U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

Gezag Tot Vergeving Bij IsraŽl

In het vorige artikel zagen we dat er behoorlijke verwarring kan ontstaan als we de voorwaardelijke vergeving, die kenmerkend is voor de verkondiging van het Nieuwe Verbond, vermengen met de onvoorwaardelijke vergeving waar wij deel aan hebben.
We zagen reeds dat er twee kanten aan het ‘Onze Vader’ in de Bergrede zaten. De historische en profetische kant.

We Beginnen Met De Historische Kant
Lukas 11: 1 En het geschiedde, terwijl Hij ergens in gebed was, dat een van zijn discipelen, toen Hij ophield, tot Hem zeide: Here, leer ons bidden, zoals ook Johannes zijn discipelen geleerd heeft.
De discipelen hadden een beetje verlekkerd gekeken naar de volgelingen van Johannes de doper. Die had zijn leerlingen tenminste een gebed geleerd zoals andere Rabbi's dat ook deden. Eén ding hadden die gebeden gemeenschappelijk. Dat was de adressering. Dat was "onze Vader, die in de hemelen is".

Onze Intieme Relatie Of De Relatie Van Israël
Efeze 2: 18 want door Hem hebben wij beiden in een Geest de toegang tot de Vader.
Dit is onze intieme relatie met de Vader in Christus. Om nu te laten zien dat de aanspreektitel "Onze Vader" hier niet op wijst, maar typisch joods is citeer ik hieronder enkele passages uit gebeden van deze joodse Rabbi's.
1/ Uit het gebed "Sotah" Hoofdstuk 9: 15 "Op Wie is het dat we leunen mogen? Op onze Vader die in de hemel is."
2/ Uit het gebed "ioma" Hoofdstuk 8 "Gezegend zijt gij, o Israël. Wat is uw voorrecht? Uw Vader die in de hemel is."
In dit typisch joodse gebed dat door de Heer als onderwijs aan Zijn discipelen gegeven is komen we dan het ons bekende verzoek om die voorwaardelijke vergeving tegen.
Mattheus 6:12 en vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren;
Gelovige overwinnaars uit het Volk Israël zullen dit gebed bidden. Wat een verschil! Wij leven uit de vergeving. Wij leven uit de overwinning.

Gelijkenis Van Het Koninkrijk
Om nu eerst wat meer zicht te krijgen op de geestelijke gesteldheid van het volk Israël in de tijd van de Evangeliën en de Handelingen is het goed om de gelijkenis van het Koninkrijk der hemelen te bekijken die direct op deze vergeving ingaat.
We vinden die gelijkenis in Matth. 18: 23 - 35. Ik adviseer je de Bijbel erbij te pakken en dit rustig door te lezen. Je kan ook op DEZE KOPPELING klicken.

Hoge Verantwoording In Het Koninkrijk Rust Eerst Op Petrus
De Heer sprak deze gelijkenis uit als een direct antwoord op de vraag van Petrus in vers 21: "Here, hoeveel maal zal mijn broeder tegen mij zondigen en moet ik hem vergeven?" Om het zware gewicht van verantwoordelijkheid dat Petrus voelde bij het stellen van deze vraag een beetje te kunnen invoelen is het belangrijk om deze vraag in verband te zien met wat er aan vooraf was gegaan.
Deze Petrus had nog maar heel kort geleden een zeer belangrijke positie gekregen binnen dat Koninkrijk der hemelen.
Mattheus 16: 19 Ik zal u de sleutels geven van het Koninkrijk der hemelen, en wat gij op aarde binden zult, zal gebonden zijn in de hemelen, en wat gij op aarde ontbinden zult, zal ontbonden zijn in de hemelen.
Daar gaf de Heer hem de sleutels voor dat Koninkrijk en welk gezag kreeg hij daarmee in handen? "Wat jij op aarde binden zal", zei de Heer er achter aan, "dat zal gebonden zijn in de hemelen en wat jij op aarde ontbinden zal, dat zal ontbonden zijn in de hemelen." Dat was een hele verantwoording die in één klap op de schouders van Petrus gelegd werd.

Hoge Verantwoording In Het Koninkrijk Rust Daarna Op De Hele Nieuwe Verbonds Gemeente
Mattheus 18: 18 Voorwaar, Ik zeg u, al wat gij op aarde bindt, zal gebonden zijn in de hemel, en al wat gij op aarde ontbindt, zal ontbonden zijn in de hemel.
Hier wordt deze verantwoordelijkheid van binden en ontbinden verdeeld over alle schouders van de Nieuwe Verbonds Gemeente uit het volk Israël. Welke verantwoordelijkheid moeten we ons hier nu bij voorstellen? Dit wordt een heel stuk simpeler als we Joh. 20: 23 er bij lezen: "Wie gij hun zonden kwijtscheldt, die zijn ze kwijtgescholden; wie gij ze toerekent, die zijn ze toegerekend."

Uiteindelijk Op Heel Israël
Exodus 19: 6 En gij zult Mij een koninkrijk van priesters zijn en een heilig volk. Dit zijn de woorden die gij tot de Israëlieten spreken zult.
1 Petrus 2: 9 Gij echter zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, een volk Gode ten eigendom,
Openbaring 1: 6 Hij heeft ons tot een koninkrijk, tot priesters voor zijn God en Vader gemaakt.
Openbaring 5: 10 en Gij hebt hen voor onze God gemaakt tot een koninkrijk en tot priesters, en zij zullen als koningen heersen op de aarde.
Gods plannen met Israël zijn dat het simpel een koninkrijk van priesters wordt. Reken maar dat dit niet bij plannen blijft. Bij Petrus werd de start gemaakt van dit priesterschap. De verantwoording van vergeving werd in zijn handen gelegd. Maar het was voor het hele volk bedoeld (Handelingen 3: 11- 26. Lees dit weer na en controleer het).

Zeventig maal zeven maal vergeven. Dat is grote lankmoedigheid
Met deze verantwoording op zijn schouders is het heel vanzelfsprekend dat Petrus tot de vraag komt: "Here, hoeveel maal zal mijn broeder tegen mij zondigen en moet ik hem vergeven?" (Mattheus. 18: 21). Het duidelijke antwoord van de Heer in vers 22 is: "Tot zeventig maal zevenmaal"". Nemen we het antwoord van de Heer nog serieus als onze conclusie is: "Oneindig"”?
We denken na over Israël. Dit volk is in Gods plannen bedoeld als een Koninkrijk van Priesters. Aan Petrus wordt, als vertegenwoordiger van dit volk onder het Nieuwe Verbond, de verantwoordelijkheid van deze dienst in handen gelegd. Welke maatstaf is er aan deze dienst van vergeving? Zeventig zevens oftewel zeventig maal zevenmaal. Tegenover Zijn eigen volk hield de Heer ook geen andere maatstaf aan.

In het volgende artikel zullen we uitgebreid ingaan op die zeventig zevens en wat dat te maken heeft met het volk Israël.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende