U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

Jullie liepen zo goed

In onze studie over de brief aan de Galaten is het telkens terugkerend refrein: ‘Jullie zijn zo goed begonnen en nu gaat het zo gigantisch mis!

Ze waren bij Christus begonnen. Met Hem zijn ze gekruisigd. Met Hem zijn ze gestorven. Met Hem zijn ze opgewekt ten leven. Ja, Christus is nu hun leven! Maar ze gaan toch zelf weer proberen iets voor God te betekenen.

Ze waren in de Geest begonnen. Heerlijk vertrouwend op de leiding van Gods Geest leiden ze hun leven. Maar dwaalleraars wezen hen op hun eigen verantwoording ten opzichte van God. Ze kregen onderwijs dat God nu een heilig leven eist en ze probeerden zelf, in hun vlees, waar te maken wat Gods Geest allang in hen bewerkte.

Ze waren een heerlijke wandel in genade begonnen. In alles vertrouwden ze op de Heer die alles in hen bewerkt. Toen hoorden ze dat genade alleen voor de redding geldt en dat voor de praktijk nu de nadruk op ons eigen standpuntbepaling ligt. Wij zullen die geweldige positie ook waar moeten maken.

In dat verband komt die vreemde uitdrukking ‘Gij liept goed!’ Ik hoorde regelmatig mensen die uitdrukking gebruiken, maar misschien heb jij dat ook wel: Ik begreep geen snars van wat er met die uitdrukking bedoeld werd. Ik dacht zelfs aan een soort van schijnheilig huilen. Zo iemand die voor de bühne speelt dat hij heel erg oprecht berouw ergens over heeft. Tja, dat heb je met gekke antieke uitdrukkingen die volgens de geestelijke klasse geen uitleg behoeven.

Het draait hier echter om de antieke verleden tijdsvorm van ‘lopen’. Nou, was dat nou zo ingewikkeld? Ja, als het geen gewoon Nederlands is en er geen uitleg volgt, dan is dat knap lastig! Nu we weten dat het de verleden tijdsvorm van ‘lopen’ is, nu valt het ook gelijk in het hele Galatenplaatje. Ze hadden heerlijk genoten van hun wandel in genade, maar nu werden er wettische blokkades op de weg gelegd. Weer die leraars van regel, eis, opdracht en wet!

We beginnen met de vertrouwde weergave van de NBG:
Galaten 5: 1-9 Opdat wij waarlijk vrij zouden zijn, heeft Christus ons vrijgemaakt. Houdt dus stand en laat u niet weder een slavenjuk opleggen. Zie, ik, Paulus, zeg u: indien gij u laat besnijden, zal Christus u geen nut doen. Nogmaals betuig ik aan ieder, die zich laat besnijden, dat hij verplicht is de gehele wet na te komen. Gij zijt los van Christus, als gij door de wet gerechtigheid verwacht; buiten de genade staat gij. Wij immers verwachten door de Geest uit het geloof de gerechtigheid, waarop wij hopen. Want in Christus Jezus vermag noch besnijdenis iets, noch onbesneden zijn, maar geloof, door liefde werkende. Gij liept goed. Wie is u in de weg gekomen, dat gij aan de waarheid niet meer gehoorzaamt [!!]? Die overreding kwam niet van Hem, die u roept. Een weinig zuurdeeg maakt het gehele deeg zuur.

Opvallend is dat woordje ‘gehoorzamen’, dat hier al gelijk ten onrechte opduikt in de NBG vertaling. Blijkbaar zit dat zo vast verankerd in het ‘christelijk’ denken, dat bij zo’n ernstige waarschuwing de vertalers hier gelijk weer grijpen naar deze onterechte vertaling.

Als Paulus over ons genadeleven spreekt komen telkens twee kenmerken naar voren: Staan en lopen. In het eerste deel van Paulus vlammend betoog worden we opgeroepen om zo vast mogelijk op onze plek van genade te blijven staan. Wettisch handelen, wettisch denken en een wettische leer zal altijd proberen je van jouw plek in Christus af te krijgen. Blijf staan!

In het tweede deel lopen we in Gods genade. Blijf gewoon doorlopen. Wettisch denken, wettisch handelen of een wettische leer probeert voortdurend blokkades en hindernissen op te werpen om maar niet verder in die genade te lopen. Maar blijf gewoon lopen!

Veel van het vlammend betoog is geluwd in de matige NBG vertaling. Daarom zet ik het hier zo letterlijk mogelijk naar de grondtekst in mijn eigen woorden nog eens neer:
Galaten 5: 1-9 Opdat wij echt vrij zouden zijn, heeft Christus ons vrijgemaakt. Sta daarom stevig vast. Laat je niet opnieuw een slavenjuk opleggen. Hé, let eens op, ik, Paulus, zeg jullie: als jullie je laten besnijden, dan heb je niks aan Christus. Ik zal jullie ieder, stuk voor stuk, mijn getuigenis nog eens laten horen: Wie zich laat besnijden, die moet daarbij dan ook nog eventjes de hele wet nakomen. Jullie zijn dus los van Christus, als je door de wet gerechtigheid verwacht; je bent daarmee buiten de genade gaan staan. Wij verwachten namelijk door de Geest uit het geloof de gerechtigheid, waarop wij hopen. Want in Christus Jezus heb je geen voordeel aan besnijdenis, ook niet aan het onbesneden zijn, maar geloof, dat werkt dwars door liefde heen. Jullie liepen zo goed. Wie is jullie nou in de weg gaan staan, dat jullie je door de waarheid niet meer laat overtuigen? Hij, die jullie riep, heeft jullie daar niet toe overgehaald. Een beetje zuurdeeg maakt het hele deeg zuur.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende