U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

Toch Gewoon Lichaam!

We gaan verder met de derde omschrijving rondom het Hebreeuwse woord ‘Basar’, dat vlees of lichaam betekent.
3. Is dit mogelijk op te vatten op de ‘christelijke’ manier?
Hier volgen de laatste zes voorbeelden:

Jesaja 31:3 De Egyptenaren daarentegen zijn mensen en geen God, en hun paarden zijn vlees en geen geest; daarom zal Yahweh Zijn hand uitstrekken, zodat de helper struikelt en de geholpene valt, en zij allen tezamen vergaan.
Dit lijkt een heel vanzelfsprekende tekst, die duidelijk over het fysieke lichaam van de paarden spreekt. We hadden het dus zo onder de eerste reeks teksten kunnen laten vallen.
Dit is echter de eerste keer dat vlees en geest tegenover elkaar geplaatst worden. De grote tegenstelling van waaruit de ‘christelijke’ theologie het bouwwerk opstelt dat het vlees dus iets zondigs als de oude natuur moet zijn, die telkens opspeelt.

Vlees en geest staan ook inderdaad tegenover elkaar, maar dan is het vlees toch nog altijd simpel het fysiek lichamelijke. Niets meer en niets minder. Als we op onszelf vertrouwen, vertrouwen we op onze lichamelijke kracht, of onze lichamelijke intelligentie, of onze lichamelijke vindingrijkheid, of ons lichamelijk goede gedrag en dus niet op God, ook al heeft het de meest vrome redenen.

Jesaja 40:6 Alle vlees is gras, en al zijn schoonheid als een bloem van het veld.
Ook zo’n overduidelijke tekst die de vergankelijkheid van het lichaam aantoont. Zou dus zo naar de eerste reeks teksten kunnen. De ‘christelijke’ theologie gebruikt dit echter om aan te geven hoe vluchtig zonde is. Het kan er wel mooi uitzien, maar morgen is het als een zeepbel uit elkaar geklapt. Dat leert deze tekst niet, maar alleen het gebruik van het woord ‘vlees’ is voor de theologie al voldoende om zo’n theorie hierop te bouwen.

Jeremia 17:5 Zo zegt Yahweh: Vervloekt is de man die op een mens vertrouwt en vlees tot zijn arm stelt, wiens hart van Yahweh wijkt;
Dit moet naar het denkbeeld van de ‘christelijke’ theologie wel onomstotelijk bewijzen dat ‘vlees’ niet anders dan zonde, of de oude menselijke natuur, kan betekenen. We zagen in 2 Kronieken al dat de vleselijke arm, waar men op vertrouwde, gewoon de letterlijk fysieke arm betekende. De Egyptenaren in Jesaja vertrouwden op het vlees van hun paarden. Dat was niet de zondenatuur van de paarden of de oude mens van die paarden. Ze vertrouwden op de fysieke kracht van die paarden. Hier waarschuwt Yahweh zijn volk dus dat als ze op hun eigen fysieke mogelijkheden vertrouwen, dat zo’n vertrouwen dan beroerd afloopt.

Vertrouwen we op onze eigen mogelijkheden om de Heer te dienen? Misschien met hele goede, vrome bedoelingen. Dat pakt gegarandeerd verkeerd uit. Dat is namelijk niet leven uit genade, maar leven uit jouw kracht en inspanning voor de Heer. Nee! Vertrouw op de Heer!

Ezechiël 11:19 Ik zal hun een hart geven en een nieuwe geest in hun binnenste, en Ik zal het hart van steen uit hun lichaam verwijderen en hun een hart van vlees geven,
Ezechiël 36:26 een nieuw hart zal Ik jullie geven en een nieuwe geest in jullie binnenste; het hart van steen zal Ik uit
jullie lichaam verwijderen en Ik zal jullie een hart van vlees geven.
Ook in deze twee teksten is het duidelijk dat het weer om echt fysiek vlees gaat en niet een zondige natuur. Het grappige is echter dat dit vlees nou juist heen wijst naar het nieuwe leven binnen het nieuwe verbond, dat met Israel gesloten zal worden. Dan zal de wet in het hart gegeven worden. Nou juist dat wordt hier dan een hart van vlees genoemd. Het is alsof de Heer zelf hier de draak steekt met de ‘christelijke’ theologie.

Nu even tussen haakjes. Ook de evangelische uitleggers van de Bijbel zien in dit hart van vlees wel de positieve kant. Men wijst niet op het vleselijke (in de zin van ‘zondige’) van dit vlees. Het is het zoveelste voorbeeld van inconsequent woordgebruik onder die evangelische leraars.

Ezechiël 16:26 Jullie hebben ontucht gepleegd met de Egyptenaren, jullie wellustige naburen [Letterlijk: Jullie buren, die groot van vlees zijn]; veel ontucht hebben jullie gepleegd, waarmee jullie Mij hebben gekrenkt.
Hier heb je een uitgesproken vooringenomen weergave van het vlees. Bij vlees denkt men aan een zondige natuur en dat wordt gelijk in de vertaling betrokken. Het is echter heel goed mogelijk dat het om de lengte of zelfs de omvang van het letterlijke lichaam gaat. Er is eventueel de mogelijkheid dat het om een deel van het lichaam gaat, het geslachtsorgaan. Zo spreekt men ook in het Nederlands over iemand die groot geschapen is. In deze tekst gaat het ook letterlijk over de seksuele omgang met de Egyptenaren. Dit kan dus zeer wel de betekenis zijn. Daarbij blijft de uitdrukking ‘Vlees’ dus nog altijd neutraal.
Wat er hier absoluut niet deugt, is niet het vlees op zich. Het is de seksuele vermenging van Jood en heiden.

Ezechiël 23:20 Zij hunkerde naar haar minnaars, die zinnelijk waren als ezels [Letterlijk: die vlees als van ezels hadden] en onstuimig in hun drift als paarden [Letterlijk: hun vlees als van paarden].
Ook in de vertaling van dit vers wordt het vlees al bij voorbaat zinnelijk en drift genoemd. De gedachte dat het vlees wel de zondige natuur moet zijn, staat a.h.w. in de vertaling al bij voorbaat vast. Het blijft hier echter in de allereerste plaats om het letterlijke vlees gaan.

Net als bij de vorige geciteerde tekst wordt het vlees van de ezel gekenmerkt door een disproportioneel groot geslachtsorgaan. Wat met ‘onstuimig’ vertaald is kan beter weergegeven worden als uitstoten. Het zaad wordt dus uitgestoten alsof je hier te doen hebt met het vlees van paarden.

Die minnaars worden hier dus inderdaad seksueel ongeremd beschreven. Voor onze studie draait het echter om ‘Het vlees’ en zijn betekenis. Ook hier is dat dus opnieuw uitsluitend het fysieke vlees en dus geen zondenatuur o.i.d.

Met deze laatste zes voorbeelden betreffende het Hebreeuwse woord ‘Basar’ hebben we de drie duidelijke omschrijvingen in betekenis van dit woord afgerond. We mogen dus concluderen dat ‘Het vlees’, wat de letterlijke betekenis van dit woord is, totaal niets met de zondenatuur of het oude ik te maken heeft.

Het vertrouwen op het vlees, of op de eigen lichamelijke inspanning staat echter wel telkens tegenover het vanzelfsprekend vertrouwen op God. Of God werkt, of jij werkt voor God. Gods genade rekent alleen met het eerste.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende