U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

Onuitsprekelijke Gave

Er zijn nogal wat zaken onuitsprekelijk in het Nieuwe Testament. Je hebt de onuitsprekelijke verzuchtingen, waarmee de Geest zelf voor ons pleit (Rom. 8: 26). Paulus heeft onuitsprekelijke woorden gehoord in het paradijs (2 Cor. 12: 4) en Petrus spreekt over de onuitsprekelijke en verheerlijkte vreugde, waarmee we ons mogen verheugen (1 Petr. 1: 8). Opvallend is dat het in het oorspronkelijke Grieks allemaal verschillende woorden zijn. Allemaal heel mooi, maar er is maar één Persoon Die we met recht Gods onuitsprekelijke gave kunnen noemen: onze Heer Christus Jezus.
2 Corinthe 9:15 Gode zij dank voor zijn onuitsprekelijke gave!

Een verdwaalde lofprijzing?
Tussen alle praktische vermaningen, die Paulus in dit hoofdstuk uitdeelt, lijkt deze lofuiting wel haast verdwaalt. We moeten een behoorlijk eind terug in de brief willen we zijn voorgaande beschrijving van Christus lezen.
2 Corinthe 8: 9 Gij kent immers de genade van onze Here Jezus Christus, dat Hij om uwentwil arm is geworden, terwijl Hij rijk was, opdat gij door zijn armoede rijk zoudt worden.
Dat was het laatste wat Paulus schreef over Christus, voordat hij over Hem schreef als Gods onuitsprekelijke gave. Had Paulus bij al de daarop volgende praktische lessen nog gezocht naar gedachtes over Christus, die hij kon opschrijven? We weten het niet. Hij ging meer in op wat er bij ons gevonden mocht worden, zoals een bereidwillige geest.
2 Corinthe 8: 12 Want als de bereidvaardigheid aanwezig is, is zij welkom naar hetgeen zij heeft, niet naar hetgeen zij niet heeft.
Hij haalde Schriftgedeeltes aan om vrijgevigheid bij ons aan te moedigen.
2 Corinthe 8: 15 zoals er geschreven staat: die veel verzameld had, had niet over en die weinig verzameld had, had niet te kort.
Hij sprak hun eergevoel op dit punt aan.
2 Corinthe 9: 2 & 3 want ik weet van uw bereidvaardigheid, op grond waarvan ik bij de Macedoniers over u roem, dat Achaje sinds verleden jaar gereed staat, en uw ijver heeft de meesten tot navolging geprikkeld. Doch ik zend deze broeders, opdat onze roem over u in deze aangelegenheid niet ongegrond blijke, maar gij gereed moogt zijn, zoals ik erover sprak,
Hij citeerde hiervoor ook één van hun eigen schrijvers.
2 Corinthe 9: 6 Bedenkt dit: wie karig zaait, zal ook karig oogsten, en wie mildelijk zaait, zal ook mildelijk oogsten.
Paulus bouwt langzaam zijn oproep tot vrijgevigheid op. Nu versterkt hij het nog eens met zijn opmerking over de blijmoedige gever.
2 Corinthe 9: 7 En ieder doe, naardat hij zich in zijn hart heeft voorgenomen, niet met tegenzin of gedwongen, want God heeft de blijmoedige gever lief.
Ook hier toont Paulus opnieuw dat royaal zijn, vrijgevig zijn, niet een werk van ons is maar dat God daartoe machtig is om ons alle genade te geven die dit overvloedig in ons werkt.
2 Corinthe 9: 8 En God is bij machte alle genade in u overvloedig te schenken, opdat gij, in alle opzichten te allen tijde van alles genoegzaam voorzien, in alle goed werk overvloedig moogt zijn,

Het woord 'onuitsprekelijk'
Is het niet opvallend in dit hele betoog dat Paulus de start, die hij in 2 Corinthe 8: 9 maakte, niet verder uitwerkt. Hij was begonnen te spreken over de genade van onze Here Jezus Christus, dat Hij om uwentwil arm is geworden, terwijl Hij rijk was. Dat machtige thema lijkt verder geen plek meer te hebben als hij zijn betoog over onze vrijgevigheid uitwerkt om dan in het eind plotseling uit te breken in gejuich: “Gode zij dank voor zijn onuitsprekelijke gave!”
Dat Paulus in zijn hele betoog hier niet nader op in is gegaan ligt misschien wel in dat woord “onuitsprekelijk”. Het is de ontkennende vorm van “uitspreken”. De betekenis van de Griekse uitdrukking hier is dat je het complete verhaal vertelt, dat je het a.h.w. stukje bij beetje verklaart. Dat vind je ook terug in de Bijbelteksten waar dit woord voorkomt.
Handelingen 13: 41 Ziet, verachters, en verwondert u en verdwijnt; want Ik werk een werk in uw dagen, een werk, dat gij voorzeker niet zult geloven, als iemand het u verhaalt.
Handelingen 15: 3 Zij reisden dan, nadat hun door de gemeenten uitgeleide gedaan was, door Fenicie en Samaria, en bereidden met
hun verhaal van de bekering der heidenen al de broeders grote blijdschap.

Overvloeiende genade in Christus alleen
Paulus kon een heel betoog houden over onze vrijgevigheid. Dat was in woorden te vatten. Maar dat God de hemel leeg gegeven heeft in Zijn Zoon Jezus Christus, dat is in geen woorden te vangen. De gave van Zijn Zoon overstijgt al onze voorstellingen. Als Paulus zo over Christus nadenkt als Gods onuitsprekelijke gave stemt hij volmondig in met de Psalmist en kan vanuit de volheid van zijn hart zeggen: “Mijn beker vloeit over”.
2 Corinthe 9:15 Gode zij dank voor zijn onuitsprekelijke gave!

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende