U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

Zoon
Word jij je saai dagelijks leven wel eens zat? Nou, ik wel. Ik zou eigenlijk moeten zeggen dat dat zo was, maar ik besloot er iets aan te doen.

Het gebruikelijk idee is dat je eerst je leven leidt totdat je ouders sterven en dan geven ze je wat ze nog hebben overgelaten. Een erfenis. Sorry, maar dat was voor mij veel te weinig. Ik besloot daar dus wat aan te doen, nietwaar?

Ik wilde nu mijn geld. Op een dag liep ik dus naar mijn vader toe en zei tegen hem:

Vader
Pa, ik wil dat ik nu al mijn deel krijg’. Dat zei mijn jongste zoon tegen mij: ‘Ik wil nu al hebben wat me toekomt’. Het enige wat ik op dat moment kon bedenken was: ‘Ik wil je geven wat je nu toekomt.’.

Ik heb hem op deze wereld gezet en ik kan zo nog één op de wereld zetten. Maar hij is mijn zoon en ik hou van hem. Ik gaf hem dus het geld en zei tegen hem dat als hij een beter leven zonder mij kan hebben, dan zij het zo.

Hij pakte zijn koffers en het volgende moment…..

Zoon
…..was ik daar weg! Ik kuste die saaie plek vaarwel. Ik wilde overal zijn en kijken. Ik moest nog zoveel mensen ontmoeten. Het allereerste wat ik dus deed was …..

Vader
Mijn zoon raakte verdwaald. Ik hou van hem, maar het is geen hoogvlieger. Ik hoorde dat hij minstens vier keer de richting moest vragen voordat hij het zelfs maar uit ons dorpje vertrokken was.

Zoon
Weet je? Nee, niet vier keer, okay? Het was maar drie keer, waarvan er eentje niet eens mijn schuld was. Ik begreep gewoon niet wat die knaap allemaal vertelde. Ik stond het maar af te houden met: ‘Okay, bedankt!’.

Trouwens, de reden waarom ik geen aanwijzingen kan opvolgen is omdat ‘iemand’ me nooit geleerd heeft om aanwijzingen op te volgen.

Vader
Daar niet naartoe.

Zoon
Okay, waar het om draait is dat ik uit dat gat wegkwam. Ik begon het er echt van te nemen. Ik bedoel, ik had meer vrienden dan ik aankon. Ik kreeg maaltijden alsof ik de koning zelf was. Ik werd echt te gek gekleed. En dames……Wat kan ik zeggen over de dames?

Vader
Ik kan wel wat vertellen over die dames. Het waren vrouwen, maar het waren beslist geen dames!

Zoon
Okay, weet je wat? Doet er niet toe. Waar het om ging was dat het leven goed was. Tot….

Vader
Tot het geld van mijn zoon opraakte, tegelijk met dat een recessie ons land overspoelde.

Zoon
Ik kon nergens werk vinden. Ik bedoel, ik heb het echt geprobeerd, maar er waren gewoon geen banen.

Uiteindelijk vond ik een baan. Dat was niet zo slecht. Ik had een betrekking als manager.

Vader
(Maakt een geluid als de zoemer bij een spelletje wanneer je het verkeerde antwoord geeft.)

Zoon
Het was een betrekking als assistent.

Vader
(Maakt een geluid als de zoemer bij een spelletje wanneer je het verkeerde antwoord geeft.)

Zoon
Okay, ik was een assistent in een spekfabriek.

Vader
En dat betekent?

Zoon
Ik moest de varkens te eten geven. O, wat had ik een hekel aan die baan! Ik kreeg er niet veel voor. Ik had dan ook niet genoeg geld om ergens te kunnen wonen. Er gingen zelfs veel dagen voorbij dat ik onvoldoende geld had om te eten. Ik had soms zo’n verschrikkelijke honger dat ik met alle plezier dat walgelijke voedsel dat ik de varkens voorzette meeat. Maar dat lukte niet.

De pijn van de honger werd een doorlopende herinnering aan hoe ik alles wat mijn vader me gegeven had er doorgejaagd had. Dag in dag uit leefde ik midden in een doodsstrijd.

Vader
Dag in en dag uit, dag in en dag uit stond ik op de uitkijk, wachtend op de thuiskomst van mijn zoon. Mijn hart was gebroken zoals dat alleen maar mogelijk is bij een vader voor zijn kind.

Luister nu goed! Ik heb hem nooit opgegeven! Ik heb hem nooit opgegeven! Ik wist dat het een keer zou gebeuren!

Zoon
Op een dag werd ik getroffen door het besef. Ineens drong het tot me door dat de minste onder mijn vaders werknemers een beter leven hadden dan ik. Zij hadden tenminste nog een plek om te wonen en voedsel om te eten. Ik had totaal niets van dat alles. Dus, wie weet. Misschien…

Vader
En als hij nou niet weer tot zijn verstand komt? Als trots bij hem de bovenhand krijgt? Nee! Nee! Nee! Ik zal hem terugzien!

Zoon
Telkens opnieuw speelden die gedachten door mijn hoofd. Ik begon mijn terugweg naar het huis van vader. Ik wist wat ik zou doen. Het zit er niet meer in dat ik een uitgestrekte hand zou kunnen aannemen. Ik kan van hem niet verwachten dat hij me terug zou nemen als zijn zoon. Ik vraag hem dus of hij me aan wilt nemen als een werknemer. Misschien dat hij dat wel zal doen. Heel misschien.

Vader
Misschien is vandaag wel de dag dat mijn zoon weer thuiskomt. Dat zeg ik eigenlijk elke ochtend wanneer ik opsta. Misschien is vandaag wel de dag dat ik hem daar in verte zie aankomen om naar huis terug te komen.

Zoon
Thuis! Dat woord betekent zoveel. Troost, zorg, veiligheid, liefde. Thuis! Ik kon nog eigenlijk niet geloven dat ik er nog maar een paar honderd meter vandaan was.

Vader
Het was een prachtige dag. Ik zat in mijn portiek. Dat was het moment dat ik hem zag aankomen.

Zoon
Hij stond op uit zijn stoel. Hij keek in mijn richting. Hij tuurde om me nog beter te kunnen zien. En toen….begon ik me af te vragen, stel dat hij me niet terug neemt. Stel dat ik bij hem aankom en hij me aankijkt en zegt:

Vader & Zoon
Had ik het niet gezegd? Had ik het niet gezegd?’.

Vader
Sommige van jullie begonnen telkens met de ogen te rollen telkens als ik over mijn zoon begon. Maar ik wist dat hij terug zou komen. Ik wist het gewoon.

Zoon
Ik wist het gewoon dat dit een slecht idee was. Ik weet dat ik dit gewoon niet had moeten doen, dus bleef ik stilstaan.

Vader
Hij stond daar maar.

Zoon
Ik kon me niet meer bewegen.

Vader
Ik kon hem daar toch niet zo laten staan? Dus……

Zoon
Hij sprong in de lucht! Mijn pa sprong letterlijk uit dat portiek. Ik heb hem nog nooit zoiets zien doen. Het was alsof hij dat kleine jochie was dat ergens opgewonden over was.
Toen trof het me. Hij was opgewonden over mij! Weet je wat ik toen deed?

Vader & Zoon
Ik zette het op een rennen!

Vader
Mijn hart bonsde als een gek, maar ik moest gewoon zo snel mogelijk bij hem zijn!

Zoon
Ik had hem nog nooit zo hard zien rennen! Hij rende naar mij toe met zijn armen wijd uitgestrekt alsof hij wilde zeggen:

Vader & Zoon
‘Welkom thuis! Welkom thuis!’.

Vader
Dat bleef ik hem maar toeschreeuwen. Ik wist niet of hij mij wel goed kom horen, daarom bleef ik het maar telkens opnieuw herhalen. Waar ik zo intens naar uitzag was dat ik hem zo in mijn armen opdroeg, zoals het was toen hij nog maar een klein kindje was. Ik wilde hem laten weten dat alles in orde was.

Toen ik dichter bij hem kwam zag ik tranen van zijn gezicht biggelen.

Zoon
Pappa huilde.

Vader
Tranen van vreugde. Weet je wat mijn zoon toen deed?

Zoon
Ik sprong op en neer. Ik was nerveus en opgewonden. Ik sprong dus letterlijk in zijn armen. Weet je wat mijn vader deed?

Vader
Ja, dat kon niet anders. Ik viel om. Hij is nou eenmaal een stevige jongen.

Zoon
Toen, ja toen knuffelde hij me. Hij omhelsde me zoals alleen een vader dat kan. Ik bleef maar steeds opnieuw zeggen dat het me zo ontzettend speet. ‘Het spijt me zo! Ik verdien het niet meer om uw zoon te heten!’

Vader
‘Mijn zoon is terug! Haal schone kleren voor hem! Maak eten voor hem klaar! Nee, maak een feest gereed voor hem!’ Mijn zoon zal niet langer als een wees leven. Al mijn hoop is uitgekomen.

Zoon
Het was hoop. Hoop zorgde ervoor dat ik die terugreis begon. Hoop droeg mij door al die kilometers terug. De hoop dat mijn vader me terug zou nemen en dat ik op de één of andere manier vergeving zou ontvangen.

Vader
Het is vergeven! Alles is vergeven! Ik zal het nooit meer naar boven halen! Er is geen schande! Er is geen schuld! Mijn zoon was verloren en nu is hij gevonden!

Lukas 15: 11-32

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina