U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

Het Huis Van Genade

Efeze 3: 14 Om die reden buig ik mijn knieën voor de Vader,
Natuurlijk buigt Paulus nu zijn knieën voor die Vader tot wie wij nu zo dicht genaderd zijn. Nu gaat Paulus iet heel specifieks over Vader opschrijven.
Efeze 3: 14 - 15 de Vader, naar wie alle geslacht in de hemelen en op de aarde genoemd wordt,

De Staten Vertaling heeft in plaats van ‘naar wie’ vertaald met ‘uit wie’. Dat is een veel betere weergave. Dus elk geslacht is uit Vader vernoemd. Maar zo levert het woordje ‘geslacht’ weer een probleem op omdat wij dan aan bepaalde generaties denken. Eén generatie wordt wel een geslacht genoemd. Bij de volgende generatie heb je dan een volgend geslacht. Dat is nou juist wat hier absoluut niet bedoeld wordt.

Telkens als de Bijbel over een geslacht in de betekenis van een generatie spreekt wordt het Griekse woord ‘genea’ gebruikt. Dit Griekse woord wordt in vers 21 ook vertaald met ‘geslachten’, waar het ook inderdaad betrekking heeft op de generaties.
Efeze 3: 21 Hem zij de heerlijkheid in de gemeente en in Christus Jezus tot in alle geslachten,
Hetzelfde Nederlandse woord in vers 21 en vers 15, terwijl het in het Grieks een totaal verschillend woord is met ook een totaal verschillende betekenis.

Eerst zegt Paulus in vers 14 dat hij zijn knieën buigt voor de Vader. In het Grieks is dat ‘pater’. In vers 15 zegt Paulus dan dat uit deze ‘pater’ elke ‘patria’ vernoemd wordt. Het draait hier dus niet zozeer om geslachten of generaties. Bij een ‘patria’ draait het om een vaderschap of een vaderlijk huis. Zo’n vaderlijk huis wordt vernoemd uit Vader.

God de Vader heeft zowel op de aarde als in de hemelen huizen, die naar Hem vernoemd zijn. Bij vaderschappen of vaderlijke huizen kunnen we denken aan huisgezinnen met Vader aan het hoofd. Die gezinnen zijn naar Vader vernoemd. Die nieuwe mens, waar wij dankzij genade toe behoren, is ook zo’n gezin met Vader aan het hoofd.
Efeze 2: 19 Zo zijn jullie ….. medeburgers van de heiligen en huisgenoten van God,
Hier heb je duidelijk dat huisgezin van Vader: de huisgenoten van God.

Die nieuwe mens is dus een volkomen nieuw gezin van Vader, waar wij uit genade deel van mogen uitmaken. Die nieuwe mens is een huisgezin met een volkomen nieuwe soort van huishouden, de huishouding van genade.
Efeze 3: 2 Jullie hebben immers gehoord van de huishouding van de genade van de God mij met het oog op u gegeven:

Aan Paulus was de huishouding van Gods genade toegewezen. Die huishouding van Gods genade was met het oog op ons en wij vormen samen die nieuwe mens. Wij vormen in die zin één van die patria, één van die vaderlijke huizen die Vader op aarde en in de hemelen heeft.

Zo grijpt alles in elkaar. Het valt echter allemaal weg als je de verschillende woorden niet consequent juist weergeeft. Zo zou niemand bij ‘de bediening’ in Efeze 3: 2, wat in het Grieks ‘oikonomos’ is, direct het verband zien met ‘huisgenoten’ in Efeze 2: 19, wat in het Grieks ‘oikos’ is. Zo zou ook niemand bij ‘geslacht’ in Efeze 3: 15 de relatie zien met het vaderlijk huis.
Veel Bijbelstudie is dus nodig vanwege slechte vertalingen en dus niet omdat Paulus zo onbegrijpelijk was.

Paulus was dus de huishouder in het huisgezin van Vader, dat in hoofdstuk twee als de nieuwe mens gepresenteerd wordt. Dit huis van Vader wordt gekenmerkt door een huishouding van genade. Het is het huis van de verborgenheid waar wij uit genade nu deel van uitmaken.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende