U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

De Gelijkenis Van Vergeving In Het Koninkrijk

Het was Gods plan voor het hele volk Israël om een koninklijk priesterdom te zijn. De verantwoording werd eerst bij Petrus gelegd. Daarna breidde het zich uit tot de hele Nieuwe Verbonds Gemeente om zo het hele volk Israël te winnen voor dit priesterdom. Petrus besefte dat het gezag dat in eerste instantie in zijn handen gelegd was te maken had met vergeving schenken. Daarom informeerde hij ernaar hoe vaak die vergeving aangeboden moest worden. Toen kwam de Heer met het merkwaardige aantal van zeventig zevens. De lankmoedigheid van God in deze zeventig zevens heeft alles met het volk Israël te maken. Dat zullen we nu gaan ontdekken.

Zeventig maal zeven maal vergeven. Dat is grote lankmoedigheid
We verplaatsen ons een behoorlijk eind in de tijd naar het ogenblik dat de profeet Daniël onder de heerschappij van de Meden en de Perzen weer eens voor het open raam op zijn aangezicht ligt. Hij strijdt daar in het gebed voor de vergeving van zijn volk Israël.
Daniël 9: 19 O Here, hoor! o Here, vergeef! O Here, merk op! Treed handelend op; toef niet om uwszelfswil, mijn God, want uw naam is uitgeroepen over uw stad en over uw volk.
In antwoord op dat gebed wordt de engel Gabriël er op uit gestuurd om aan Daniël Gods weg met dat volk bekend te maken. Wat was nu het antwoord dat de engel Gabriël voor Daniël meekreeg op zijn gebed voor vergeving van het volk?
Daniël 9: 24 Zeventig weken zijn bepaald over uw volk en uw heilige stad,
Is er een gaver plaatje van het geduld en de verdraagzaamheid van de Heer t.o.v. Zijn rebellerend volk? Als Israël, als aangesteld Priesterdom van God, de volkeren vergeving mag aanbieden zal opnieuw deze verdraagzame Heer de maatstaf zijn. Zeventig maal zevenmaal (Mattheus. 18: 22), oftewel: het geduld van de Heer zelf. Deze Priesters kunnen dan zeggen: "want ook wijzelf vergeven een ieder, die ons iets schuldig is" (Lukas 11:4).

Falen Van Het Volk Israël
Heeft Israël haar taak nu perfect opgepakt? Helaas, op alle fronten heeft het volk gefaald. Ze vergaven niet en ontvingen dus geen vergeving. Toen Paulus, nog onder het Nieuwe Verbond, zijn taak oppakte en de heidenen de weg tot redding voorhield, hebben zij hem zelfs verhinderd om te spreken.
1 Thessalonica 2: 16 daar zij ons verhinderen tot de heidenen te spreken tot hun behoud, waardoor zij te allen tijde de maat hunner zonden vol maken.
Paulus zegt dat ze daardoor de maat van hun zonden vol hebben gemaakt.

Vergeving Verspeeld
Mattheus. 6: 12 en vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren;
Lukas. 11: 4 en vergeef ons onze zonden, want ook wijzelf vergeven een ieder, die ons iets schuldig is;
In plaats van te rebelleren had Israël dus uit Gods geduld en verdraagzaamheid mogen putten. Nu ze dat niet deden hadden ze voor dat moment hun vergeving verspeeld. De tijd van toorn begon. Uiteindelijk wijst Paulus op de toorn van God die over hen gekomen is.
1 Thessalonica 2: 16 daar zij ons verhinderen tot de heidenen te spreken tot hun behoud, waardoor zij te allen tijde de maat hunner zonden vol maken. De toorn is over hen gekomen tot het einde.
Daarbij geeft hij ook de tijdsduur van die toorn aan: "Tot het einde." De Heer zelf geeft in Mattheus 22: 7 het begin hiervan aan: "De Koning werd toornig en Hij zond Zijn legers uit en verdelgde de moordenaars en stak hun stad in brand." Dit vond plaats aan het eind van Handelingen in het jaar 70 toen Jeruzalem tot de grond toe afbrandde.

Gods Plan Gaat Door
Was daarna Gods grote plan over, voorbij? Nee, God had in Christus nog een heel groot geheim verborgen.
Efeze 3: 2 Gij hebt immers gehoord van de huishouding van Gods genade mij met het oog op u gegeven:
Dat geheim was de Gemeente, het Lichaam van Christus, waar jij en ik deel van uitmaken. Daar is het dat we de verlossing bezitten, namelijk de vergeving van de overtredingen (Efeze. 1: 7). De heerlijke basis waar we in de vorige 2 afleveringen over nadachten. Zo belangrijk en praktisch is nou het onderscheiden van de dingen die verschillen.
Filippi 1: 9 – 10 En dit bid ik, dat uw liefde nog steeds meer overvloedig moge zijn in helder inzicht en alle fijngevoeligheid, om te onderscheiden, de dingen die verschillen.

Israëls falen was al bekend
Mattheus 18: 22 Jezus zeide tot hem: Ik zeg u, niet tot zevenmaal toe, maar tot zeventig maal zevenmaal.
Nou had de Heer in Zijn prachtig antwoord aan Petrus zo mooi de priesterlijke dienst van het volk Israël weergegeven: "Zeventig zevens". Wist de Heer nou niet dat Zijn volk zou falen? Jazeker wel. Anders had Hij dit onderwerp bij vers 22 wel tot een eind gebracht. Nee, Hij gaat door met het woordje "daarom" (vers 23) juist om deze weg van falen te tekenen.

Bekend Gemaakt In Een Gelijkenis
Mattheus 18: 23 – 24 Daarom is het Koninkrijk der hemelen te vergelijken met een koning, die afrekening wilde houden met zijn slaven. Toen hij begon te rekenen, werd een voor hem geleid, die tienduizend talenten schuldig was.
Tienduizend talenten was deze slaaf zijn meester schuldig. Omgerekend naar onze tijd durf ik niet eens te zeggen hoeveel miljard gulden dat zou moeten zijn. Maar ach, een miljardje meer of minder maakt feitelijk ook niks meer uit. Al zou hij zelf met zijn vrouw en kinderen er nog zoveel bijbaantjes bij nemen. Terugbetalen in één leven is uitgesloten.
Mattheus 18: 25 – 26 Omdat hij niet bij machte was te betalen, beval zijn heer hem te verkopen, met zijn vrouw en kinderen en al wat hij bezat, opdat er betaald kon worden. De slaaf wierp zich neder als smekeling en zeide: Heb geduld met mij en ik zal u alles betalen.
Israël had schuld op schuld gestapeld. Ze hadden de afgoden gediend, de wet gebroken en uiteindelijk hebben ze hun eigen Messias, de Zoon van God gedood. Deze schuld zelf vereffenen? Uitgesloten! De meester beseft maar al te zeer de onmogelijke situatie van deze arme slaaf.
Mattheus 18: 27 De heer van die slaaf kreeg medelijden met hem en hij liet hem vrij en schold hem de schuld kwijt.
Hij krijgt medelijden. Alle schuld wordt de arme slaaf kwijt gescholden en de slaaf krijgt zijn vrijheid. Op het kruis riep de Heer: "Vader, vergeef het hun want ze weten niet wat ze doen." (Lukas. 23: 34).

De Belofte Was Nog Steeds Voor Israël
Op de Pinksterdag was de prediking van Petrus dan ook uitsluitend tot hen. Voor hen was de belofte.
Handelingen 2: 39 Want voor u is de belofte en voor uw kinderen en voor allen, die verre zijn, zovelen als de Here, onze God, ertoe roepen zal.
Ook Petrus besefte dat zij uit onkunde hadden gehandeld.
Handelingen 3: 17 En nu, broeders, ik weet, dat gij uit onkunde hebt gehandeld, gelijk ook uw oversten;
Nog steeds bleef de priesterlijke dienst van dit volk staan, want in hun geslacht zouden alle stammen der aarde gezegend worden.
Handelingen 3: 25 Gij zijt de zonen van de profeten en van het verbond, dat God met uw vaderen gemaakt heeft, toen Hij tot Abraham zeide: En in uw nageslacht zullen alle stammen der aarde gezegend worden.
Vergeven en vrij.

Verder Met De Gelijkenis
Maar wat gebeurt er? Deze vrije slaaf, die vergeving ontvangen had, komt een andere slaaf tegen die hem nog 100 schellingen schuldig is.
Mattheus 18: 28 – 30 Toen die slaaf wegging, trof hij een zijner medeslaven aan, die hem honderd schellingen schuldig was, en hij greep hem bij de keel en zeide: Betaal wat gij schuldig zijt. De medeslaaf nu wierp zich voor hem neder en bad hem dringend, zeggende: Heb geduld met mij en ik zal u betalen. Doch hij wilde niet, maar ging heen en zette hem gevangen, totdat hij het verschuldigde zou betaald hebben.
Dat zal, pak weg, een paar honderd Euro geweest zijn. Hij vliegt die slaaf naar de keel en zonder enig gevoel van medelijden wordt die beste man in de gevangenis gegooid. Zeventig maal zevenmaal. Je zou toch verwachten dat Israël die zoveel geduld en verdraagzaamheid van de Heer had ondervonden zelf nu ook die genade openbaarde. Maar ze verhinderden Paulus zelfs het woord van redding tot de heidenen te spreken.
1 Thessalonica 2: 16 daar zij ons verhinderen tot de heidenen te spreken tot hun behoud, waardoor zij te allen tijde de maat hunner zonden vol maken.
Ze grepen zelfs de dienstknechten van de Heer, mishandelden en doden ze.
Mattheus 22: 6 De overigen grepen zijn slaven, en zij mishandelden en doodden hen.
Nee, de straf bleef niet uit. Zijn meester werd boos en gaf hem over aan de folteraars. Daar zou hij blijven totdat de betaling kompleet was.
Mattheus 18: 34 En zijn meester werd toornig en gaf hem in handen van de folteraars, totdat hij hem al het verschuldigde zou betaald hebben.
Hier komt dan ook de waarschuwing die we al eerder bekeken hadden:
Mattheus 18: 35 Alzo zal ook Mijn hemelse Vader u doen, indien gij niet, een ieder zijn broeder, van harte vergeeft.

Wat is de consequentie van de les uit deze gelijkenis? Daar gaan we in het volgend artikel op in.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende