U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

De Wet Is Uitsluitend Voor Israel

We hebben ons eerste punt van de vliegende start ruimschoots bekeken:
1. Onze identificatie met Christus in Galaten 2: 20a parallel aan Romeinen 6
Nu komt het tweede punt aan bod.
2. Ons aan de wet, voor de wet gestorven zijn in Galaten 2: 19 parallel aan Romeinen 7

Galaten 2: 19 Ik ben door de wet voor de wet gestorven om voor God te leven. .
Wil je naar de grondtekst van dit gedeelte click dan hier

In één uitermate korte uitspraak wordt tweemaal achter elkaar de uitdrukking ‘de wet’, of zoals het in de Griekse grondtekst staat ‘nomos’ gehanteerd. Ondanks dat weten de meeste uitleggers dit punt glad over te slaan. Voor hen is dit niet bepalend. Voor Paulus echter wel degelijk. Daarom begint hij het parallel lopend gedeelte in Romeinen ook met een overduidelijke adressering.
Romeinen 7: 1 Ik spreek immers tot wie de wet kennen.

De personen die in Galaten 2: 19 en in Romeinen 7 in eerste instantie dus onderwijs ontvingen waren de Joden. Voor veel Bijbelleraars is Romeinen 9 t/m 11 een heel abrupte onderbreking, omdat die hoofdstukken zo nadrukkelijk alleen aan het Joodse volk geadresseerd zijn. Dat komt omdat ze niet door hebben dat de twee voorgaande hoofdstukken ook al in eerste instantie aan dat Joodse volk gericht zijn.

Paulus zelf was hier aan het begin van zijn brief aan de Romeinen al overduidelijk over:
Romeinen 2:17-18 Indien jullie je dan Jood laten noemen, steunen op de wet, je beroemt op God, Zijn wil kent, weet te onderscheiden waarop het aankomt, omdat jullie onderricht in de wet genieten,

In Galaten 2: 19 en in Romeinen 7 wordt het volk Israel aangesproken. Zij zijn namelijk degenen die steunen op de wet. Zij zijn namelijk degenen die onderricht genoten in de wet. Geen enkel ander volk op aarde had of heeft (Bijbels gezien) deze relatie, uitgedrukt in een wet, tot God.
Deuteronomium 4:8 Welk groot volk is er, dat inzettingen en verordeningen heeft zo rechtvaardig, als heel deze wet, die ik jullie heden voorleg?
Deuteronomium 4:44 Dit nu is
de wet, die Mozes de Israëlieten voorlegde.
Deuteronomium 10:12-13 Nu dan,
Israel, wat vraagt Yahweh, jullie God, van jullie dan Yahweh, jullie God, te vrezen door in al Zijn wegen te wandelen; Hem lief te hebben; Yahweh, jullie God, te dienen met je ganse hart en met je ganse ziel; de geboden en de inzettingen van Yahweh, die ik jullie heden opleg, te onderhouden, opdat het je wel ga.
Psalm 147:19-20 Hij heeft
Jakob Zijn woorden bekendgemaakt, Israel zijn inzettingen en zijn verordeningen. Aldus heeft Hij aan geen enkel volk gedaan, en zijn verordeningen kennen zij niet.

Geen enkel ander volk heeft ooit in enige relatie gestaan met God via de wet. Natuurlijk zijn er tegenwoordig legio volkeren op te noemen die de tien geboden zelfs in hun grondwet hebben staan. Een land als Amerika staat zich er zelfs op voor daardoor een speciale band met God te hebben. Bijbels gezien is dat echter de grootst mogelijke onzin. Zie nog maar eens Psalm 147.

Galaten 2: 19 Ik ben door de wet voor de wet gestorven om voor God te leven. .
De primaire betekenis van deze uitspraak van Paulus vinden we dus in het feit dat hij persoonlijk hier sprak als Jood. Hij spreekt hier dan ook namens Israel en niet namens ons als Lichaam van Christus. Heeft deze tekst dan geen enkele waarde voor ons? Jazeker!

Bij de onzinnige toe-eigening van de wet door Amerika hebben we al enigszins stilgestaan bij het feit dat ondanks de duidelijke uitspraken in de Bijbel de christenheid zich toch als de zogenaamde erfgenaam van Israel heeft opgeworpen. In de christenheid heeft de wet weer een volwaardige status gekregen alsof het werk van Christus nooit heeft plaatsgevonden.

De christenheid bestaat grotendeels uit niet Joden, oftewel heidenen. Dat zijn dus mensen die Bijbels gezien nog nooit onder de wet van God gestaan hebben. Toch worden binnen de christenheid nou juist mensen die tot geloof komen onder deze wet geplaatst. Daar hebben we precies de les van de hele Galatenbrief. Net als bij deze Galaten moet Paulus ook bij al deze christenen de vraag stellen:
Galaten 3: 3 Jullie zijn begonnen met de Geest, eindigen jullie nu met het vlees?

Galaten 2: 19 Ik ben door de wet voor de wet gestorven om voor God te leven.
Deze uitspraak in Galaten en haar parallelhoofdstuk in Romeinen heeft dus twee adresseringen:
1. Het Joodse volk Israel.
2. De persoonlijke toepassing voor ons.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende