U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

Paulus Verlangen Naar & Lijden Voor Hen Allen

We zitten in onze studie midden in een reeks Bijbelteksten uit Filippi met het kleine woordje ‘allen’. In de vorige studie zagen we dat wij allen samen gemeenschap hebben aan het lijden voor Christus. Dat is een speciale genade, die ons door God verleend is.
Filippi 1: 7 Omdat jullie allen, ….., deelgenoten zijn van de aan mij verleende genade.
Filippi 1: 29 Aan jullie is de genade verleend, voor Christus, niet alleen in Hem te geloven, maar ook voor Hem te lijden,

We zijn inmiddels al bij ons vierde voorbeeld met dit kleine woordje ‘allen’ aanbeland.
Filippi 1: 25 Ik weet, dat ik zal blijven en voortdurend bij jullie allen zijn, opdat jullie verder mogen komen en je in het geloof verblijden.
Paulus intense verlangen was om bij hen allen te zijn.

Kijk, daar heb je het weer. Paulus zicht op het resultaat van het werk van Christus had dus ook een heel praktische uitwerking op zijn verlangens. Het was de genade van God die al deze gelovigen één gemaakt heeft. Het verlangen van Paulus hart was dus gericht op hen allen.

Misschien als ik naar deze gemeente zou reizen, er bij mij ook wel een bepaald verlangen in het hart zou zijn om bepaalde gelovigen te ontmoeten, maar er zijn toch ook lastige gelovigen die dat verlangen nou niet zo sterk in mij doen opbruisen. Dat zal jij vast ook wel kennen. Er zijn om wat voor reden dan ook altijd wel lastige figuren in groepen en kerken. Je zit er niet om te springen om hen te ontmoeten. Dat is nou zo’n kenmerk van geen zicht hebben op de genade van de Heer.

Let op! Ik wil absoluut niet beweren dat je nu geforceerd naar vervelende types moet verlangen. Dat heeft nog minder iets met Gods genade te maken. Dat is wet! Daar kunnen we toch nooit aan voldoen. Wat we hier bij Paulus zien is wat er gebeurt in het hart van iemand voor wie het werk van Christus een absolute werkelijkheid is, waar hij in alle facetten van zijn leven vanuit gaat. Die ziet iedere gelovige zodanig geïdentificeerd met de opgestane Heer, dat dit ook een grotere praktische werkelijkheid voor hem wordt dan wat hij aan zijn vlees ervaart.
2 Corinthe 5:16 Zo kennen wij dan van nu aan niemand naar het vlees.

Paulus verlangt intens naar hen allen omdat hij zo graag wil dat zij allen die grandioze heerlijkheid van de opgestane en verheerlijkte Heer gaan zien. Dat zorgt er namelijk voor dat ze verder komen in die genade van God. Die genade van God werkt weer blijdschap uit, zodat zij zich allen verblijden in het geloof.

Die blijdschap is ook weer onderwerp in ons volgende, het vijfde, voorbeeld.
Filippi 2: 17 Indien ik geplengd word bij de offerande en de eredienst van jullie geloof, verblijd ik mij, en ik verblijd mij met jullie allen.
Hier zijn we weer terug bij Paulus lijden voor Christus. In het derde voorbeeld noemde hij dat de aan hem verleende genade. Hier noemt hij het een plengoffer ten behoeve van hun geloof.

Opnieuw zet ik even onze 21eeuwse beleving van lijden tegenover dit lijden van Paulus. Hij zag het al als een genade van God. Hier ziet hij het als een offer voor hun, en feitelijk ook ons, geloof. Dit lijden is voor Paulus daardoor een bron van blijdschap, een blijdschap dat hij deelt met hen allen. Hij deelt dit dus ook met Euodia en Syntyche, de kijvende wijven van de gemeente. Hij deelt die blijdschap ook met die leraars die zijn gevangenschap nog eens extra zwaar maken.

Paulus verblijdt zich met hen allen. Waarom? Omdat dit lijden dat Paulus onderging een offer was dat ten dienste stond voor hun geloof. Hij zag al wat genade zou gaan uitwerken in het leven van die kijvers. Hij zag hoe genade de prediking van die nijdleraars op de kop zou gaan zetten. Hij besefte dat er een totaal revolutionaire kracht ligt in het werk van Gods genade. Daarom verblijdt hij zich met hen allen!

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende