U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

Dus Jij Hebt Niks Aan Christus?

Wellicht ben je een beetje opgeschrokken van de vorige twee studies. Okay! Prima! Dat was de bedoeling ook. Paulus schudt ons allemaal stevig wakker. Mocht je het nog niet helemaal hebben opgepikt dan volgen nu nog even Paulus extreme uitspraken onder elkaar.

Galaten 5: 2 Als jullie je laten besnijden, dan heb je niks aan Christus.
Galaten 5: 4 Jullie zijn dus los van Christus, als je door de wet gerechtigheid verwacht; je bent daarmee buiten de genade gaan staan.

Totaal niets hebben aan Christus! Los zijn van Christus! Buiten de genade staan! Dit zijn de favoriete uitspraken voor die leraars die er stellig van overtuigd zijn dat jij je redding kan kwijtraken. Ze zien de titel ‘Christus’ en ze denken gelijk aan de redding die alleen is in de Naam van de Heer. Ze hebben dan ook volkomen gelijk in het feit dat redding uitsluitend in de Naam van de Heer ligt.

Zo wordt Israëls hulp heel duidelijk gevonden in de naam van de Heer: Yahweh.
Psalm 124:8 Onze hulp is in de naam van Yahweh.
Oftewel:
Psalm 121:2 Mijn hulp is van Yahweh.
Psalm 146:5 Mijn verwachting is op Yahweh.
De naam van de Heer staat namelijk voor de Heer zelf.

Nog duidelijker spreekt de redding in de naam van Yahweh.
Joël 2:32 Ieder die de naam van Yahweh aanroept, zal gered worden,
Zacharia 13:9 Zij zullen Mijn naam aanroepen en Ik zal hen verhoren.
Handelingen 2:21 Iedereen die de naam van de Heer aanroept, zal gered worden.
Ook hier is de naam Yahweh geen formule, wat wel blijkt uit de parallelteksten:
Psalm 50:15 Roep Mij aan in de dag van benauwdheid;
Jeremia 33:3 Roep tot Mij en Ik zal je antwoorden.
Romeinen 10:11 Iedereen die op Hem zijn geloof bouwt, zal niet beschaamd uitkomen.
Opnieuw staat de naam van de Heer dus voor de Heer zelf.

Wie dus beweert dat onze redding uitsluitend in onze Heer te vinden is, staat dus geheel en al op Bijbelse grond. Wie echter beweert dat de naam (beter: de titel) Christus altijd slaat op onze redding, die begeeft zich buiten die Bijbelse grond.
Eén naam onder de hemel is nu dus: Jezus.
Handelingen 4:12 De redding is in niemand anders, want er is ook onder de hemel geen andere naam [Jezus] aan de mensen gegeven, waardoor wij gered moeten worden.
Filippi 2:10 opdat in de naam van Jezus zich alle knie zou buigen van hen, die in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn,

Galaten 5: 2 Als jullie je laten besnijden, dan heb je niks aan Christus.
Galaten 5: 4 Jullie zijn dus los van Christus, als je door de wet gerechtigheid verwacht; je bent daarmee buiten de genade gaan staan.
Als Paulus hier spreekt over het feit dat je niks aan Christus hebt, dan spreekt hij daarmee niet over je redding, die in de naam van Jezus is.
Als Paulus hier spreekt over het los zijn van Christus, dan spreekt hij daarmee dus niet over de redding, die in de naam van Jezus is.
Als Paulus hier spreekt over het feit dat je buiten de genade bent gaan staan, dan spreekt hij hier dus absoluut niet over de reddingbrengende genade.

Vanuit Galaten 2: 19 t/m 21 weten we inmiddels dat de titel ‘Christus’ heen wijst naar de opgestane en verheerlijkte Heer, waar wij nu intens mee verbonden zijn. We zijn volkomen versmolten tot één geheel. Wij zijn in Christus en Christus is in ons.
Galaten 2: 20 Met Christus ben ik gekruisigd, en toch leef ik, dat is, niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij.

Christus, ons leven! Dat spreekt niet over onze redding. Dat spreekt over onze positie en van daaruit onze hedendaagse wandel in Christus! Voor heel veel ‘christelijke’ leraars is helaas deze titel één pot nat met de naam ‘Jezus’. Het hoogste wat we in hun lijn van denken kunnen bereiken is gered te zijn. Dat daar nog een heel leven op volgt en dat dit een leven uit genade alleen is, dat lijkt voor de meeste leraars een vrijwel onbekend terrein.

Het zijn nou juist die gelovigen die dat zicht op een leven uit genade alleen missen, die feitelijk niks aan Christus hebben. Natuurlijk is Christus ook hun leven, maar in plaats van dat ze daarvan genieten proberen ze zelf zo goed mogelijk voor God te leven. Dat brengt hun redding niet in gevaar. Ze missen echter zoveel. Ze missen namelijk Christus die in genade in hen werkt.

Wie eenmaal zicht heeft op dat heerlijke leven uit genade, voor die zijn deze teksten ook totaal niet meer angstaanjagend. Redding ligt namelijk vast in het werk van de Heer zelf op het kruis. Het verzoenend werk is eens voor altijd volbracht.

Wie zicht heeft op dat heerlijke leven uit genade, geniet juist met volle teugen van het leven van Christus dwars door hen heen! Zij hebben dus juist veel nut van Christus! De praktijk bewijst wel dat ze niet los van Christus staan. Zij zijn nou juist volledig middenin die genade gaan staan, in plaats van erbuiten.

Hoe zit het dan met die mensen, die hier genoemd worden, die niks aan Christus hebben? Hoe zit het dan met hen die los van Christus staan? Hoe zit het dan met hen die buiten die genade zijn gaan staan?

Die gelovigen zijn ook met Christus gekruisigd. Voor hen is Christus ook hun leven. Ze hebben er momenteel praktisch niks aan omdat ze nog altijd zelf proberen iets voor God te betekenen. Maar daarom is Christus wel hun leven. Ze genieten niet van die genade omdat ze er bewust buiten gaan staan, maar daarom is die genade er wel voor hen. En de Heer gaat door in hun leven.
Filippi 1: 6 Hiervan toch ben ik ten volle overtuigd, dat Hij, die in jullie een goed werk is begonnen, dit ten einde toe zal voortzetten, tot op de dag van Christus Jezus.

De Heer gaat door en eens zullen ze het uitroepen: ‘Ik, ellendig mens!’ Dan volgt de juichkreet ook snel: ‘God zijn dank (oftewel: genade van God) door Jezus Christus, onze Heer’. Uiteindelijk zal ieder het genot proeven van die verrukkelijke genade van God.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende