U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

Hé! Hééé!! HEEE!!!!! WAKKER WORDEN!!!!!

Galaten 5: 2 Hé, let eens op, ik, Paulus, zeg jullie: als jullie je laten besnijden, dan heb je niks aan Christus.
Daar staat Paulus te sjorren aan je arm: ‘Hé, wakker worden jij! Je dreigt daar in slaap te sukkelen. Ik heb je wat te zeggen! Luisteren!!’

Weet je wat nou het grappige aan deze tekst is? Hier wordt iemand zo grondig wakker geschreeuwd dat je wel haast de indruk hebt dat het een slapjanus is, die voortdurend in een diepe slaap sukkelt. Wie wordt hier nou aangesproken?
Galaten 5: 1 Laat je niet opnieuw een slavenjuk opleggen.
Degene die hier aangesproken wordt is die gelovige die dreigt gevangen te raken in dat slavenjuk van hard zwoegen voor de Heer. Het zijn dus juist die harde ploeteraars die van hot naar her rennen om hun trouwe, geestelijke dienst aan den Heere tentoon te spreiden. Voor Paulus is dat slapen. Waarom? Christus (jouw Leven) komt niet openbaar!

Efeze 5:14 Ontwaak, jij die slaapt, en sta op uit de doden, en Christus zal over jou lichten.
Ook zo’n gelovige die daar ligt tussen de doden, maar die slaapt. Een gelovige die zich door zijn eigen activiteit laat leiden is niet dood. Het zijn momenteel de ongelovigen die nu nog dood zijn.
2 Corinthe 5:15 Wij zijn tot het inzicht gekomen zijn, dat Eén voor allen gestorven is. Dus zijn zij allen gestorven.
De ongelovige is ook al met Christus mee gestorven, maar is nog niet opgewekt. Wij, als gelovigen, leven. Maar wie daarna Gods genade niet laat werken maar zelf aan de slag gaat, gedraagt zich alsof hij nog niet leeft. Die slaapt dus tussen de doden. Vandaar Paulus oproep: ‘Hé, wakker worden jij! Ik heb je wat te zeggen! Luisteren!!’

Dit wakker schudden komt telkens terug.
Romeinen 13:11 Jullie verstaan de tijd toch zeker wel, dat het nu voor jullie het uur is om uit je slaap wakker te worden?
1 Thessalonica 5:6 Laten wij dan ook niet slapen zoals de anderen, maar wakker en nuchter zijn.
Waarom werden deze gelovigen nou zo luid wakker geschreeuwd?

Galaten 5: 2 Als jullie je laten besnijden, dan heb je niks aan Christus.
Ik zei al dat die besnijdenis nou net kenmerkend iets is dat speelde in die Nieuwe Verbondssynagogen. Daar is historisch (in Handelingen 15) een antwoord op gekomen en daarmee zouden we het kunnen afdoen. Dan hebben we de les die hier in verband met Gods genade duidelijk inzit totaal over het hoofd gezien. Dat zou intens jammer zijn. Je kan die besnijdenis namelijk zo makkelijk vervangen met iets totaal anders en dan wordt het ineens uitermate actueel.

Wat denk je bijvoorbeeld van de volgende actuele voorbeelden?
Als je naar de zondagse dienst gaat, dan heb je niks aan Christus!
Als je je laat dopen, dan heb je niks aan Christus!
Als je aan het avondmaal gaat, dan heb je niks aan Christus!
Als je ingezegend wordt tot voorganger, dan heb je niks aan Christus!
Als je aangesteld wordt tot oudste, dan heb je niks aan Christus!
Als je de kerk schoon houdt, dan heb je niks aan Christus!
Als je huisbezoeken doet, dan heb je niks aan Christus!
Als je evangeliseert, dan heb je niks aan Christus!
Als je Bijbelstudie geeft, dan heb je niks aan Christus!
Als je het Woord predikt, dan heb je niks aan Christus!
Als je de zangleiding doet, dan heb je niks aan Christus!
Als je de samenzang muzikaal ondersteunt, dan heb je niks aan Christus!
Als je christelijke liederen schrijft, dan heb je niks aan Christus!
Als je een christelijke website runt, dan heb je niks aan Christus!

Er zijn –tig ‘Als’ mogelijkheden te bedenken die Christus totaal nutteloos maken. Moeten we dan maar niet meer naar de zondagse dienst gaan? Moeten we ons dan maar niet laten dopen? Moeten we niet aan het avondmaal? Ga zo maar door met al die ‘Moeten’ vragen. Niks moet, alles mag. Daar heeft het niets mee te maken.

Het draait allemaal om de vraag waar ik mijn ‘Geestelijkheid’ in vind. Nu kunnen we precies diezelfde punten opnieuw de revue laten passeren. Stel jezelf die vraag eens eerlijk:
Vind ik mijn geestelijkheid in de zondagse dienst, of in Christus?
Vind ik mijn geestelijkheid in het dopen, of in Christus?
Vind ik mijn geestelijkheid in het aan het avondmaal gaan, of in Christus?
Vind ik mijn geestelijkheid in mijn voorganger zijn, of in Christus?
Vind ik mijn geestelijkheid in het oudste zijn, of in Christus?
Vind ik mijn geestelijkheid in het de kerk schoon houden, of in Christus?
Vind ik mijn geestelijkheid in het huisbezoeken doen, of in Christus?
Vind ik mijn geestelijkheid in mijn evangelisatie, of in Christus?
Vind ik mijn geestelijkheid in de Bijbelstudie die ik geef, of in Christus?
Vind ik mijn geestelijkheid in het Woord dat ik predik, of in Christus?
Vind ik mijn geestelijkheid in de zangleiding, of in Christus?
Vind ik mijn geestelijkheid in mijn muzikale ondersteuning van de samenzang, of in Christus?
Vind ik mijn geestelijkheid in de christelijke liederen die ik schrijf, of in Christus?
Vind ik mijn geestelijkheid in de christelijke website die ik runt, of in Christus?

Galaten 5: 2 Als jullie je laten besnijden, dan heb je niks aan Christus.
Ik heb misschien wel precies dat punt dat volgens jou je geestelijkheid zo sterk kenmerkt per ongeluk overgeslagen. Vul die er dan nog maar even bij in. Als één van die zaken jouw geestelijkheid kenmerkt, dan heb je niks aan Christus. Op zich is het eigenlijk al kenmerkend als jij jezelf geestelijker beschouwt dan een andere broeder of zuster. Dan heb jij blijkbaar niks aan Christus want door jouw prestatie alleen bewijs jij naar eigen opvatting geestelijker te zijn dan de ander. Jij hebt dus Christus ook gewoon niet nodig in jouw denken.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende