U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

Christus Heeft Vrede Gemaakt

Er zijn duidelijke verschillen tussen de prediking van het Koninkrijk en de prediking van het geheimenis. Daardoor zijn er ook grote verschillen tussen de manier waarop er met vergeving wordt omgegaan binnen die duidelijk verschillende predikingen. De vergeving waar wij mee te maken hebben is in overeenstemming met de verborgen rijkdommen van Christus in God.

Wat zijn nu de kenmerken van onze verborgen rijkdommen?
Het is heel bewust dat ik me beperk in mijn uitleg om het juist toe te spitsen op ons onderwerp van 'vergeving'.
Efeze 3: 2 – 3 Gij hebt immers gehoord van de bediening door Gods genade mij met het oog op u gegeven: dat mij door openbaring het geheimenis bekendgemaakt is, gelijk ik boven in het kort daarvan schreef.
Paulus schrijft hier dat hij in het voorafgaande in het kort iets heeft geschreven over de kenmerken van dat geheimenis. Nu blijkt nou juist dat geheim heel praktisch te gaan over jouw omgang met die broeder/zuster die zo'n nare opmerking geplaatst heeft wat jou zo diep gekwetst heeft.
Efeze 2: 14 Want Hij is onze vrede, die de twee een heeft gemaakt en de tussenmuur, die scheiding maakte, de vijandschap, weggebroken heeft,
Hier zijn we in dat voorafgaande en lezen we over vijandschap. Net zoals er pure vijandschap was tussen jood en heiden toen die tussenmuur er nog stond, zo heeft die simpele opmerking (een uiterlijke omstandigheid) een brok vijandschap in jouw hart gelegd. Hoe die ander het beleeft zal jou een worst wezen, voor jou staat er een tussenmuur tussen hem en jou.
Nu blijkt in onze huishouding van het geheimenis die tussenmuur aan het kruis weggebroken te zijn.
Efeze 2: 14 de tussenmuur, die scheiding maakte, de vijandschap, weggebroken heeft,
Het is nou juist in dit verband dat Paulus zegt dat Christus onze vrede is.
Efeze 2: 14 Want Hij is onze vrede, die de twee een heeft gemaakt.
Het gaat hier dus niet over de vrede met God.
Romeinen 5: 1 Wij dan, gerechtvaardigd uit het geloof, hebben vrede met God door onze Here Jezus Christus,
Die vrede met God heb ik persoonlijk met God gekregen heb, los van de ander. Nee, inplaats van die muur tussen mij en de ander staat daar nu Christus als onze gezamenlijke vrede. Ik ben gestorven en opgewekt met Christus. Maar zo is die ander dat ook. Daar is een vredesband die ons samenkoppelt en die band is Christus. Moet die ander nu niet eerst bij mij komen met berouw voordat die muur geslecht kan worden? Moet hij niet eerst zijn excuses aanbieden voordat mijn vijandschap weggebroken is? Nee, Christus heeft in Zichzelf vrede gemaakt.
Efeze 2: 15 om in Zichzelf, vrede makende, de twee tot één nieuwe mens te scheppen,
Hoe heeft Christus vrede gemaakt tussen ons beide? Door die twee (jood en heiden, maar je kan daar ook invullen: ik en dat andere nare mens) tot één nieuwe mens te scheppen. Die eenheid wordt gekenmerkt door niemand anders dan Christus, die onze vrede is. Daarom is het ook juist de band van de vrede (Christus) dat we de eenheid des Geestes bewaren.
Efeze 4: 3 en u te beijveren de eenheid des Geestes te bewaren door de band des vredes:
Het is nou ook juist in die Christus (die onderlinge vrede) dat ik samen met die broeder/zuster (ook die met dat irritante karakter) ver boven alles gesteld ben.
Efeze 1: 21 – 23 Ver boven alle overheid en macht en kracht en heerschappij en alle naam, die genoemd wordt niet alleen in deze, maar ook in de toekomende aioon. En Hij heeft alles onder zijn voeten gesteld en Hem als hoofd boven al wat is, gegeven aan de gemeente, die zijn lichaam is, de volheid van Hem, die alles in allen volmaakt.

Kijk naar de werkelijkheid, niet naar de ervaring
Iets wat geheim, oftewel verborgen, is draagt het kenmerk dat het niet zomaar in de openbaarheid te zien is. Ook nu is daar uiterlijk nog steeds niets van te ontdekken. In de film over die badgast en de zeemeeuw was daar voortdurend zijn vrouw met de vrede in haar hand. Maar hij keek zelfs niet meer naar haar. Als het ware was ze verborgen. Hij keek naar de ellende die hem aangedaan was totdat....., totdat hij in haar ogen keek. De vrede was er weer.

Eerste Voorbeeld Ter Illustratie:
Een broeder had ons diep gekwetst. Met de schenking van een doos vol waspoeder e.d. had hij onmiskenbaar duidelijk gemaakt hoe ernstig Machtelt, mijn vrouw, gefaald had in het huishouden. We waren laaiend. Hij moest nu maar komen en zijn excuses aanbieden. Bij onze beste broeder was er nog steeds vrede. Hij had met de beste bedoelingen ons gediend. Bij ons stond de muur recht overeind. Kwam niet bij ons aan met Paulus vermaning hem met alle nederigheid en zachtmoedigheid in liefde te verdragen (Efeze.4:2). Dat kon toch niet! Dan moest hij eerst berouw tonen. Maar dat staat er helemaal niet. God komt ons helemaal niet tegemoet in onze natuurlijke vergeldingsdrang. Er ging een tijd overheen dat we geen kontakt hadden met onze broeder. Ondertussen leerden we steeds meer ontdekken over de heerlijke gevolgen van die speciale genade betreffende het geheimenis. We hebben nu perfekt kontakt weer. Heeft hij excuses aangeboden? Nee. Zijn relatie met de Heer was niet verstoord. Wij mochten ons oog weer richten op die opgestane Heer, die ons leven is en daarmee ook onze (die broeder en wij) gezamenlijke vrede.

Tweede Voorbeeld Ter Illustratie:
Later kwamen we in kontakt met een broeder die het meer op mij, of feitelijk mijn inzichten over het geheimenis, voorzien had. Waar hij kon viel hij me aan. Uiteindelijk wist hij het zover te krijgen dat een hele kring zijn woord als gezaghebbend aanvaardde. Daardoor kom hij me buiten de deur van die kring zetten. Is onze verbondenheid in Christus geschaad? Nee, anders zou het werk van Christus toch niet de uitwerking hebben die de Schrift garandeert. Maar ik mag ook zien op die Christus die vrede bewerkt heeft. Daarom kan ik hem ook van harte groeten en liefhebben zonder dat er echt iets tussen ons is. Helaas is zijn oog daar nog niet op gericht en is dus wat hij voelt en ziet een grotere werkelijkheid als wat Christus tot stand heeft gebracht. Dus ervaart hij de muur.

De Tempelmuur
Efeze 2: 14 Want Hij [Christus] is onze vrede, die de twee één heeft gemaakt en de tussenmuur, die scheiding maakte, de vijandschap, weggebroken heeft,
Paulus beweert hier dat de tussenmuur die scheiding maakte, de vijandschap, weggebroken is. Dit is niet zomaar een aardig plaatje dat Paulus hier gebruikt. Die tussenmuur was een werkelijke, historische muur. Koning Herodus had voor de joden een Tempel laten bouwen, maar met een voorwaarde. Er moest dan ook een voorhof voor de heidenen bij komen. Dat gebeurde. Er kwam een prachtige Tempel met een voorhof en een voorhof voor de heidenen. Maar tussen de voorhof en de voorhof voor de heidenen was een gigantische muur opgericht met daarop in klare taal geschreven dat de heidenen niet verder mochten. Dat zou voor hen de dood betekenen. Een duidelijke uitdrukking van vijandschap die voor iedereen te lezen was.
Toen de gelovigen in Efeze deze brief ontvingen stond die muur nog recht overeind. Iemand had dus kunnen zeggen: "Paulus, dit is onzin wat je daar schrijft. Die muur is niet weggebroken. Die vijandschap is er nog steeds. Kijk maar met je eigen ogen." Inderdaad, maar Paulus spreekt niet over wat je ziet. Hij sprak over het geheimenis. Er is vrede want Christus is onze vrede.
Je kan met alle recht van de wereld zeggen: "Hein, je schrijft onzin. Als mensen niet om vergeving vragen is daar nog steeds die muur tussen ons." Inderdaad, jij kijkt naar wat je ziet. Het poepje van de zeemeeuw zit er nog steeds en jij staat op de uitkijk. En Christus heeft jouw vrede nog steeds klaar om van te genieten. Alles is volbracht aan het kruis. Waar zie je op? Er zijn rijkdommen van Zijn genade die Hij ons gezamenlijk overvloedig heeft bewezen door ons het geheimenis van Zijn wil te doen kennen (Efeze 1:7-9). Zie op Hem en ga gezamenlijk er van genieten.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende