U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

Ik weet niet of jij dezelfde gevoelens kent als ik. In gesprekken met gelovigen over de goedheid van God bekruipt mij zo vaak een diepe droefheid. Waarom?

Ze vertellen je honderduit over hoe het gaat in hun leven. Juist als het allemaal in de categorie ‘succesverhalen’ valt, wordt plotseling dit verwrongen godsbeeld gedropt. Men is dankbaar voor alle goedheid die God hen bewezen heeft. Al het goede wordt dankbaar uit de hand van de Heer aangenomen, maar dan krijg je die uitspraak: ‘Ik ben dan ook wel goed voor God geweest’.

De gedachte: ‘voor wat, hoort wat’. Ik bezoek de samenkomsten. Ik geef ruimschoots voor de dienst van de Heer. Ik doe tienerwerk. Waar mogelijk getuig ik van de Heer. Ik verdedig het scheppingsmodel op school. Ik heb een Pro Life levensverzekering. Ik heb geen seks voor het huwelijk. Ik ben lid van de EO.
Ik ben goed voor de Heer geweest. Daar mag ook wel wat tegenover staan’.

Tja, denk je eens in. Waar zou de Heer zijn zonder ons? Dit zijn geen ongelovigen die zo over de zogenaamde goedheid van God spreken. Nee, het zijn gelovigen die oprecht overtuigd zijn dat God hen zegent vanwege hun goede levenswandel. God zou hen daar zo dankbaar voor zijn dat Hij hen wel moet zegenen.

Wat een verschutting voor het blijde nieuws van God! Het blijde nieuws van God is genade en genade alleen. Niemand, maar dan ook niemand heeft ook maar een greintje goedheid van God verdiend. God schenkt het ons onverdiend en Hij schenkt het allen zonder onderscheid.

God is ons niets schuldig en toch heeft Hij ons overladen met zijn genade in overeenstemming met zijn rijkdommen. Die genade is niet uit ons, het is niet uit werken.
Efeze 2: 8 – 10 Want door genade ben jij behouden, door het geloof, en dat niet uit jezelf: het is een gave van God; niet uit werken, opdat niemand roeme. Want zijn maaksel zijn wij, in Christus Jezus geschapen om goede werken te doen, die God tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen.

We hebben niets om te roemen, niets om te pochen, niets om ons op de borst te slaan. Alles is uit genade en genade alleen. Zelfs de werken die we nu mogen doen is de vrucht van Zijn werk in ons. Ook die werken zijn genadewerken. God heeft ze van tevoren kant en klaar gemaakt voor ons. We mogen nu daarin wandelen.

Nee, wij zijn het niet die zo goed voor God geweest zijn dat Hij ons wel moet zegenen. Wie ook maar iets van Gods genade begrepen heeft zal nooit wijzen op zijn eigen werken om God er nu op te attenderen dat Hij nu ook maar eens over de brug moet komen.

Het hele werk van genade is van God en Gog alleen uitgegaan. Hij heeft jou en mij aangenaam gemaakt in Zijn Zoon Christus Jezus.
Efeze 1: 6 tot lof van de heerlijkheid zijner genade, waarmede Hij ons begenadigd heeft in de Geliefde.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende