U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

Moeten We Toch Nog Wat Afleggen & Aandoen?

Galaten 2: 20 Met Christus ben ik gekruisigd, en toch leef ik, dat is, niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij.
Wil je naar de grondtekst van dit gedeelte click dan hier

God heeft ons volkomen één gemaakt met Christus. Dat is een voldongen feit. Dat weet jij en dat weet ik. Dat geloof jij en dat geloof ik. Daarom reken je daar nu ook mee en dat doe ik ook. Dat is leven uit genade!

Vertalers en Bijbeluitleggers hebben de neiging die eerste stap van dit te weten al niet mee te kunnen maken. We hebben al veel laten zien vanuit de Bijbel zelf, maar dat was nog niet alles.

Onze ongelovige Bijbelleraars zijn zeker nog niet aan het eind van hun Latijn. Ze hebben altijd nog wel ergens ver weggestopt een spreuk in hun mauw zitten dat op de meest ongelukkige momenten plotseling tevoorschijn springt. Zo komt menig leraar aanzetten met de duidelijke oproep van Paulus in Efeze om de oude mens af te leggen en de nieuwe mens aan te doen. Helaas voor hen kom je bij Paulus uitspraken niet zo ver met Latijn. Daar heb je echt de Griekse grondtekst voor nodig.

Hier heb je de onveranderde NBG tekst:
Efeze 4: 22-24 dat gij, wat uw vroegere wandel betreft, de oude mens aflegt, die ten verderve gaat, naar zijn misleidende begeerten, dat gij verjongd wordt door de geest van uw denken, en de nieuwe mens aandoet, die naar de wil van God geschapen is in waarachtige gerechtigheid en heiligheid.

Nou, kijk eens aan! In dit korte gedeelte heb je gelijk al drie uitspraken waar je heerlijk volijverig in eigen kracht mee aan het werk kan. Ook hier is het vleselijk logische denken van de vertalers hen teveel geworden. Zij konden blijkbaar een voltooide tijd niet inpassen in iets wat daadwerkelijk in het hier en nu zijn uitwerking heeft. Toch is dat de grandioze boodschap van het blijde nieuws en dat is dan ook wat Paulus hier letterlijk heeft opgeschreven.

Hier heb je een letterlijke weergave van de werkwoorden:
Efeze 4: 22-24 dat jullie, wat je vroegere wandel betreft, de oude mens afgelegd zijnde die ten verderve gaat, naar zijn misleidende begeerten, dat jullie verjongd zijnde door de geest van je denken, en de nieuwe mens aangedaan zijnde die naar de wil van God geschapen is in waarachtige gerechtigheid en heiligheid.

Ik geef toe dat de zin lastig lopend te krijgen is. Waar de vertalers (NBG & Staten Vertaling om het even) dus blijkbaar geen zicht hadden op het volbrachte werk, was er voor hen dan ook geen aanleiding om het tot een niet lopende zin te vertalen. Ze maakten er een tegen het evangelie ingaande oproep tot eigen handelen van. Genade werd weer op vakkundige wijze om zeep geholpen.

(Helaas ben ik hier in een vertaalfout gestonken. Als je op deze fouterkenning clickt kom je bij de uitgebreide correctie van deze bewering van mij.)

Nog één argument sla ik met alle liefde deze leiders in de godsdienst uit handen. Evenals dat ze met een dagelijkse bekering aan komen zetten, hebben ze het ook maar wat graag over een dagelijks sterven. Die hele onzinleer zou allang uitgeroeid zijn als dit inderdaad letterlijk het geval zou zijn.

Heel graag citeer ik nu deze tekst gelijk binnen zijn context.
1 Corinthe 15: 30-32 Waarom zijn ook wijzelf van uur tot uur in gevaar? Zowaar als ik, broeders, op jullie roem draag in Christus Jezus, onze Here, ik sterf elke dag. Indien ik te Efeze, naar de mens, met wilde dieren gevochten heb, wat baat het mij? Indien er geen doden worden opgewekt, laten wij eten en drinken, want morgen sterven wij.
Het dagelijks sterven loopt hier parallel aan het van uur tot uur in gevaar zijn en er wordt inhoudt aan gegeven door de verklaring dat hij zelfs met wilde dieren gevochten heeft. Heeft al dat lijden zin? Dat is de vraag hier. Het antwoord is ja omdat er dodenopstanding is.

De meeste leraars die dit tot een onzinnige gedachte omvormen hebben nog nooit zulk lijden ondervonden. Ze gebruiken het echter wel om hun vrome hachie op te poetsen, terwijl het de genade zo gigantisch te schande zet.

Genade zegt: We zijn gestorven. We zijn mee opgewekt. Geloofsleven ziet onze eenheid met Christus. Een totale onlosmakelijke verbondenheid met Christus die op het kruis tot stand is gebracht. Dat blijde nieuws van onze verbondenheid met Christus is dus al 2000 jaar oud. Daarom leggen we het geloof ook niet aan een ongelovige voor alsof er pas wat verandert wanneer hij tot geloof komt. We mogen het hele volbrachte werk als een voldongen feit voorhouden aan de mensen.

Voor veel mensen zit het cruciale verschil tussen een ongelovige en een gelovige in het punt van een beslissing voor Jezus. Onder al die mensen, die een beslissing voor Jezus hebben genomen, ziet het merendeel dit volbrachte werk van Christus niet eens als een concreet feit. Waar ligt dan dat verschil?

Galaten 2: 20 Met Christus ben ik gekruisigd, en toch leef ik, dat is, niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij.
Voor degene die zegt: ‘Ik lees wat er staat en ik geloof wat er staat’, voor die mensen is dit heerlijke volbrachte werk ook een genot, waar ze in rusten. Voor al die anderen is het slechts een beeld, waar men niet echt goed mee uit de voeten kan.

De macht van de zonde is gebroken. We zijn geen slaven van de zonde meer. Ik leef namelijk niet meer. De opgestane Christus, die is mijn leven. Hij leeft Zijn leven in mij uit! Wat een rust! Wat een genot! Dat is genade!

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende