U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

Geen Plaatje Maar Werkelijkheid

Galaten 2: 20 Met Christus ben ik mee gekruisigd,
Romeinen 6:6 dit weten wij immers, dat onze oude mens
mee gekruisigd is,
Wil je naar de grondtekst van dit gedeelte click dan hier

Evenals de rovers destijds concreet lichamelijk met Christus mee gekruisigd zijn, zo ben jij en ben ik even concreet, maar dan geestelijk, met Christus mee gekruisigd! Doordat wij nu niet meer naar het vlees denken, maar vanuit het nieuwe denken dat ons geschonken is, daardoor weten we nu dat dit een absoluut feit is!

Er is nog iets in dit werkwoord ‘sustauroo’ wat van essentieel belang is. Dat is de tijdsvorm. Het staat in beide gevallen in de voltooide tijd. De kruisiging heeft reeds plaats gehad. Het heeft in het verleden plaats gevonden. Het spreekt dus van een volbracht feit!

Iets wat deze uitdrukking ook absoluut naar voren brengt is dat God niemand opknapt. Er heeft op het kruis geen oplapwerk van de mensheid plaatsgevonden. God keek niet wat er nog bruikbaar was en wat er echt tussenuit moest. De hele mens is mee gekruisigd. Er kwam een eind aan de oude mens en daar kwam iets radicaal nieuws voor in de plaats.

Je hoort nogal eens de kreet: ‘Ik wil zo graag een gekruisigd leven leiden!’ Het antwoord daarop is niet dat dit ook nog op de één of andere manier mogelijk zou zijn. Het antwoord is dat de persoon allang zo wie zo met Christus mee gekruisigd is. Hij hoeft dus helemaal nergens meer naar te hunkeren.

De vraag is echter: Waar komt die hunkering vandaan? Is dat niet simpel de wettisch veroordelende houding van ‘O, o, wat ben ik slecht! Ik moet nodig gekruisigd worden!’ Er is nu geen veroordeling meer, zegt Paulus in Romeinen 8. Dat komt juist doordat Christus nu ons leven is. Dat ziet God, en Hij ziet de werkelijkheid! Daar mogen wij ook op zien. Dat mag ook voor ons concrete realiteit zijn!

De gedachte dat je jezelf zou moeten kruisigen is eigenlijk te gek voor woorden. Hoe wil je dat voor elkaar krijgen. Als je de ene hand hebt vast getimmerd, lukt het gelijk niet meer om nou juist met die ene vast getimmerde hand ook die andere nog vast te timmeren. Bezopen gewoon! Hou nou maar voor waar wat Paulus schrijft. Dat is de werkelijkheid en echt een stuk simpeler.

Je bent één geworden met Christus. Dat is wat er letterlijk aan jou gebeurd is. Nee, niet lichamelijk, maar daarom nog wel even letterlijk. Paulus leert dat wij in Christus geplaatst zijn, maar hij leert ook dat Christus in ons is. Voor veel Bijbelleraars is dit een argument om weer met hun plaatje aan te komen zetten. Ze kunnen zich onmogelijk voorstellen dat dit beide concreet is. Dus zien ze het als plaatje.

Het gevolg is dat we bij zo’n plaatje de fantasie de vrije loop kunnen laten. Ben ik in Christus, zoals dat ik in een vliegtuig of een auto kan zitten, dan kan ik er ook zo weer uitstappen. Dat geloven veel leraars ook, juist dankzij dit plaatje. Als Christus in jou woont dan kan je hem alleen maar een achterafkamertje in het huis van je hart hebben gegeven. Dan kan het heel goed aan jouw inspannende toewijding liggen of Hij wat meer ruimte in je hart krijgt.

Dit zijn allemaal fantasietjes die een concreet resultaat zijn van het ten onrechte de taal van de Bijbel als plaatjestaal te zien, oftewel de Bijbel simpelweg niet serieus te nemen. Wij zijn in Christus en Christus is in ons. Dat is één en hetzelfde heerlijke feit! Wij zijn dankzij het werk van de Heer volkomen versmolten met Christus. We zijn één gemaakt met Christus tot een volmaakte eenheid waarbij wij in Christus zijn en Christus in ons.

Voor ons is dit volkomen logisch omdat we niet meer naar het vlees denken, maar naar de Geest. Wij kennen Christus niet meer naar het vlees. We hoeven dus ook niet moeilijk te doen over de vraag hoe zo’n goddelijk mensenlichaam in ons kan komen en wij in Hem. Dat zou nou echt naar het vlees denken zijn. Dan is het ook logisch om bij de concrete waarheden van de Bijbel in plaatjes te gaan denken.

In onze eenheid met Christus is het absoluut uitgesloten om het ene moment in Christus te zijn en het andere moment weer uit Hem te zijn. Binnen de eenheid met Christus is het uitgesloten dat Christus in mij is en dat Hij niet heel mijn wezen doortrekt. Ook als ik dat op bepaalde momenten niet kan geloven blijft het feit van onze eenheid pal overeind staan. Over zo’n achterafkamertje nadenken is dus binnen genade absoluut bezopen.

Wat is het een heerlijke rust wanneer deze concrete waarheden van de Bijbel voor ons ook gaan leven. Ineens merken we dan dat we helemaal niks hoeven te doen om Gods goedkeuring voor ons gedrag te krijgen. God geniet van ons zoals we zijn. We zijn namelijk precies zoals Hij ons wil hebben in Christus. Wat een heerlijke rust om in die genade te wandelen!

Christus heeft Zijn plaats ingenomen aan de rechterhand van de majesteit. Hij neem Zijn positie van heerschappij over alle geestelijke machten in. En jij? Ja, precies! Jij zit aan de rechterhand van God. Jij heerst over al die geestelijke machten. Jij bent met Christus opgewekt tot in dat nieuwe leven. Zo versmolten met Christus zijn we. Wat een rijkdom van genade!

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende