U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

Dienstbaarheid Vanuit Onze Eenheid Met Christus

Filippi 1: 1 Al de heiligen in Christus Jezus, die te Filippi zijn, tezamen met hun opzieners en diakenen;
Dit is nou in zijn geheel de adressering van deze brief van Paulus aan Filippi. Laat dit nu eerst eens even heel goed tot je doordringen. Uit alle commentaren die je over dit vers kan lezen blijkt namelijk dat men helemaal niks vreemds leest in dit adres. Lees het nog eens goed!

Paulus schrijft aan al de heiligen in Christus Jezus, die te Filippi zijn. Is dit waar? Jazeker! Hij adresseert deze brief aan alle heiligen in Christus Jezus te Filippi. Zonder meer! Kan er onder gelovigen aan alle heiligen nog iets toegevoegd worden? Uitgesloten! Daar zitten echt alle gelovigen in vervat! Toch wekt de formulering van wat er achteraan komt de indruk dat we met al die heiligen in Christus Jezus in Filippi nog alleen maar een onderdeel van de adressering te pakken hebben.

Nou blijkt uit al de commentaren dat iedereen zomaar zonder meer verder gaat alsof Paulus hier helemaal niet iets heel vreemds opschrijft. Iedereen gaat de gebruikelijke ambten van opzieners en diakenen omschrijven alsof Paulus hier aan al die heiligen ook nog de gebruikelijke ambten toevoegde zoals die wel voor de openbaring van het geheimenis bestonden in de verschillende christelijke synagogen onder het Nieuwe Verbond.

Er komt bij niemand de vraag bovendrijven: ‘Hoorden die opzieners en diakenen dan niet tot die heiligen in Christus Jezus te Filippi? Stonden deze ambtdragers dan buiten het volbrachte werk van Christus en waren zij dus niet geheiligd? Moesten zij daarom als een aparte groep buiten de geheiligden hier opgevoerd worden?’

Niemand is zo wie zo bevreemd over het feit dat hier uiterlijke ambtsdragers voorkomen binnen die nieuwe mens, het Lichaam van Christus, terwijl in dit verborgen Lichaam van Christus geen uiterlijke synagogen meer meespeelden. Dat zou op zich al tot de vraag moeten leiden of dit dan wel juist vertaald is.

Mochten we toch onverhoopt accepteren dat er blijkbaar nog altijd uiterlijke ambtdragers binnen het verborgen Lichaam van Christus functioneren, dan zou men op zijn minst toch bevreemd mogen zijn over het feit dat deze ambtsdragers blijkbaar niet tot de heiligen in Christus Jezus behoren. Als een aparte groep naast de heiligen worden ze hier als het tweede deel van de adressering vermeld.

Ik geef hier nog eens de Griekse grondtekst met de letterlijke Nederlandse weergave.

Filippi 1: 1

Het lijkt me ook heel erg goed om nog maar eens onze vijf werktuigen tevoorschijn te roepen om tot een goed verstaan van deze tekst te komen.
1. Pak de letterlijke weergave erbij.
2. Bekijk het woordje ‘sun’, vertaald met ‘tezamen met’.
3. Besef dat het onderwerp van deze brief ‘dienstbaarheid’ is.
4. Bekijk het woordje ‘diakonos’, in het Nederlands ‘door dienaar’.
5. Bekijk het woordje ’episkopos’, n het Nederlands ‘boven ziende’.

Deze adressering is in de hele Bijbel puur uniek. Je komt het echt helemaal nergens anders in de Bijbel tegen. Eerst al de heiligen inclusief. Daarna lijkt er toch nog een apart groepje te zijn, die niet in die inclusieve groep zaten. Dat is taalkundig een tegenstelling.

In deze studie zal ik uitsluitend in het kort aangeven hoe ik deze tekst versta. Daar zit dus nog nauwelijks bewijsvoering bij. Dat komt pas in de volgende studies.

Filippi 1: 1 Al de heiligen in Christus Jezus, in Filippi, de zijnde tezamen bovenzieners en doordienaars;

De uitdrukking ‘tezamen met’ heeft niet dezelfde betekenis als het voegwoordje ‘en’. Had hier gestaan dat deze brief aan al die heiligen was gericht en aan de opzieners en diakenen, dan was het probleem van die adressering terecht. Het ‘tezamen met’ is geen voegwoord en dus speelt dit probleem hier ook niet, maar heeft het dus ook een totaal andere lading dan wat er vrijwel door iedereen in gelezen wordt.

Een vrijwel gelijksoortige tekst:
Efeze 3:6 dit geheim, dat de heidenen tezamen met erfgenamen, tezamen met Lichaam en tezamen met deelgenoten van de belofte in Christus Jezus zijn door het evangelie,
Hier zien we dezelfde taalconstructie en niemand concludeert dat er naast die heidenen dus nog erfgenamen, deelgenoten en een Lichaam zijn. Het ‘tezamen met’ geeft aan dat nu tijdens Gods geheim van het Lichaam van Christus wij tezamen gevoegd zijn tot erfgenamen tot deelgenoten van de belofte en tot één Lichaam.

Ook in deze brief aan Filippi begint Paulus met aan te geven dat wij uit genade als heiligen in Christus samengevoegd zijn tot gelovigen die van bovenaf de zaken bezien (bovenzieners) en tevens zijn samengevoegd tot gelovigen bij wie de dienstbaarheid dwars door hen heen uitgewerkt wordt (doordienaars).

Dit alles is te danken aan onze eenwording met Christus en van daaruit onze eenwording met elkaar. Het toont vanaf het allereerste begin al aan dat het grote onderwerp van deze brief aan Filippi (dienstbaarheid) uitsluitend voortkomt uit genade en genade alleen.

Als we zicht hebben op het grote belang dat God er blijkbaar in stelt om elke keer maar weer de genade voorop te stellen, dan blijft er voor ons maar één ding over. Vol dankbaarheid die genade omhelzen. Wat een groot God! Wat een grandioos plan vol genade! Prijst Hem!

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende