U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

Geestelijke Leiders Kleden De Armen Uit

Christus Jezus past in ‘De Rijke Man & De Arme Lazarus’ op meesterlijke wijze satire toe. Daarin sprak Hij op grootse wijze Gods perfecte waarheid. Welke boodschap van de godsdienstige elite moest namelijk vakbekwaam de nek worden omgedraaid?

De Farizeeën en Schriftgeleerden hadden zich zowel geestelijke als aardse autoriteit toegeëigend. Daarmee droegen ze ook gelijk de verantwoording voor de armen in Israel.
Deuteronomium 15:7 Wanneer er onder jullie een arme mocht zijn, één van jullie broeders, in één van jullie woonplaatsen, in het land, dat Yahweh, je God, je geven zal, dan zullen jullie je hart niet verstokken noch je hand gesloten houden voor je arme broeder,

En nu komt de boodschap waar de Heer via deze satire niks van heel laat. In plaats van zorg voor de armen, kwam deze geestelijke elite met een frutboodschap aan de armen: ‘Jullie zijn nu dan wel arm, jullie hebben het nu dan wel moeilijk, jullie hebben nu dan wel veel lijden te ondergaan, maar dat zal ruimschoots vergoed worden aan de andere kant’.

De vrome godsdienstige elite had hiermee een kloof in de maatschappij van Israel aangebracht. Een kloof die een arme in dit leven niet kon overbruggen. Maar men kreeg van de elite de vertroosting dat zij, die nu aan de arme kant van die kloof leven, straks aan de andere kant die kloof overgestoken zullen zijn. Dan zullen zij het goed hebben.

Lukas 16: 20 En er was een bedelaar,
In deze satire staat deze bedelaar voor al die armen in de maatschappij van Israel. Hierbij moeten we goed beseffen dat het Griekse woord ‘ptochos’, dat de Heer hier gebruikt, niet simpelweg de inhoud van ‘armoede op zich’ in zich heeft. Dat is wel de typische betekenis voor ons Nederlandse woord ‘arm’. In dit woord wordt echter feitelijk op de behandeling als zodanig gewezen: Men wordt slecht of ellendig behandeld. Je kan zeggen dat het inhoudt dat men tot bedelarij gebracht is.

Het woord, wat de Heer hier dus gebruikt, houdt in dat je met slachtoffers van één of andere vorm van sociale misstanden te maken hebt.
Jesaja 3: 15 Wat bezielt jullie toch, dat jullie Mijn volk vertrappen en ellendigen mishandelen? luidt het woord van Adonai, Yahweh Zebaoth.
Jesaja 10: 1-2 Wee hun die heilloze verordeningen uitvaardigen, en de schrijvers die lasten voorschrijven, om de geringen van het recht weg te dringen en aan de ellendigen van mijn volk het recht te ontroven, zodat de weduwen hun buit worden en zij de wezen uitplunderen.
Ezechiël 22: 29 Het volk van het land maakt zich schuldig aan afpersing en pleegt roof; het onderdrukt de arme en behoeftige, en de vreemdeling doet het tegen alle recht geweld aan.
Amos 8: 4 Hoort dit, jullie die fel zijn op de armen, om de weerlozen van het land te vernietigen,

Op zeer scherpe wijze priemt de Heer met Zijn vinger in de borst van de godsdienstige elite. Nee, dat doet Hij niet letterlijk. Hij gebruikt in deze satire daar dat krachtige woordje ‘ptochos’ voor om deze uitspraken uit het Oude Testament weer tot leven te laten komen. Alleen slaat het nu op de geestelijke leiders, die herders hadden moeten zijn, maar wolven bleken.

Lukas 16: 20 En er was een bedelaar,
Bij deze arme man kunnen we opnieuw precies dezelfde conclusies trekken als die we al bij die rijke man gedaan hadden. O, wat ziet men graag een godvruchtig, vroom mens in deze bedelaar. In vrijwel alle evangelische literatuur die ik over dit onderwerp heb, is deze arme al zowat heilig verklaard. Misschien klopt het, misschien ook niet. Niemand die dat weet omdat de Heer hier totaal niks over heeft gezegd. Je zou bij al die boekjes soms de indruk krijgen dat de Heer dit per ongeluk vergeten was.

Nee, de Heer vertelt niks over het geloofsleven van deze man, evenmin als over zijn morele staat. Waar de Heer dit nou bewust achterwege laat, lijkt het mij vanzelfsprekend dat wij deze dingen er dus ook niet in kunnen leggen.

Deze man wordt door veel Bijbelleraars ten voorbeeld gesteld aan ons: ‘Ga heen en doe evenzo!’ Elke nuchtere lezen vraagt zich dan af hoe die dan wel moet doen. Moet ik mijn honger stillen met wat van de tafel van de rijke afvalt (vers 21)? Moet ik de honden mijn zweren laten likken (vers 21)? Er staat gewoon niks dat ten voorbeeld dient. Zo’n prediking is Bijbels gezien dan ook onzin.

De uitgeklede armen van Israel staan hier vertegenwoordigd in deze bedelaar. Deze misstand, waar de geestelijke elite schuldig aan is, wordt nog verergerd door de zalvende belofte: ‘Jullie zijn nu dan wel arm, jullie hebben het nu dan wel moeilijk, jullie hebben nu dan wel veel lijden te ondergaan, maar dat zal ruimschoots vergoed worden aan de andere kant’.

Onder het gehoor van die geestelijke elite zelf fileert de Heer dit grootse misbruik d.m.v. deze satire.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende