U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

Vanzelfsprekende Genade

Het allereerste voorbeeld van de gigantische impact van dat hele kleine woordje ‘alle’ hebben we al even voorbij zien komen.
Filippi 1: 3-4 Ik dank mijn God, zo vaak ik aan jullie denk; immers, in al mijn gebeden bid ik telkens voor jullie allen met blijdschap,

Genade werkt ondanks twist en gekijf toch oprechte dank en blijdschap uit. Hoe is dat mogelijk? Dat is dankzij het heerlijke feit dat genade ons aan de opgestane en verheerlijkte Heer in de hemel heeft verbonden. Dat heeft het bij mij persoonlijk gedaan, maar genade heeft dat bij elke gelovige gedaan. Daardoor zijn we onlosmakelijk aan elkaar verbonden.

Genade ziet ook het heerlijke werk wat Hij in de ander begonnen is en wat Hij ook zal voleindigen.
Filippi 1:6 Hiervan toch ben ik ten volle overtuigd, dat Hij, die in jullie een goed werk is begonnen, dit ten einde toe zal voortzetten, tot de dag van Christus Jezus.
Genade ziet het werk dat Hij bij die kijvende wijven is begonnen. Dat goede werk zal genade ook voltooien. Paulus kan vol blijdschap en dankbaarheid naar allen kijken dankzij die genade.

We hebben nu het eerste voorbeeld bekeken van dit kleine woordje ‘allen’. In dit onderdeel van de studie bekijken we nu het tweede voorbeeld in vers 7.
Filippi 1: 7 Zo van jullie allen te denken spreekt voor mij dan ook vanzelf,
Hoe dacht Paulus dan over hen allen? Nou, dat zagen we zonet al in het daaraan voorafgaande vers. God was een grandioos goed werk van genade aan hen begonnen in hun gemeenschap aan het evangelie. Dat geweldige werk zal God ook afronden.

Nam Paulus het inderdaad zo makkelijk op over hen allen?
Filippi 1:15 Sommigen prediken de Christus uit nijd en twist,
Dat soort verkondigers zaten ook onder die allen. Kon Paulus zich hier nu echt zo makkelijk vanaf maken? ‘Ach, genade komt wel tot zijn doel bij die gelovigen!’ Nam Paulus het zo licht?

Ja, Paulus is verbonden met een opgestane en verheerlijkte Heer in de hemel! Dat maakt dat Paulus ook de ander ziet als verbonden met die opgestane en verheerlijkte Heer. Hij ziet dus al waar het werk van Christus genade in die gelovige naartoe werkt. Hij ziet, als het ware, over dat menselijke aspect van die gezindheid heen en ziet het bovenmenselijke in die gelovige.

Als wij elkaar uitsluitend bekijken vanuit onze eigen menselijke mogelijkheden, dan zullen we alleen elkaars onmogelijkheden ontdekken, dan zien we elkaars tekortkomingen. Ik heb het nu even over een eerlijk kijken.

Meestal houden we al rekening met het tekortschieten en meten we elkaar af naar het beste binnen onze tekortkomingen. Daar is het elkaar beoordelen en soms zelf het elkaar veroordelen op gebaseerd.
1 Corinthe 4: 3-5 Het doet me heel weinig of een mens me nou beoordeelt. Ja, ik beoordeel mijzelf niet eens. Ik ben mij van geen kwaad bewust, maar daardoor ben ik niet gerechtvaardigd; Hij, die mij beoordeelt is de Here. Dus, oordeel niet voortijdig De Here komt, Hij zal wat in de duisternis verborgen is, aan het licht brengen en de overwegingen van je hart openbaar maken. Dan zal iedereen Zijn lof ontvangen van God.

Ja, Paulus zag al die kijvende wijven en al die predikers met verkeerde bedoelingen allang voor de Heer verschijnen en van Hem lof ontvangen omdat Zijn genade het werk dat Hijzelf in hen was begonnen dan ook heeft afgemaakt.
Filippi 1: 7 Zo van jullie allen te denken spreekt voor mij dan ook vanzelf,
Vanzelfsprekend! Genade werkt toch zeker?

Gods dienstbaarheid naar elkaar werkt perfect als genade werkt.
Gods dienstbaarheid naar elkaar werkt perfect als we elkaar zien als één gemaakt met de opgestane en verheerlijkte Heer in de hemel.
Gods dienstbaarheid naar elkaar werkt perfect omdat we vanuit onze persoonlijke verbondenheid met de Heer ook onze onderlinge verbondenheid met elkaar zien.
Gods dienstbaarheid naar elkaar werkt perfect omdat we zien dat God een werk in de ander is begonnen dat Hij ook zal afmaken.

We mogen zien wat genade doet. Dat is een bovenmenselijk zien.
Als we menselijk op elkaar zien, dan zien we cultuurverschillen. Daar kunnen we niet één in zijn.
Als we menselijk op elkaar zien, dan zien we standsverschillen. Daar kunnen we niet één in zijn.
Als we menselijk op elkaar zien, dan zien we rasverschillen. Daar kunnen we niet één in zijn.
Als we menselijk op elkaar zien, dan zien we leerverschillen. Daar kunnen we niet één in zijn.
Als we menselijk op elkaar zien, dan zien we belijdenisverschillen. Daar kunnen we niet één in zijn.
Als we menselijk op elkaar zien, dan zien we belevingsverschillen. Daar kunnen we niet één in zijn.
Als we menselijk op elkaar zien, dan zien we verschillen in het verstaan van de Bijbel. Daar kunnen we niet één in zijn.
Als we menselijk op elkaar zien, dan zien we emotionele verschillen. Daar kunnen we niet één in zijn.

Het zien op wat genade doet, geeft ons zicht op de werkelijkheid. Die werkelijkheid doet pas echte dienstbaarheid functioneren.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende