U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

Vleselijke Zonde, Oude Ik, Of Toch Gewoon Lichaam?

We waren met het eerste Hebreeuwse woord ‘Basar’, voor ‘vlees’ of ‘lichaam’ begonnen. In de eerste twee omschrijvingen was geen zondige natuur of oude ik terug te vinden. Maar nu komen we aan bij de derde omschrijving. Hier gaan we wat verder dan alleen maar een opsomming van de Bijbelteksten. Daar gebruiken we deze studie voor en de volgende, 'Vlees & Lichaam 5'.

3. Is dit mogelijk op te vatten op de ‘christelijke’ manier?

Genesis 6:3 Yahweh zei: Mijn Geest zal niet altoos in de mens blijven, nu zij zich misgaan hebben; hij is vlees; zijn dagen zullen honderd twintig jaar zijn.
Genesis 6:12 God zag de aarde aan, en zie, zij was verdorven, want
al wat leeft [Letterlijk: Al het vlees] had zijn weg op de aarde verdorven.
De verzen 13 & 17 geven een overduidelijk bewijs dat hier dit uitsluitend op letterlijke lichamen wijst en niet op iets ongrijpbaars als een zondige natuur of een oude ik. Die teksten staan dan ook in de eerste reeks. Hier volgen ze nog eens:
Genesis 6:13 Toen zei God tegen Noach: Het einde van al wat leeft [Letterlijk: Al het vlees] is door Mij besloten, want door hun schuld is de aarde vol geweldenarij, en zie, Ik ga hen met de aarde verdelgen.
Genesis 6:17 Want zie, Ik ga een watervloed over de aarde brengen om
al wat leeft [Letterlijk: Al het vlees], waarin een levensgeest is, van onder de hemel te verdelgen; alles wat op de aarde is, zal omkomen.

Wat daar gebeurde in de tijd van Noach is dat de mensheid lichamelijk ook inderdaad volkomen verdorven was. Dit slaat niet op een zondige natuur of het oude ik, dat bij deze mensen opspeelde. Ze hadden zich lichamelijk vermengd met geestelijke wezens en daar kwam lichamelijk iets verdorvens uit voort. Dit is dus inderdaad niet op te vatten volgens de theologie op de ‘christelijke’ manier.

Nu gaan we naar het volgende voorbeeld:
2 Kronieken 32:8 Met hem is een vleselijke arm [letterlijk: arm van vlees], maar met ons is Yahweh, onze God, die ons helpt en onze oorlogen voert. En het volk steunde op de woorden van Jechizkia, de koning van Juda.
Lijkt dit nou niet heen te wijzen op zo’n zondige natuur of een onveranderde oude ik? Het is zo vertaald dat deze ‘christelijke’ leer inderdaad onderbouwd lijkt te zijn. De vraag is echter: Waar vertrouwden deze mensen op?

Het antwoord is: Een arm met lichamelijke kracht. Zij dachten sterk genoeg te zijn met het lichamelijk geweld dat ze zelf konden opbrengen. Als zij zondig waren, dan zou het inderdaad zondig lichamelijk geweld zijn geweest. Als ze rechtvaardig waren, dan was het rechtvaardig lichamelijk geweld geweest. Dat zondige of rechtvaardige speelt hier dus helemaal geen enkele rol! Wat hier wel speelt is die arm van vlees, die sterk is.

Menselijk lichamelijke kracht doet dus totaal niks tegenover Yahweh. Ook hier wijst het ‘vleselijke’ dus niet op een zondige natuur of een onveranderde oude mens.

Het derde voorbeeld dat oppervlakkig de ‘christelijke’ theologie lijkt te bevestigen:
Job 10:4 Heb jij dan vleselijke ogen [Letterlijk: Ogen van vlees], kijk jij zoals stervelingen kijken?
Job vraagt hier aan zijn vriend Bildad of hij net zo kijkt als alle mensen. Het gaat hier opnieuw niet over ogen die tot zonde geneigd zijn of een opspelen van de oude natuur bij Bildad.

Het probleem met Bildad was, dat hij alleen maar naar de ellendige omstandigheden keek met zijn fysieke ogen en daar conclusies uit trok. Je kan ook heel anders naar zo’n situatie kijken. Je kan het bezien vanuit het plan van God. Ook naar ellendige situaties kan je kijken vanuit het vertrouwen dat God alles leidt. Dan ga je even voorbij aan wat je eigen fysieke ogen je proberen te vertellen.

Ook al wordt dit hier in onze vertaling met ‘vleselijk’ weergegeven, toch gaat het dus niet over ogen die tot zonde verleid worden. Het betreft hier nog altijd simpel het lijfelijke, het lichamelijke.

Nog zo’n voorbeeld dat die verkeerde ‘christelijke’ indruk kan wekken. Alweer het vierde:
Psalm 56:4 op God, wiens woord ik prijs. Op God vertrouw ik, ik vrees niet; wat zou vlees mij aandoen?
Ook dit wordt graag aangehaald om het zondige van vlees te tekenen. Het is echter precies hetzelfde als bij die vleselijke arm in het tweede voorbeeld. Vijanden kunnen lichamelijk enorm krachtig zijn. Het volk Israel heeft onder het verbond met Yahweh daar echter geen enkel kwaad van te vrezen. Hier is dus opnieuw geen sprake van zonde, ook niet van een oude natuur, maar gewoon van fysieke kracht.

Met deze vier voorbeelden zijn we nog maar op de helft van deze derde omschrijving van het Hebreeuwse woord ‘Basar’ aangekomen. Deze derde omschrijving die de vraag stelt: Is dit mogelijk op te vatten op de ‘christelijke’ manier? Onomwonden kunnen we nu al stellen: NEE!!! Telkens opnieuw blijkt het vleselijke heel eenvoudig op het lichaam te slaan.

In de volgende studie zullen we nog zes voorbeelden geven rondom dezelfde vraag: Is dit mogelijk op te vatten op de ‘christelijke’ manier? Voortdurend blijft hetzelfde antwoord naar boven komen: NEE!!!

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende