U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

Uit Paulus brief aan de Romeinen, het achtste hoofdstuk, wil ik even twee punten lichten. Het eerste punt is iets dat we feitelijk allemaal wel weten vanuit onze gewone dagelijkse ervaring. Het tweede punt mogen we allemaal weten vanuit genade.

Het eerste punt:
Romeinen 8: 22 – 23 Wij weten, dat tot nu toe de ganse schepping in al haar delen zucht en in barensnood is. En niet alleen zij, maar ook wij zelf, wij, die de Geest als eerste gave ontvangen hebben, zuchten bij onszelf in de verwachting van het zoonschap: de verlossing van ons lichaam.

De woorden ‘tot nu toe’ zijn belangrijk. Toen de Heer namelijk op de aarde rondliep genas Hij de zieken, reinigde Hij de melaatsen, opende Hij de ogen van de blinden, liet de doven horen en de lammen dansen van vreugde. Hij kwam met de rijke boodschap van het Koninkrijk bij Zijn volk Israël en ze hebben het niet aangenomen (Johannes 1: 11).

Na Zijn opstanding en hemelvaart kregen ze in Handelingen nog eens opnieuw het Koninkrijk (met al die tekenen) aangeboden.
Handelingen 3: 12 & 19-20 En Petrus zag het en antwoordde het volk: Mannen van Israël,…… Komt dan tot berouw en bekering, opdat uw zonden uitgedelgd worden, opdat er tijden van verademing mogen komen van het aangezicht des Heren, en Hij de Christus, die voor u tevoren bestemd was, Jezus, zal zenden;
Opnieuw werd het Koninkrijk (samen met al die aardse voorrechten) door het volk afgewezen. Nu geldt dat ‘tot nu toe’ de hele schepping zucht en wij als gelovigen zuchten mee. De verlossing van het lichaam, dat zeker in het reddingsplan van God is inbegrepen, ligt nu nog in de toekomst. Dit weten we uit ervaring.

Hoewel we dit allemaal weten uit eigen ervaring is er tevens iets dat we allemaal uit genade mogen weten.
Romeinen 8: 28 Wij weten nu, dat God alle dingen doet medewerken ten goede voor hen, die God liefhebben, die volgens zijn voornemen geroepenen zijn.
Ik ben geen optimist. Dat zit niet in mijn genen. Ik mag wel weten dat God al het zuchten, wat mij in dit leven overkomt, zal gebruiken om in mij Zijn genade uit te werken. Die kennis is ook voor u om van te genieten en dat is puur uit genade.

Paulus had deze kennis uit genade en kon daarom ook schrijven:
Romeinen 8: 18 Want ik ben er zeker van, dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid, die over ons geopenbaard zal worden.
Hij wist het. Hij wist het niet zo’n beetje, hij was er zeker van. Het is genade als we dit Paulus kunnen nazeggen.
2 Corinthe 4: 17 Want de lichte last der verdrukking van een ogenblik bewerkt voor ons een alles verre te boven gaand eeuwig gewicht van heerlijkheid,

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende