U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

Genade! Gods Antwoord Op Vlees!

In onze vorige studie plaatste ik een opmerking die je wellicht ontgaan is:
‘Er moet toch wel echt iets grondig mis zijn aan je geestelijk leven wil je die vrijheid in Christus afwijzen om een wet, die de sluizen van zonde openstelt, te omarmen.’
Dit is nu precies het gigantische probleem van wettisch leven! Men grijpt zich vast aan een regel om toch vooral niet zondig te leven. Ik wil nog best in de oprechtheid van die doodssprong geloven. Het is echter wel een doodssprong, want men spreekt het vlees aan, oftewel het eigen proberen wordt aangesproken, en dus wordt hierdoor de deur voor de zonde wagenwijd open gezet.

Wat gebeurt er namelijk als ik, net als deze Galaten, mij nu na mijn bekering toch weer door één of ander gebod laat leiden?
Romeinen 7: 8 Uitgaande van het gebod, wekte de zonde in mij allerlei begeerlijkheid op;
De zonde gebruikt dus dat gebod, wat ik mezelf opleg, om in mij van alles uit te werken. De zonde kan dus juist dankzij mijn eis om bijvoorbeeld heilig te leven in mij actief worden. Dat komt omdat ik met die eis, die ik mezelf stel, mezelf weer opstel als levend in deze wereld.

Ik noemde het net al: door die doodssprong van het omarmen van een wet, spreek je het vlees aan. Die uitdrukking kom je in Romeinen 7 regelmatig tegen.
1. Paulus spreekt over een periode die voorbij is voor een gelovige. Dat was de tijd dat alles wat je deed gekenmerkt was door ongeloof. Paulus noemt dat ‘in het vlees zijn’.
Romeinen 7:5 Toen wij in het vlees waren, werkten de zondige hartstochten, die door de wet geprikkeld worden, in onze leden, om voor de dood vrucht te dragen;
Dit betekent dat je destijds geen andere mogelijkheid had dan op jezelf te vertrouwen. Je moest dus wel volgens regels leven en je deed dat dan ook.
2. Nog steeds geldt, dat als ik terugval op mijn eigen mogelijkheden door regels te stellen, ik als vanzelf ook weer uitgeleverd ben aan de macht van de zonde.
Romeinen 7:14 Wij weten immers, dat de wet geestelijk is; ik echter ben vlees, verkocht onder de zonde.
Paulus geeft hier aan dat ik nou juist binnen mijn eigen mogelijkheden te zwak ben om volgens regels te kunnen leven. Ik ben vlees, oftewel ik wordt teruggeworpen op mijn eigen mogelijkheden.
3. Als ik buiten Gods genade om wil leven door regels en eisen te stellen aan mezelf, dan blijken mijn eigen mogelijkheden onveranderd beroerd.
Romeinen 7:18 Want ik weet, dat in mij, dat wil zeggen in mijn vlees, geen goed woont.
4. Het beginsel dat mijn eigen mogelijkheden om voor God iets te betekenen ontoereikend zijn blijft altijd staan in mijn leven. Deze uitspraak komt na de grote overwinningskreet: ‘Genade, door Jezus Christus, onze Heer’.
Romeinen 7:25
Met mijn vlees blijf ik dienstbaar aan de wet van de zonde.

Mijn vlees is feitelijk mijn eigen persoon zoals die functioneert wanneer ik niet vanuit genade leef. Het is de uitdrukking voor mijn eigen inspanningen om goed te leven. Het is datgene wat openbaar komt als ikzelf probeer volgens bepaalde regels, eisen of wetten voor God iets te betekenen. Ga ikzelf rommelen met allerlei regeltjes om voor God te leven, dan kom ik als vanzelf uit bij deze kreet:
Romeinen 7: 24 Ik, ellendig mens! Wie zal mij verlossen uit het lichaam van deze dood?

In mijn eigen omgeving ken ik er zeer velen, voor wie deze tekst hun lijfspreuk is. Gouda is een bolwerk van orthodoxie. Eis op eis wordt telkens weer hoger opgeknoopt. Het christen zijn ligt als het ware als een zwarte depressieve mantel over de stad gewikkeld. Er zijn veel kerkverlaters, die gevlucht zijn voor het benauwend effect van deze godsdienst. Nee, ze staan vanzelfsprekend niet open voor een gesprek over God. Weet echter dan deze mensen zich niet van God, maar van een eigendunkelijke godsdienst hebben afgekeerd, waar God nooit in Zijn heerlijkheid van genade en liefde wordt voorgesteld.

Wie ben ik nou dan? Wie ben jij nou?
Galaten 2: 19-20 Ik ben door de wet voor de wet gestorven om voor God te leven. Met Christus ben ik gekruisigd, en toch leef ik, dat is, niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij.
Ik ben versmolten met Christus. Ik ben volkomen één gemaakt met de opgestane Heer. Christus is mijn leven. Dat ben ik! Dat ben jij! Elke andere gedachte is ongeloof.

Denk ik dus dat Christus de zonde niet aankan en ga ik me dus wapenen tegen de zonde? Dat is puur ongeloof. Ik geloof dan feitelijk niet dat Christus mijn leven is. Dan word ik teruggeworpen op mijn eigen mogelijkheden, oftewel mijn vlees.

Dit spreken van Paulus over het vlees is de reden waardoor er in de christenheid de theorie ontstaan is van een oude en een nieuwe natuur, die in de gelovige zou huizen. Je zou kunnen zeggen: Al die christenen zijn een stelletje schizofrene karakters. Het spijt me, maar voor die gedachte is in de Bijbel geen enkele grond. Het oude is voorbijgegaan, het is allemaal nieuw geworden. Er is dus niet zoiets als ook nog een oude natuur in de gelovige.

Jij bent een nieuwe schepping in Christus. Christus is jouw leven. Daarom komt Paulus ook voor de gelovige die worstelt met wettische beginselen in zijn leven met exact hetzelfde antwoord als voor de ongelovige.
Romeinen 7:25 God zij dank door Jezus Christus, onze Here!

Zal ik je eens wat vertellen? We zijn al zo gewend aan deze uitspraak dat we niet eens doorhebben dat dit eigenlijk helemaal geen antwoord is op de vraag: ‘Wie zal mij verlossen?’
Romeinen 7:25 God zij dank door Jezus Christus, onze Here!
Letterlijk genomen is dit een lofuiting aan God: ‘God zij dank’. Vervolgens zegt Paulus door wie hij God dankt: ‘door Jezus Christus, onze Here’. Eigenlijk is dit wat Paulus letterlijk zegt, als je deze vertaling volgt. Maar dat is een misser van de vertaler.

Het woord dat hier met ‘God zij dank’ vertaald is, is feitelijk een heel bekend ritueel christelijk woord: ‘eucharisteo’, wat letterlijk vertaald wil zeggen: ‘genade tot in de God’. Wat ons dus werkelijk volkomen redt uit al die zogenaamde christelijke ellende van regeltjes, gebodjes en eisen, dat is: Genade door Jezus Christus, onze Heer, tot in God!

Opnieuw worden we met onze neus op het heerlijke feit gedrukt dat God zelf in Zijn geliefde Zoon, Jezus Christus, ons met Zijn genade overlaadt, wat tot uiting komt in onze versmelting met die geliefde Zoon. Ik leef! Maar dat is niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij. Al die regels, al die wetten, al die eisen, al het eigen pogen om voor God iets te betekenen, het is met die overvloeiende rijkdommen van genade zo van de tafel geveegd.

Christus heeft afgerekend met de zonde. Christus heeft afgerekend met de wet.
Romeinen 7:25 Genade door Jezus Christus, onze Heer, tot in God!
Galaten 2: 19 Ik ben door de wet voor de wet gestorven om voor God te leven.
Daar mogen we uit leven!

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende