U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

Hoe Zit Het Met Die Voltooide Tijd In Efeze 4?

Onlangs ontving ik een vraag, die een stuk uitleg van Efeze 4: 22-24 voor mij redelijk op de kop zette.
Efeze 4: 22-24 dat jullie, wat je vroegere wandel betreft, de oude mens afleggen, die naar het verderf leidt, naar zijn misleidende begeerten, dat jullie verjongd worden door de geest van je denken, en de nieuwe mens aandoen, die naar de wil van God geschapen is in waarachtige gerechtigheid en heiligheid.

Ik had de werkwoorden in dit gedeelte n.a.v. het computer Bijbelprogramma ISA, maar ook n.a.v. enkele Amerikaanse leraars, telkens opgevat als iets wat in de voltooide tijd staat. Ook mijn studie van Galaten nummer 9 was daarop geënt. Nu kwam de vraag of ik kon duidelijk maken wat de juiste vertaling is en ook waarom.

Hier volgen onderdelen van deze ontdekkende correspondentie.

Mijn reactie:
“Nadat ik de onveranderde tekst, waarbij de werkwoordsvorm in de tegenwoordige tijd staat, heb geciteerd staat twee alinea's verder dezelfde tekst maar dan met de werkwoordsvorm in de voltooide tijd. Hier komt die nog eens:
Efeze 4: 22-24 dat jullie, wat je vroegere wandel betreft, de oude mens afgelegd zijnde die naar het verderf leidt, naar zijn misleidende begeerten, dat jullie verjongd zijnde door de geest van je denken, en de nieuwe mens aangedaan zijnde die naar de wil van God geschapen is in waarachtige gerechtigheid en heiligheid.”

Daar kreeg ik een antwoord op dat er in dit gedeelte slechts tweemaal sprake was van een voltooid gebeuren en zesmaal van een gebeuren dat nog moet plaatsvinden. Het werd dus tijd voor mij dat ik er nog eens stevig indook.

Dat leverde het volgende antwoord op:
“Ik zet de drie uitdrukkingen, die ik veranderd had, onder elkaar zoals ik ze in het ISA Bijbelprogramma tegenkom.
afleggen - To be from placing
verjongd worden - To be being up-younged
aandoen - To be being in-slipped

Als ik de omschrijvingen van de Online Bible ernaast leg, dan hebben deze drie werkwoorden alle drie de onbepaalde wijs gemeen. Onbepaalde wijs is in het Nederlands het volledige onvervoegde werkwoord voorafgegaan door 'te'.
Ik heb naar een voorbeeld gezocht. Dit is er wellicht een.
Romeinen 5:7 Misschien heeft iemand nog de moed voor een goede te sterven.

In het Bijbelgedeelte Efeze 4: 22-24 is het een vrijwel onmogelijke opdracht om dat woordje 'te' er tussen te proppen. Dat wordt nergens een goed lopende Nederlandse zin. Het ISA programma heeft blijkbaar die onbepaalde wijs verwerkt tot 'To Be'. Dat heeft meeste kans bij mij de denkfout veroorzaakt dat hier telkens iets staat dat reeds een voldongen feit is. 'To be' heb ik namelijk weergegeven met 'Zijnde'. Daarmee kwam ik tot mijn vertalingen:
Afgelegd zijnde
Verjongd zijnde
Aangedaan zijnde

Eigenlijk zegt de onbepaalde wijs nog helemaal niks over de tijd en ook al niets over de vorm. De vorm bepaalt in het Grieks of het onderwerp van de zin die handeling (afleggen, verjongen, aandoen) aan zichzelf verricht of dat hij/zij die handeling ondergaat. Ik zal je eerlijk zeggen dat ik het erg graag had gezien dat er in alle drie de gevallen van het laatste sprake zou zijn. Ik moet eerlijk zijn. Dat is niet het geval.

De middelste uitspraak 'Dat jullie verjongd worden door de geest van je denken', die is in de lijdende vorm. Een mooi voorbeeld van de lijdende vorm is een zin als 'De jongen werd door de bal geraakt'. Dit is de lijdende vorm omdat die jongen het voorwerp van het gebeuren is. Dit betekent dat die 'jullie' in Efeze (en dus wij) de ontvangers zijn van deze verjonging.

Ik zou het nou erg prettig hebben gevonden als in die twee andere gevallen ook van de lijdende vorm sprake was. Maar je raadt het al. Dat is niet het geval. Bij het afleggen van de oude mens en het aandoen van de nieuwe mens is in beide gevallen sprake van de medium vorm. Deze medium vorm houdt in dat het onderwerp van de zin (die 'jullie') een handeling aan zichzelf verricht, of iets doet in zijn eigen belang. Wij zijn dus degenen die de oude mens afleggen en de nieuwe mens aandoen.

Maar ook hier is nog niet alles mee gezegd. Naast de wijs en de vorm houden we nu nog de tijdsfactor over. De indeling die je bij de vorm tegenkwam, die komt ook weer terug bij de tijdsfactor. Ook nu begin ik dus bij dat ‘verjongd worden’. Dat was tenminste iets wat we ondergingen. Dit werkwoord staat hier in de tegenwoordige tijd. Dat gebeurt dus nu momenteel aan ons.

De ‘oude mens afleggen’ en de ‘nieuwe mens aandoen’ staan allebei in de aorist. Dat is een tijdsvorm die wij in het Nederlands niet kennen. Het wijst op iets dat in het verleden begonnen is en dat door blijft werken. Een voorbeeld van een aorist is de hele bekende tekst:
Johannes 3: 16 Alzo lief heeft God de wereld gehad,
Ik heb meerdere keren horen beweren dat God de wereld heeft liefgehad, maar dat nu dus niet meer doet. Dat staat er toch?! Ja, in het Nederlands wel.

'Liefhebben' staat in deze bekende tekst in de aorist. Die liefde is inderdaad op een bepaalde plaats en tijd samengebald. Dat blijkt in het verder verloop van die tekst: 'dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft''. Zijn uitwerking blijft het echter houden en God blijft de wereld liefhebben. Dat is het kenmerk van de tijdsvorm ‘de aorist’, waarin dit geschreven is. Zo geloof ik ook dat het 'afleggen' en het 'aandoen' in die Efezetekst samengebald is op een bepaald moment.

Zo zijn we toch weer terug bij de bekende en vertrouwde NBG vertaling:
Efeze 4: 22-24 dat jullie, wat je vroegere wandel betreft, de oude mens afleggen, die naar het verderf leidt, naar zijn misleidende begeerten, dat jullie verjongd worden door de geest van je denken, en de nieuwe mens aandoen, die naar de wil van God geschapen is in waarachtige gerechtigheid en heiligheid.

Door de onbepaalde wijs in het Engels van het ISA Bijbelprogramma om te zetten in ‘To Be’ heb ik me dus op het verkeerde been laten zetten. De vraag blijft echter: Waar en wanneer is dat afleggen van die oude mens en het aandoen van die nieuwe mens begonnen?

Romeinen 6:6 dit weten wij immers, dat onze oude mens mee gekruisigd is, opdat aan het lichaam van de zonde zijn kracht zou ontnomen worden en wij niet langer slaven van de zonde zouden zijn;

Evenals de drie werkwoorden in Efeze kunnen we ook dit ‘mee gekruisigd zijn’ bekijken op dezelfde drie kenmerken:
1. de wijs
2. de vorm
3. de tijd

Aantonende Wijs
Waar in Efeze 4 in alle drie de gevallen sprake was van de onbepaalde wijs, is hier sprake van de aantonende wijs. dit wordt taaltechnisch puur gebruikt om een feitelijk gebeuren weer te geven. Als de handeling werkelijk plaatsvindt, plaats heeft gevonden of plaats zal vinden, wordt de aantonende wijs gebruikt. Dit geeft aan dat het dus geen fictieve zaak is, die wij ons inbeelden, maar dat ons met Christus mee gekruisigd zijn een daadwerkelijk feit is.

Ook al waren wij ons er dus niet van bewust, wij waren er daadwerkelijk bij toen Christus 2.000 jaar terug gekruisigd werd. In Christus zijn we mee gekruisigd. Dat is heel definitief! Je vraagt je af wat er dan nog door ons af te leggen valt. Dit moet met elkaar in overeenstemming zijn, ook als wij het wellicht niet gelijk bevatten.

Lijdende Vorm
Hier wordt, i.t.t. het afleggen van de oude mens en het aandoen van de nieuwe mens, niet de medium vorm gebruikt. Waar wij in Efeze dus zelf afleggen en aandoen is hier sprake van de lijdende vorm. Het mee gekruisigd worden met Christus wordt aan ons gedaan. Dit daadwerkelijke feit is dus iets dat aan ons voltrokken is zonder onze medewerking. Die oude mens is dus dood. Het eigen actief afleggen van die oude mens moet dus ook concreet in dat vervolg liggen.

Aorist
De tijdsvorm is wellicht de meest nadere verklaring van ons afleggen van de oude mens. Dat is namelijk de aorist. Het met Christus mee gekruisigd zijn heeft dus 2.000 jaar terug op het kruis van Golgotha daadwerkelijk plaats gevonden, maar zijn uitwerking blijft nog altijd doorgaan. Voortdurend blijven we in onze praktische wandel eraan herinnerd worden dat we gestorven zijn.

Dit betekent dat we vrij zijn van de zonde.
Romeinen 6: 7 Wie gestorven is, is rechtens vrij van de zonde.
Onze kant is blijkbaar dat we rekening blijven houden met dat gestorven zijn, waardoor we ook leven in die vrijheid. Een onderdeel van ons praktisch afleggen van die oude mens.

Dit betekent dat wij nu leven met Christus.
Romeinen 6: 8 Aangezien wij met Christus gestorven zijn, geloven wij, dat wij ook met Hem zullen leven,
Onze kant is blijkbaar dat we rekening blijven houden met dat gestorven zijn, waardoor we ook leven met Christus. Een onderdeel van ons praktisch afleggen van die oude mens.

Dit betekent dat wij dood zijn voor de zonde en levend voor God.
Romeinen 6: 11 Zo moet het ook voor jullie vaststaan, dat je wel dood bent voor de zonde, maar levend voor God in Christus Jezus.
Onze kant is blijkbaar dat we rekening blijven houden met dat gestorven zijn, waardoor we ook leven voor God. Een onderdeel van ons praktisch afleggen van die oude mens.

Dit betekent dat de zonde niet meer heerst in ons sterfelijk lichaam.
Romeinen 6: 12-13 Laat dan de zonde niet langer als koning heersen in jullie sterfelijke lichamen, zodat jullie aan zijn begeerten zouden gehoorzamen, en stel je leden niet langer als wapenen der ongerechtigheid ten dienste van de zonde, maar stel je ten dienste van God, als mensen, die dood zijn geweest, maar thans leven, en stel je leden als wapenen der gerechtigheid ten dienste van God.
Onze kant is blijkbaar dat we rekening blijven houden met dat gestorven zijn, waardoor we ook dood zijn voor de zonde. Een onderdeel van ons praktisch afleggen van die oude mens.

Het voor ons vaststaan dat we dood zijn, oftewel het feit dat we het er voor houden dat we dood zijn, oftewel dat we er rekening mee houden dat we dood zijn, is dus blijkbaar (uitgaande van het hele hoofdstuk Romeinen 6) het afleggen van de oude mens. Die oude mens, die mee gekruisigd is met Christus.

Er is nog een tekst die over die oude en de nieuwe mens spreekt.
Colosse 3:9-10 Liegt niet meer tegen elkaar, omdat jullie de oude mens met zijn praktijken hebben afgelegd, en de nieuwe aangedaan.
Dit is met name een opvallende tekst omdat die zo regelrecht het tegenovergestelde van Efeze 4: 22-24 lijkt te zeggen. Met de nadruk op ‘lijkt’. Wij hebben de oude mens afgelegd en de nieuwe aangedaan.

Ook nu kijken we weer naar de drie kenmerken:
1. Vorm
2. Tijd
3. Wijs

Medium Deponens Vorm
We wisten al dat de medium vorm inhoudt dat het onderwerp actief is. Ook in dit geval zijn wij dat zelf weer. Met de toevoeging ‘deponens’ wordt aangegeven dat het een bedrijvende vorm is. ‘De oude mens afleggen’ is in deze tekst dus een zeer actieve bezigheid.

Aorist
Ik heb de volgorde bewust even omgedraaid omdat de wijs weer verband houdt met de tijdsvorm. Dat is hier de aorist. Dit afgelegd hebben is dus in het veleden begonnen en zet zich dus voort. Vanuit Romeinen 6 weten we dat de start in het verleden 2.000 jaar terug ligt op Golgotha. De tijdsvorm van de aorist hier geeft dus ook aan hoe je die tegenwoordige tijdsvorm in Efeze 4 moet bezien. Iets wat in het verleden begonnen is en waar we nu doorlopend op blijven terugvallen. Het er rekening mee houden dat we dood zijn.

Deelwoord
Bij de wijs komen we weer een nieuw kenmerk tegen. De betekenis van een deelwoord wordt altijd door de tijdsvorm bepaald. De tijdsvorm hier is de aorist en dat betekent dat de handeling van dit werkwoord altijd in tijd voorafgaat aan de handeling in de hoofdzin. Dat niet liegen tegen elkaar wordt dus voorafgegaan door het feit dat onze oude mens is afgelegd. Waar draait het dus in deze zin in de eerste plaats om? Om het feit dat we niet liegen of om het feit dat de oude mens is afgelegd? In de eerste plaats draait het om het feit dat de oude mens is afgelegd. Een doorgaande bezigheid (aorist) in de zin dat we er rekening mee blijven houden dat we dood zijn voor de zonde.

Het aangedaan hebben van de nieuwe mens heeft dezelfde drie kenmerken met dat verschil dat de vorm weer de gebruikelijke medium is.

Gezien het feit dat alle drie de Bijbelse getuigenissen over de oude en de nieuwe mens elkaar niet tegenspreken maar aanvullen, lijkt het mij een juiste conclusie dat we er rekening mee houden dat onze oude mens mee gekruisigd is en we nu een nieuwe mens hebben aangedaan.”

Hiermee hoop ik een uitlegkundige misser in mijn studie van Galaten nummer 9 te hebben rechtgezet.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina