U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

Gestorven Aan Wet, Levend Voor God

In onze vorige studie zagen we zo’n zevenentwintig beroerde situaties die allemaal ontstonden omdat men overtuigt was dat men als gelovigen nu toch echt eens iets moest gaan doen. Het was juist het kruis waar God definitief heeft afgerekend met die dwingende heerschappij van wet over Zijn eigen volk Israel.

Wat zijn gelovigen? Dat zijn mensen aan wie iets gedaan is. Hun leven is radicaal omgegooid. Maar het is nou juist het kenmerk van godsdienst, die vindt dat je van alles en nog wat moet als je eenmaal gelooft. Beseffen we dan niet dat het die prestatie-ijver van de godsdienst was die Christus naar het kruis heeft verwezen?

Het was de uiterlijke godsdienst, die vond dat ze het allemaal zelf zo goed deden, die het uitschreeuwde: ‘Kruisigt Hem!’ Precies daar kwam nu juist een definitief eind aan die eigen prestatie-ijver onder de noemer van ‘wet’.
Galaten 2: 19 Ik ben door de wet aan de wet gestorven, opdat ik nu vanuit God zou leven.
Wil je naar de grondtekst van dit gedeelte click dan hier

Als het ware zegt Paulus hier. Ze hebben me aan het kruis genageld met al hun ijver. Met hun prestatiedrang hebben ze me murw geslagen. De dwang is zolang doorgegaan tot ik dood neerlag. Nu hebben al die eisen aan mij geen enkele uitwerking meer. Ik ben daar nu dood voor. Ik leef nu vanuit een nieuw leven. Ik leef nu vanuit God omdat ik nu met Christus gekruisigd ben, maar toch leef. Dat is Christus die in mij leeft.

Door de wet, aan de wet gestorven. Okay, we weten inmiddels dat dit specifiek aan de Joodse gelovigen heeft plaats gevonden. Wij, als heidenen, hebben zelfs nooit en te nimmer in enigerlei relatie met de wet gestaan. Maar dan nog, wat moet je je hierbij voorstellen?

Een heel wat uitgebreidere presentatie van precies diezelfde gebeurtenis geeft Paulus in de eerste vier verzen van Romeinen 7.
Romeinen 7: 1-4 Weten jullie niet, broeders, (ik spreek immers tot wie de wet kennen) dat de wet heerschappij voert over de mens, zolang hij leeft? Want de gehuwde vrouw is door de wet aan haar man gebonden, zolang deze leeft; wanneer echter de man sterft, is zij ontslagen van de wet, die haar aan die man bond. Zo zal zij dan, indien zij bij het leven van haar man een ander tot man neemt, echtbreekster heten; wanneer echter de man sterft, is zij vrij van de wet, zodat zij geen echtbreekster is, indien zij zich aan een andere man geeft. Bijgevolg, mijn broeders, zijn jullie ook dood voor de wet door het lichaam van Christus om het eigendom te worden van een ander, van Hem, die uit de doden opgewekt is, opdat wij vanuit God vrucht zouden dragen.

Hier komen we een vrouw tegen, die met de wet gehuwd is. Haar echtgenoot, de wet, eist het volmaakte van zijn vrouw. Hij eist dat wel, maar de vrouw kan niet voldoen aan die hoge eisen.

Dan leert deze vrouw een nieuwe man kennen. Dat is Christus. Hij geeft de oplossing. Opnieuw is dit weer een belachelijk gegeven als je dit puur lichamelijk bekijkt. Maar wij kennen niemand naar het vlees. Daarom kunnen we de volgende stap nu ook meemaken.
De oplossing voor deze vrouw is dat zij sterft en in een nieuw leven opstaat samen met Christus. Die man, de wet met al zijn eisen, kan nog zoveel opdrachten schreeuwen. Zij is dood voor haar vroegere echtnoot en ze leeft nu verbonden aan Christus.
Romeinen 7: 4 Jullie zijn dood voor de wet door het lichaam van Christus om het eigendom te worden van een ander, van Hem, die uit de doden opgewekt is, opdat wij vanuit God vrucht zouden dragen.
Galaten 2: 19 Ik ben door de wet aan de wet gestorven, opdat ik nu vanuit God zou leven.

Er valt gigantisch veel te zeggen over Israel in dit verband. Aan hen is dit namelijk primair letterlijk gebeurd. Ik wil nu echter eerst even doorstoten naar de praktische consequentie zoals die in deze Galatenbrief uitgewerkt wordt. In het werk van Christus is Israel door de wet aan de wet gestorven. Maar ook wij zijn betrokken in het werk van Christus.
Galaten 2: 20 Met Christus ben ik gekruisigd, en toch leef ik, dat is, niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij.

Christus heeft Zich helemaal één gemaakt met jou en met mij op het kruis. We zijn daardoor ook helemaal één geworden met Hem in Zijn opstanding. We zijn volkomen versmolten met Christus en nu is Zijn leven ons leven. Dit heeft in deze hele brief aan Galaten een revolutionaire uitwerking. Al die eisen, de hele Galatenbrief door, ze hebben geen enkele kracht of invloed meer omdat we met Christus daaraan gestorven zijn.

Godsdienst, zoals we dat binnen de christenheid ook kennen, dreigt ons de hele wet weer te willen opleggen. Maar de praktische consequentie van het onderwijs van Galaten 2: 19 is dat we dood zijn voor al die eisen. Ook hier is het van belang om goed te lezen wat er nou eigenlijk staat. Die man stelde al die eisen. Die man is echter niet gestorven. In alle eerste beginselen van de wereld zal dit, thuishorend tot deze wereld, blijven doorleven.

De vrouw is gestorven. Die vrouw die gebonden was aan die man omdat ze nu eenmaal voor hem leefde. Pas toen zij gestorven was, toen was ze vrij. Ook bij ons is het juist doordat we gestorven zijn, dat we echt vanuit God kunnen leven. Nu we versmolten zijn met Christus werkt genade in ons.

Het wordt tijd om in de volgende studie nu eens nader in te gaan op deze vrouw, het volk Israel.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende