U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

Een Nieuwe Familie In De Straat

Een wijk met kriskrasstraatjes, bestaande uit allemaal gelijksoortige eengezinswoningen. Dwars door de wijk loopt de doorgangsweg wat de mogelijkheid biedt om met je auto, zij het zeer langzaam, de hele wijk door te rijden.

In één van die woningen woont Familie Franken. Ze wonen daar inmiddels al meer dan veertig jaar. Ze behoren samen met nog een paar anderen inmiddels tot de oudere garde van de inwoners van de wijk. De kerk, net buiten de wijk, is het thuis waar zij al zeker net zo lang hun zondagse geestelijke warme hap halen.

Er is een nieuw stel in de wijk komen wonen. De Frankens kenden hen wel van de kerk. Dat wil zeggen, de kerkgang van die nieuwe mensen was al zeer onregelmatig en de laatste tijd lieten ze het helemaal afweten. Nu kwamen ze dan in hun eigen straatje wonen. De kans kon zich dus voordoen dat ze hen daar nu eens op aan konden spreken.

Meneer Franken was wat vroeger van kantoor thuis gekomen en had al gevraagd waar Jaap zat. Die moest toch allang thuis zijn? Mevrouw Franken wist ook niet veel te melden waar hij kon zitten. Jaap kwam wel vaker later thuis en dat liep eigenlijk altijd wel goed. Moeder maakte daar niet meer zo’n punt van. Maar ja, nu was vader ineens eerder thuis!

‘Heb je dat nieuwe stel al gesproken?’ vroeg vader. ‘Nou nee, daar heb ik nog geen tijd voor gehad’, zei mevrouw Franken. ‘Ik heb ook van alles te doen hier´.
´Misschien dat we na het eten even langs kunnen gaan´, zei vader. ´Ja, misschien´, antwoordde moeder. ´Je begint toch niet gelijk over hun kerkgang, hè? Je kan soms zo bot zijn!’
Hoor eens’, zei vader Franken, ‘we hebben als christenen de taak om op elkaar toe te zien’.

Elseline, de al wat oudere dochter van de nieuwe buren, kwam net aan toen meneer en mevrouw Franken naar hun huis stonden te gluren. Gelijk kwam ook Jaap bij hen zelf door de voordeur. ‘Jij bent laat!’, zei vader resoluut en ook wel wat vermanend. ‘Ja, we hadden achteraf nog wat te doen op school’, antwoordde Jaap. Een vragende blik van vader, maar verder ging er niemand meer op in.

Alles verliep verder zoals het in huize Frankens ten eeuwigen dage al regel was en na het eten gingen ze, zoals vader al voorgesteld had, gezamenlijk even bij de nieuwe buurtjes langs.

Zo’, zei moeder Frankens bij het betreden van de pas ingerichte woning, ‘jullie hebben het al snel gezellig weten te maken’. Elseline lachtte. ‘Mijn moeder is erg creatief en heeft altijd erg leuke ideeën. Bij de uitvoering zijn we trouwens wel heel erg geholpen door de familie.’

Sanne, de jongere zus van Elseline kwam nu ook van boven de huiskamer binnenlopen. ‘Nog even geduld, hoor! Mamma komt ook zo beneden. Ze moet boven nog even iets opruimen. We krijgen soms ineens zoveel, dat we zelfs moeite hebben nog een plekje te vinden.’
‘Ja, dat heb je soms zo pal na een verhuizing’,
zei mevrouw Franken.

Iedereen nam een plekje in in de huiskamer en het duurde nog even tot Jacky Heerema zelf ook verscheen. Ieder kreeg de koffie of thee zoals hij of zij het graag wilde, maar na dit officiële intro kwam ook langzaam het gesprek op gang.

Na niet al te lange tijd vroeg meneer Franken of meneer Heerema misschien moest overwerken. ‘Ik heb jullie toch regelmatig in de kerk gezien? Hoeveel jaar zijn jullie nu al getrouwd?’

Er viel een lange stilte. Jacky beet op haar lip. Ze had haar ogen naar beneden op de salontafel gericht en zat zenuwachtig aan het tafelkleedje te frunniken. ‘Dat is precies de reden waarom we moesten verhuizen’, zei ze op het laatst met een benepen stemmetje. ‘Het was niet meer vol te houden. Ik ben weg bij mijn man. We zijn gescheiden’.

Van een nog vrij ontspannen houding rechtte meneer Franken nu zijn rug. De kalme blik in zijn ogen was verdwenen en als bij een plotselinge verandering van weersgesteldheid stond het hele gezicht op onweer.

Heel even kruiste zijn blik die van zijn vrouw, die uit alle macht ‘NEE!! ABSOLUUT NIET!!! zat te seinen. De machinist had de trein echter al op volle vaart vooruit geschakeld en denderde met alle kracht door alle eventuele stootbruggen heen, het fragiele levenshuis van Jacky Heerema binnen.

Je, je…je weet dat God de echtscheiding haat!’, proestte meneer Franken. ‘Jij bent christelijk grootgebracht en je doet zelfs alsof je je kinderen christelijk wilt grootbrengen. Jij hoort beter te weten!’

‘Ja, toe. Alsjeblieft Jan, hou je in. Je weet nog niet eens wat er speelt.
Uit alle macht probeerde mevrouw Franken haar man tot bedaren te brengen.
Wat er speelt? Wat er speelt?! Het is zonneklaar wat er speelt!’, brieste meneer Franken. ‘Deze dame verzaakt haar christenplicht! Dat speelt er! Kom El. Kom Jaap. Hier horen wij niet.’

Jaap was op school al wat bevriend geraakt met de dochters. Hij wist van hun oprechte geloof, ook al begreep hij dat zelf nog niet echt. Zachtjes fluisterde hij nog net een verontschuldiging voordat hij met de familie meegetrokken werd.

Thuis is Jaap stilletjes naar zijn eigen kamer gegaan. Hij had iets van geloof gezien bij deze familie Heerema. Het was iets waar hij totaal niet vertrouwd mee was ondanks dat ze zelf als gezin toch uitermate godsdienstig waren. Het leek een beetje op wat zijn godsdienstonderwijzer wel eens had uitgelegd. Maar ook dat was zo vreemd en onbekend.

Nu blijkt achteraf dat die familie Heerema helemaal geen goede christenen zijn. Tenminste, zijn ouders vinden hen zo slecht dat ze er zelfs geen contact meer mee mogen hebben. Hoe zal God dat hele geloof nou eigenlijk bedoeld hebben?

Jaap wist het nog niet, maar die nacht zou zeer onrustig voor hem worden.

(Bijbelteksten over dit onderwerp)

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina