evenals in Filippi, de wandel van de gelovige verbonden aan de vreze van Yahweh.

Psalm 19: 9 noemt deze vreze, die van Yahweh is, rein. In Psalm 111: 10 en Spreuken 9: 10 wordt dit het begin van de wijsheid genoemd. In Spreuken 1: 7 wordt dit het begin van de kennis genoemd. In Spreuken 14: 26 wordt dit de bron van het leven genoemd. In Jesaja 33: 6 wordt het een schat genoemd.
Als ik de omschrijving van 'de vrees van Yahweh' bekijk, gaan mijn gedachten regelrecht richting Christus Jezus.

Als je het woord 'godsvrucht' onderzoekt, ontdek je dat ook dit woord direct is afgeleid in zowel het Hebreeuws als in het Grieks van dit woord 'vreze'. Het geheimenis van de godsvrucht is ook weer Christus Jezus zelf (1 Timotheus 3: 16).

Paulus roept ons in Filippi dus op tot deze godsvrucht. Dat is niet vreemd aan het Nieuwe Testament. In 1 Timotheus 4: 7 & 8 worden we opgeroepen ons te oefenen in de godsvrucht. Hier zien we dus weer een oproep om het opstandingsleven van Christus, wat ons nieuwe leven is (Galaten 2: 20), nu ook in onze praktijk door te laten werken.

Met dit eerste woord van de complete uitdrukking ‘vreze en beven’ worden we dus al doorverwezen naar het Leven dat Christus werkt in de gelovige. Nu wil ik even stilstaan bij het tweede woord.

In het Oude Testament heb je acht verschillende basiswoorden voor beven.
Drie daarvan worden totaal niet gebruikt in relatie tot God en mens.

Twee woorden hebben te maken met oordelen van God over volkeren en daarmee over mensen. Zo eentje vind je bijvoorbeeld terug in Psalm 99: 1 & Jesaja 23: 11. De ander kom je bijvoorbeeld tegen in Ezechiël 38: 20 & Hagaï 2: 7.
Er komt in dit verband geen combinatie van vrezen en beven voor. Ik denk ook niet dat dit daar enigszins mee te maken heeft. Het gaat hier om daadwerkelijke angst vanwege het (nog) niet kennen van God.

De overige drie woorden hebben, denk ik, allemaal wel iets te zeggen over de uitdrukking die je ook in Filippi terugvindt. Van elk woord laat ik één tekst de revue passeren om een indruk te krijgen.

Ik begin bij de negatieve versie van vrezen en beven.
Jeremia 5:22 Willen jullie Mij niet vrezen, luidt het woord van Yahweh, of voor Mij niet beven, die het zand gesteld heb tot grens voor de zee,
In deze tekst wordt vrezen en beven in één zin genoemd in relatie tot Yahweh. In vers 20 wordt het huis van Jacob aangesproken. Dit is de titel die het huis van Israel krijgt als het in ongeloof wandelt. In ongeloof wandelen is hier dus hetzelfde als niet wandelen in vrezen en beven.

Ik pak nu een positieve versie die, volgens mij, ook gelijk een sleutel om het te begrijpen weggeeft.
Maleachi 2:5 Mijn verbond met hem was: leven en vrede; Ik heb ze hem gegeven tot godsvrucht, opdat hij Mij zou vrezen en voor Mijn naam beven.
Godsvrucht wordt hier in één adem genoemd met vrezen en beven. In het verbond dat de Heer hier sluit met Levi geeft Hij hem iets dat werkt tot in godsvrucht. Hij komt daardoor tot de erkenning van wie God is in Zijn soevereine heerschappij.

Ik heb nog een positieve versie gevonden die, volgens mij, zelfs sterk overeenkomt met onze uitgangstekst in Filippi.
Daniël 6:26 Door mij wordt bevel gegeven, dat men in het hele machtsgebied van mijn koninkrijk voor de God van Daniel zal vrezen en beven; want Hij is de levende God, die blijft tot in de aioon; zijn koningschap is onverderfelijk en zijn heerschappij duurt tot het einde;
Hier volgt achter ‘vrezen en beven’ hetzelfde woordje ‘want’ als in Filippi. Daar was het argument voor vrezen en beven ‘want God is het die zowel het willen als het werken in jullie werkt’. Hier is het argument voor vrezen en beven ‘; want Hij is de levende God, die blijft tot in de aioon; zijn koningschap is onverderfelijk en zijn heerschappij duurt tot het einde’.

De argumentatie voor vrezen en beven is in beide Bijbelgedeelten de soevereine heerschappij van God. Ik proef in de oproepen in de Bijbel tot een godvruchtig leven ook telkens de praktische erkenning van God in Zijn soevereine werking in ons leven.
De combinatie van ‘vrezen en beven’ wijst dus op hetgeen in dat ene woordje ‘godsvrucht’ is samengebald. Het is het leven in geloof, het leven vanuit soevereine genade.

De godsvrucht, oftewel het erkennen van de soevereine heerschappij werkt zodanig dat men oog krijgt voor Gods immense grootsheid, waarmee men dus gelijk zijn eigen nietigheid ziet. Die uitwerking kom je ook tegen in al die combinaties van vrezen en beven in het Nieuwe Testament.
1 Corinthe 2:3 Ook kwam ik in zwakheid, met veel vrezen en beven tot jullie;
2 Corinthe 7:15 Zijn genegenheid gaat des te meer naar jullie uit, wanneer hij zich alle
gehoorzaamheid van jullie herinnert, hoe jullie hem met vrezen en beven hebben ontvangen.
Efeze 6:5 Slaven, weest jullie heren naar het vlees gehoorzaam met
vreze en beven, in eenvoud van jullie harten, als aan Christus,

In Filippi 2: 12 worden we dus opgeroepen om de redding, die al kant en klaar is, te bewerken alsof het een tuin is. Hoe we dat kunnen wordt er dan bij vermeld. Dat is met vreze en beven. Dat is dus in de erkenning dat God ook daarin Zijn soevereine werk doet. Hij is de soevereine God.

Filippi 2: 13 begint dan met dat woordje ‘want’. Dit geeft het oorzakelijk verband aan. Waarom doen we dit met vreze en beving? Waarom erkennen we het soevereine werk van God in dit bewerken? Daar komt het antwoord: Want Hij is het die zowel het willen als het werken in jou werkt. En dan staat er ook nog bij dat God dat met groot plezier doet.

Geen angst voor God! No way!! Die godvrezende vreest niet. Die uitdrukking ‘vreze en beven’ is een heerlijk verstandelijke erkenning dat God soeverein aan het werk is.

Ik kom toch wel vaak uit bij genade, maar ik denk ook dat er geen andere echt praktische praktijk mogelijk is voor de gelovige, ongeacht of dat onder het Oude Verbond was, of onder het Nieuwe Verbond, of binnen het geheimenis. Telkens is het Gods soevereine genade die werkt en waar mensen oog krijgen voor die soevereine werking van Gods genade ontstaat godsvrucht, oftewel vrezen en beven.

Je kan natuurlijk altijd door blijven gaan, maar Filippi 2: 12 begint ook alweer met zo’n verbindingswoordje: ‘Daarom’. Daar wil ik toch nog even de aandacht op richten.
Met een bepaalde reden worden we opgeroepen om dat bewerken met vreze en beven te doen. Als iemand zegt ‘daarom’, is mijn vraag altijd: ‘waarom?’.

Nou hier komt het antwoord op die vraag. De voorgaande twee verzen:
Filippi 2: 10-11 opdat in de naam van Jezus zich alle knie zou buigen van hen, die in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn, en alle tong zou belijden: Jezus Christus is Here, tot eer van God, de Vader!
D A A R O M !!!!

Hier is geen sprake van een angst voor God dat deze mensen op hun knieën dwingt. Het is diezelfde soevereine God die in vers 12 en 13 aan het werk is, die ook hier Zijn genade werkt. Het zijn daarom hier ook geen lippen die lippendienst doen, maar de tong zoals die in de Bijbel voortdurend voor vrijmoedig belijden staat.

Dus DAAROM! Omdat God bezig is Zijn plan met alle mensen te volvoeren, daarom is die soevereine God actief in jou en mij met Zijn genade. Iets wat eerst zo heikel leek om te onderzoeken, blijkt wanneer je er dieper op in gaat één groot feest van Gods genade te zijn.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende