U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

Vergeving In Een Andere Huishouding

In de voorgaande afleveringen zijn we ingegaan op de vergeving zoals die heel praktisch functioneert in de huishouding van genade waar wij in geplaatst zijn. Dit had direct betrekking op onze eigen plek binnen het plan van God.
Vandaar dat we in de eerste artikelen een heerlijke tekening mochten ontdekken van de vergeving die wij onvoorwaardelijk ontvangen hebben. Daarna zagen we dat Gods genade in ons leven een houding van vergevingsgezindheid kan uitwerken. Dat praktisch doorwerken van vergeving is hier een vanzelfsprekend gevolg van.

Het verkeerd toepassen van Bijbelgedeelten
De grote moeilijkheid is niet de waarheid van Gods Woord over vergeving. De schoen wringt hem juist in de zgn. pastorale boekjes die een kompleet andere basis voor vergeving, vergevingsgezindheid en omgaan met pijn aanwijzen. Veelal schakelt men terug naar de Evangeliën, waarbij de Bergrede dan als basis voor ons directe praktische handelen neergelegd wordt. Gods weg van vergeving wordt daarvoor dan uit het gebed dat de Heer Zijn discipelen leerde gelicht en men bakt brood dat voor eerlijke lezers niet meer te verteren is.

Geen Pastoraal Geschrift Maar Een Bijbelse Onderbouwing
Ten overvloede geef ik nog eens aan dat ik niet de pretentie heb een pastoraal boekje te schrijven. Het enige doel van dit geschrift is een Bijbelse basis neer te leggen voor het pastoraal omgaan met vergeving. Dat houdt ook in dat bepaalde denkbeelden soms moeten worden afgebroken. Dat is de impopulaire taak waar we nu voor staan. Laten we eerst nog eens de tekstplaatsen bekijken
Mattheus 6:12 – 15 en vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren;…. Want indien gij de mensen hun overtredingen vergeeft, zal uw hemelse Vader ook u vergeven; maar indien gij de mensen niet vergeeft, zal ook uw Vader uw overtredingen niet vergeven.
Mattheus 18:35 Alzo zal ook mijn hemelse Vader u doen, indien gij niet, een ieder zijn broeder, van harte vergeeft.
Markus 11:25 – 26 En wanneer gij staat te bidden, vergeeft wat gij tegen iemand mocht hebben, opdat ook uw Vader in de hemelen uw overtredingen vergeve. Indien gij echter niet vergeeft, zal ook uw Vader, die in de hemelen is, uw overtredingen niet vergeven.
Lukas 11:4 en vergeef ons onze zonden, want ook wijzelf vergeven een ieder, die ons iets schuldig is; en leid ons niet in verzoeking.

Vermenging Van Onvoorwaardelijke Vergeving Met Voorwaardelijke Vergeving
In veel gevallen worden bovengenoemde tekstplaatsen alleen gegeven als tekstverwijzing tussen haakjes, bv. (Matth. 6: 12), gecombineerd samen met de uitgesproken genadeteksten als Efeze 1: 7 of Colosse 1: 14. Bij een oppervlakkige lezer wordt dan nog weinig schade toegebracht. Er komen echter steeds meer evangelische boekjes in de handel die het voorwaardelijke van bovenstaande teksten benadrukken en als basis neerleggen voor onze christelijke praktijk. Hiermee wordt een ondraaglijke last op schouders gelegd die toch al dreigden te bezwijken.
Het Onze Vader
Mag ik eerlijk bekennen dat het met heel veel moeite is dat ik dit onderwerp ter hand neem? Niet om de pastorale boekjes, maar om het "Onze Vader" op zich. Het heeft zo'n geaccepteerde plek gekregen binnen de Christenheid dat het haast oneerbiedig lijkt om dit gebed weer op zijn rechtmatige plaats te stellen. Toch geloof ik dat we het de Heer Die het Zijn discipelen geleerd heeft verschuldigd zijn om dit volmaakte gebed op de plaats te laten staan waar het hoort. Als we het daar weghalen en daar plaatsen waar het nooit bedoeld is veroorzaken we alleen maar gigantische pijn. Dat is wat momenteel juist gaande is in sommige zgn. pastorale boekjes.

De Bergrede
Het "Onze Vader" kunnen we niet zomaar los, uit het verband gelicht, lezen. Dit gebed vormt een onderdeel van de hele Bergrede waarin de Heer tegen Zijn discipelen zei: "Zalig (dus: volmaakt gelukkig) ben jij die vervolgd wordt terwille van de gerechtigheid" (Matth. 5: 10), "Zalig ben je als men je smaadt en vervolgt en liegende allerlei kwaad van je spreekt om Mijnentwil" (Matth. 5: 11).

De Profetische Kant
Dit gebed plaatst ons dus aan de ene kant op profetische bodem. We komen terecht in een toekomstige tijd waarin de discipelen van de Heer een verschrikkelijke verdrukking zullen ondervinden. Het joodse overblijfsel zal vervolgd worden onder de vreselijke regering van het Beest en de macht van Satan (Openb. 13) Dan zullen ze bidden tot hun Vader in de hemelen. Deze profetische grond is heel iets anders dan de huishouding van genade waar jij en ik in functioneren.

De Historische Kant
Dit gebed ligt aan de andere kant ook in het verlengde van wat al bekend was in het Oude Testament. De Heer gaf het "Onze Vader" in antwoord op het verzoek van Zijn discipelen om hen te leren bidden.
Lukas 11: 1 En het geschiedde, terwijl Hij ergens in gebed was, dat een van zijn discipelen, toen Hij ophield, tot Hem zeide: Here, leer ons bidden, zoals ook Johannes zijn discipelen geleerd heeft.
Dit gebed had dus zijn nadrukkelijke invloed op de hele periode, tot aan het eind van Handelingen, dat de prediking van het Nieuwe Verbond uitging.

Beide Kanten
Bij ons onderzoek willen we beide kanten van het "Onze Vader" onder de loep nemen. We beginnen met een kijkje te nemen bij de discipelen gedurende de Evangeliën en de Handelingenperiode. Zo komen we langzamerhand terecht in de profetische toekomst. Het is belangrijk om er nog eens op te wijzen dat dit gebed uitgesproken wordt door discipelen, door het gelovig overblijfsel. Het is dus geen gebed van ongelovigen. Was het gehele volk in die tijd tot berouw en bekering gekomen, dan had toen het profetisch programma zich ook voortgezet (Hand. 3: 17 - 26). Nu is daar het geheimenis tussen geplaatst en daarmee is die tijd dus uitgesteld.

In het volgende artikel zal ik uitgebreid ingaan op de historische kant.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende