U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

Godonterende Talmoed

Deuteronomium 15: 7-11 Als er onder jullie een arme mocht zijn, één van jullie broeders, in één van jullie woonplaatsen, in het land, dat Yahweh, jullie God, je geven zal, dan zullen jullie je hart niet verstokken en ook je hand niet gesloten houden voor je arme broeder, maar jullie zullen je hand wijd voor hem openen en hem met mildheid lenen, voldoende voor wat hem ontbreekt.
Neem je ervoor in acht, dat in je hart niet de lage gedachte opkomt: het zevende jaar, het jaar van de kwijtschelding, nadert. Waardoor jullie onbarmhartig worden ten opzichte van jullie arme broeder, en jullie hem niets zouden geven, zodat hij tegen jullie tot Yahweh roept en jullie je bezondigen.
Jullie zullen hem met mildheid geven en je hart zal niet verdrietig zijn, wanneer je hem geeft, want ter wille daarvan zal Yahweh, jullie God, jullie zegenen in al je werk en in alles wat jullie ondernemen. Want armen zullen nooit in het land ontbreken; daarom gebied ik jullie aldus: Jullie zullen je hand wijd openen voor je broeder, voor de ellendige en de arme in je land.

Zo, dat staat als een huis. Je zou haast zeggen: ‘Die geestelijke elite kan geen kant op. Dat is wat de Heer wil werken in hen als De Rijke Man. Helaas, de Farizeeën en Schriftgeleerden hadden nog wat extra’s ontwikkeld als het zogenaamde woord van God, de Talmoed. Ja, inderdaad, dat is nog altijd een essentieel onderdeel van de Joodse leer. Tijdens Jezus rondwandeling was deze leer in volle ontwikkeling en werd het veelvuldig vermeld als ‘de overlevering’.

Eén van die overleveringen is bijvoorbeeld:
Markus 7: 9-13 Hij [Jezus] zei tot hen [Farizeeën & Schriftgeleerden]: Het gebod van God stellen jullie wel fraai buiten werking om jullie overlevering in stand te houden. Want Mozes heeft gezegd: Eer je vader en je moeder, en: Wie vader of moeder vervloekt, zal de dood sterven. Maar jullie zeggen: Indien een mens tot zijn vader of moeder zegt: Het is korban, dat is, offergave, al wat jullie van mij hadden kunnen trekken, dan laten jullie hem niet toe ook nog maar iets voor zijn vader of moeder te doen. En zo maken jullie het woord van God krachteloos door jullie overlevering, die jullie overgeleverd hebben.

Dit puur krachteloos maken van het Woord van God wordt in deze satire van de Rijke Man & De Arme Lazarus aan de kaak gesteld en stevig aangepakt. Ook zo’n overlevering was dat als iemand arm of behoeftig was in dit leven, hij rijk zou zijn in het komende leven. Hierdoor kregen ze het zelfs voor elkaar dat de armen zich redelijk tevreden stelden met hun armoede.

Zo brachten deze overleveringen een kloof tot stand in de maatschappij van Israel en bovendien wisten de geestelijke leiders hierdoor onder hun Bijbelse verantwoordelijkheid uit te komen. Hun taak om de armen te ondersteunen bleef buiten schot.

Die geestelijke elite liet dus doorschemeren dat als dit leven vol ellende zat, het komende leven vol goede dingen zou zitten. Ze gingen echter niet verder. Ze lieten een verdere uitwerking van deze gedachte niet toe. De consequentie dat iemand die in dit leven rijk was, het in het volgende leven behoorlijk beroerd zou krijgen kwam er dus nooit van. Kijk, in die ontbrekende schakel van logica zou de Heer hen nu een handje helpen.

Het probleem met godsdienst is dat je volkomen oprecht toch tegen het werk van God in kan gaan. Natuurlijk zullen ook deze geestelijke leiders een traantje hebben weggepinkt als ze de beroerde omstandigheden van bepaalde mensen aanhoorden. Ze zullen zonder enige twijfel hun diepste medeleven hebben laten horen als er iemand helemaal aan onderdoor was gegaan. Diep bedroefd, bij het graf, zullen ze erop gewezen hebben dat er nu spoedig betere tijden zullen aanbreken. Ja, nu zal eindelijk deze veel gekwelde ziel het goede ontvangen.

Wie weet hoeveel mensen deze met het Woord van God zelf strijdende levenshouding zullen hebben opgemerkt bij de geestelijke elite? Misschien dat er wel al sommigen waren die bij het graf staand elkaar aanstoten en heel zachtjes elkaar toefluisteren dat die vrome duikelaar dan zeker zelf nog een behoorlijk beroerde toekomst te wachten staat. Er waren echter maar heel weinig mensen die de woede van die geestelijke elite op de hals durfden te halen.
Johannes 12: 42 Toch geloofden zelfs uit de oversten velen in Hem, maar ter wille van de Farizeeën kwamen zij er niet voor uit, om niet uit de synagoge te worden gebannen;

Er was echter Eén die niet bang was.
Lukas 4:32 Zij stonden versteld over Zijn [Christus] leer, want Zijn woord was met gezag.
Hij voerde door middel van satire hun opvattingen tot het uiterste door en confronteerde ze zo met de echte consequenties.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende