U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

Lijden, De Speciaal Door God Verleende Genade

We hebben inmiddels al twee prachtige voorbeelden in Paulus brief aan Filippi gezien van hoe genade openbaar komt in dat ene kleine woordje ‘allen’.
Filippi 1: 3-4 Ik dank mijn God, zo vaak ik aan jullie denk; immers, in al mijn gebeden bid ik telkens voor
jullie allen met blijdschap,
Paulus had reden om vol blijdschap te danken voor allen, of het nou godsvruchtige heiligen waren of dat het kijvende wijven of predikers uit nijd waren.

Paulus zag hoe genade het werk dat God begonnen was ook afmaakt in elke gelovigen.
Filippi 1: 7 Zo van jullie allen te denken spreekt voor mij dan ook vanzelf,
Zo dacht Paulus erover. Vanzelfsprekend!

Genade toont telkens onze persoonlijke heerlijke verbondenheid met Christus en vanuit die persoonlijke eenheid met Christus zijn we ook met elkaar verbonden. We zijn dus uit genade een eenheid. Daar hoeven we niet toe te worden opgeroepen. Daar hoeven we onze handen niet voor uit de mouwen te steken. Daar hoeft door ons niet aan gewerkt te worden. Het is Gods genade waardoor we één zijn.

Het is dus heel helder en duidelijk dat waar genade ons een voldongen feit van onderlinge eenheid presenteert er ook geen oproep van Paulus is om nu elkaar liefde te bewijzen. Er is dus vanzelfsprekend ook geen oproep om nu toch maar eens die twistzieke zusters te accepteren of te vermanen. Er is dus logischerwijs geen enkele aanmoediging om die predikers met een verkeerde motivatie in het gareel te krijgen. Genade toont wat het feit is in Christus, waar we nu vanuit mogen leven en handelen.

Onze basis op grond van genade is onze heerlijke verbondenheid met Christus in de hemel. Het gevolg van dat leven uit genade is de dienstbaarheid. Dat is namelijk de gezindheid van de Heer zelf.
Filippi 2: 5 Die gezindheid is in jullie, die ook in Christus Jezus was,
Dit is de reden waarom Paulus met blijdschap over al die gelovigen kon nadenken.

Voor het derde voorbeeld van dat kleine woordje ‘allen’ blijven we nog even in hetzelfde vers, waarin Paulus verder uitlegt waarom het zo vanzelfsprekend is om zo over hen allen te denken.
Filippi 1: 7 Omdat jullie allen, ….., deelgenoten zijn van de aan mij verleende genade.

Paulus ziet al de gelovigen in Filippi, of het nou de geestelijk of de vleselijk gezinde gelovigen waren, alle gelovigen als deelgenoten van die genade die aan Paulus verleend was. Hier wordt feitelijk weer een bijzonder woord gebruikt voor ‘deelgenoot’. Letterlijk staat er ‘samen-gemeenschap’.

Zo’n samengesteld woord met die toevoeging ‘samen’ beginnen we inmiddels al vertrouwd mee te raken. We zijn ‘samen met’ Christus gestorven. We zijn ‘samen met’ Christus begraven. We zijn ‘samen met’ Christus opgewekt. We zijn ‘samen met’ Christus gezet in de hemelse.

Efeze 3:6 dit geheim, dat de heidenen mede–erfgenamen zijn, medeleden en medegenoten van de belofte in Christus Jezus door het evangelie,
We zijn ‘samen met’ Christus erfgenamen. We zijn ‘samen met’ Christus het Lichaam. We zijn ‘samen met’ Christus deelhebbers aan de belofte in Christus Jezus.

In onze Nederlandse vertaling lijkt dit laatste woord ‘deelgenoot’ nu ook weer terug te komen in onze tekst in Filippi. Het gaat daar echter niet om het deelhebben aan iets als een soort bezit, waar in Efeze op gedoeld wordt. Het is daar het bekende Griekse woord ‘koinonia’, wat de betekenis van ‘gemeenschap’ heeft. Onze onderlinge verbondenheid is niet zomaar een gemeenschap. Het is een door de genade van God samengeklonken gemeenschap.

Kijk, dat is een unieke eenheid. Een gemeenschap, nee, een samen met gemeenschap. Nou is die samen gemeenschap ook nog eens heel nadrukkelijk met iets verbonden. Paulus had namelijk een heel speciale genade van God ontvangen. Dat was de genade om voor Zijn dienst in de gevangenis te zitten. We zijn als gemeenschap samengeklonken en verbonden aan die speciale genade van Paulus om voor de Heer te lijden.

Genade om te lijden. Dit klinkt zo dwaas in onze 21eeuwse oren. Als er tegenwoordig een broeder ergens vanwege zijn geloof in de gevangenis zit, dan gaan we bidden voor een zo spoedig mogelijke bevrijding. In tegenspraak met de Bijbel denken wij, moderne gelovigen, dat een dergelijk lijden nooit de wil van de Heer kan zijn.

Lijden om Christus naam. Paulus noemt dat hier ‘de door God verleende genade’! Wat Paulus hier heel duidelijk aangeeft is dat dankzij Gods overvloeiende rijkdommen van genade, die ons samengevoegd heeft met de opgestane Heer in de hemel, en ons daardoor ook samengevoegd heeft tot één hechte ‘samen gemeenschap’, wij nu ook gemeenschap hebben aan het lijden voor de naam van Christus. Dat is een geweldig voorrecht. Dat is namelijk een speciaal door God verleende genade.
Filippi 1: 29 Aan jullie is de genade verleend, voor Christus, niet alleen in Hem te geloven, maar ook voor Hem te lijden,

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende