U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

Romeinen 3: 22 de rechtvaardigheid Gods door het geloof van Jezus Christus, tot allen, en over allen, die geloven;

Ik heb hier bewust voor de Staten Vertaling gekozen vanwege twee duidelijke zaken die hier wel en in de NBG vertaling niet naar voren komen. Het eerste, wat ik slechts even aantip, is dat die gerechtigheid van God komt tot in allen, zonder onderscheid. Letterlijk staat er ‘tot in’. Meer zekerheid over het plan van God kunnen en hoeven we toch niet te hebben.

Waar ik echter met name bij stil wil staan is dat het niet ons geloof in Jezus Christus is die deze rechtvaardigheid van God voor ons bewerkt. Het is het geloof van Jezus Christus. Wat er echter ook niet bijstaat is ‘wat’ Jezus Christus dan wel gelooft. Het is Zijn hele Persoon die dit geloofsvertrouwen uitstraalt. In alles wat Hij deed en doet heeft Hij aangetoond geloofwaardig te zijn.

Geloof heeft altijd twee kanten. Aan de ene kant is dit het geloofwaardig karakter van de Persoon. Het is de Persoon die betrouwbaar gebleken is. Aan de andere kant is het mijn vertrouwen die ik nu voluit op die Persoon durf te stellen. Christus heeft in alles aangetoond die betrouwbare Persoon te zijn. Hij heeft een overvloeiende rijkdom van genade tot stand gebracht. Daar kan ik nu veilig in rusten. Ik stel mijn vertrouwen dan ook op Hem.

Paulus brengt in zijn brieven tot zeven keer toe dit ‘geloof van Christus’ aan de orde. Telkens gaat dit vergezeld door Zijn volheid van genade. Telkens is oppervlakkig al glashelder dat dit dan niet kan gaan om ons geloof in Christus. In onze uitgangstekst is het bijvoorbeeld de rechtvaardigheid van God die zijn bestemming vindt tot in allen, zonder onderscheid. Dat is een rijkdom van genade die te danken is aan het geloof van Christus. Het genot ervan ondervinden we nu al als we dat ook geloven. Dat geeft Paulus weer met de woorden dat het komt over allen die geloven.

Galaten 3: 22 Maar de Schrift heeft het alles onder de zonde besloten, opdat de belofte uit het geloof van Jezus Christus aan de gelovigen zou gegeven worden.
Hier verzekert Paulus de gelovigen onder de joden dat er bij hen geen enkele grondslag was om de belofte te ontvangen. Alles is onder de zonde besloten. Het is de genade van God waardoor het hun deel wordt. Dit wordt hier opnieuw uitgedrukt met de woorden dat de beloften hen geschonken wordt vanuit het geloof van Jezus Christus. De betrouwbaarheid van de Persoon van Jezus Christus maakt dat zij ook geloven.

Filippi 3: 9 in Hem moge blijken niet een eigen gerechtigheid, uit de wet, te bezitten, maar de gerechtigheid door het geloof van Christus, welke uit God is op de grond van het geloof.
Er wordt hier opnieuw met geen woord gerept over eigen inspanningen waardoor we gerechtigheid zouden kunnen bezitten. Integendeel, het is alles op grond van genade alleen. Opnieuw wordt dit onder woorden gebracht als ‘het geloof van Christus’. Willen we daar nu al van genieten, dan vertrouwen we dit werk van genade door Christus Jezus.

Alles wat we mogen genieten van de rijkdommen van God is gestoeld op het werk van Christus alleen. Dat is zuivere genade. Daar kunnen we nu ons vertrouwen op stellen.
Handelingen 16: 31 Stel je vertrouwen op de Here Jezus en je zal behouden worden.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende